‘Wat die mannen in Keulen hebben gedaan, dat is niet ónze islam’

Asielzoekers zijn kwaad over ‘Keulen’. Wie hier te gast is, zou „beleefd” moeten zijn, vinden ze.

Ja, ze zijn op de hoogte van wat er is gebeurd in Keulen, en het maakt ze kwaad. Of zelfs bang, in het geval van Karama. Sinds een maand woont de Iraakse met haar man en twee dochters in een noodopvang in het Utrechtse Kanaleneiland. Ze is bang, zegt ze, dat de aanrandingen en berovingen in Keulen ertoe leiden dat Nederland straks geen vluchtelingen meer accepteert. „We horen dat sommige Nederlanders van ons af willen. Dat is moeilijk, maar ik begrijp het wel. En soms hebben ze ook gelijk. Niet iedere asielzoeker is goed.”

Neem alleen al dit asielzoekerscentrum, zegt Karama, een jonge vrouw met een vrolijk gezicht en een zwarte, wollen muts op haar hoofd. Wie hier nu binnenloopt, op een zaterdagochtend, treft een schoon en keurig voormalig schoolgebouw. „Maar ’s nachts is alles vies. Mannen hangen rond in groepjes, ze spugen op de grond, ze maken herrie.”

Ze vervelen zich, zegt ook de 40-jarige Rami uit Syrië, die net als de andere vluchtelingen liever niet met zijn achternaam in de krant komt. Ze kunnen, zoals de 34-jarige Ahmed uit Syrië zegt, eigenlijk alleen maar „zitten en slapen”.

Maar dat is allerminst een excuus om „slechte dingen” te doen, voegt Ahmed daaraan toe. Zou hij een vluchteling zoiets zien doen als in Keulen is gebeurd, en hij wijst naar het politiebureau aan de overkant van de straat, dan zou hij hem onmiddellijk aangeven.

„Iedereen is hier kwaad over. Ik hoop niet dat mensen in Nederland en Duitsland nu anders over vluchtelingen gaan denken. Dat ze ons nu over één kam gaan scheren. Want wij willen hier iets opbouwen. Ik heb business administration gestudeerd. Ik wil Nederlands leren en werken.”

Rami las op internet over de gebeurtenissen in Keulen. De IT’er die 46 dagen geleden met zijn vijfjarige dochter in Nederland aankwam, noemt het „very, very bad” wat er tijdens de jaarwisseling is gebeurd. „Wij zijn hier gekomen omdat we bang zijn in ons eigen land, we zoeken hier veiligheid. Maar de mannen die dat hebben gedaan, willen niet veilig zijn. Die zoeken problemen.” En dus, vindt hij, hebben ze ook geen recht om hier te zijn. „Wij moeten vriendelijk zijn en respect tonen voor de mensen in het land dat ons helpt.”

Het is de onzekerheid over hun toekomst die de vluchtelingen het meeste bezighoudt. En het wachten, de bureaucratie, de verveling, het eten dat hen niet smaakt. En de problemen die ontstaan als er vijfhonderd mensen uit verschillende landen en culturen moeten samenleven in een paar klaslokalen.

Maar dit wil Ahmed, en hij zegt het geagiteerd en herhaaldelijk, duidelijk gezegd hebben: „In Syrië staan vrouwen op één. Zij moeten veilig zijn. Voor hij stierf, waren de laatste woorden van de profeet: ‘Zorg voor de vrouwen.’ Dus wat die mannen in Keulen hebben gedaan, dat is niet ónze islam. Dat zijn niet ónze regels.”