Tegen de muur gedrukt, zo stierf hij

Wie: Patricia

Waar: rechtbank Amsterdam

De kwestie: dodelijk ongeluk bij het uitparkeren

Over één ding zijn officier, rechtbank en advocaat het eens: het ongeluk waardoor een 78-jarige man op 10 december 2014 in Amsterdam om het leven kwam, was volkomen bizar.

Want zeg nou zelf. Een automobiliste die bij het uitparkeren in een tollende spin raakt, met haar auto een andere auto de stoep opduwt, waardoor het slachtoffer „als het ware tegen de muur aan geplet” wordt, zoals de officier zegt. Dat verzin je niet. Maar het gebeurde wel. Zonder dat er drank in het spel was, zelfs geen haast.

De 60-jarige Patricia heeft het gedaan. Ze is van Ghanese komaf, een tolk vertaalt. Voorovergebogen, diep in de kraag van haar jas beantwoordt ze snikkend vragen van de rechters. Haar rijbewijs haalde ze na vijf examens. Ze gebruikte haar auto vooral om naar de kerk of de supermarkt te gaan.

Ajax speelde die 10de december in de Arena in Amsterdam-Zuidoost. Patricia die thuiskwam, kon daardoor niet meteen een parkeerplek vinden. Ze parkeerde een stuk bij haar huis vandaan, maar toen ze voor haar deur alsnog een vrije plek zag, besloot ze haar auto op te halen.

En toen ging het mis. Bij het achteruit uitparkeren draaide ze te vroeg aan haar stuur waardoor de achterkant van haar auto tegen een rode Suzuki aankwam. Hij kwam er zelfs in vast te zitten.

Patricia stapte uit toen net een 78-jarige man, zijn neef en zijn zwager aan kwamen lopen, na de wedstrijd. Ze vroeg om hulp. De zwager zou meteen gezien hebben dat „dat niet zou lukken”. Volgens Patricia zei hij: „Je moet het zelf doen.”

Ze stapte weer in en toen hoorden de mannen, die waren blijven staan, een „hard gierend geluid”. Alsof het gaspedaal heel diep werd ingedrukt. De auto raakte, zoals de officier het omschrijft, in een donut en botste tegen de auto naast haar die de stoep op werd gelanceerd. Waar de 78-jarige man nog stond.

Er zijn geen nabestaanden op de zitting. Wel wordt een brief voorgelezen van de dochter. Haar vader was „de liefste man van deze planeet”. De dochter heeft niet de indruk dat de vrouw spijt heeft, ze heeft niets van haar gehoord. „Geen enkele straf kan opwegen tegen ons verdriet.”

De dochter, die niet bij het ongeluk was, claimt schade. „Ik kan niet lopen, niet werken, ik ben gebonden aan een rolstoel doordat mijn vader uit het leven is gerukt.” Ze vraagt geld voor gederfde inkomsten en een scootmobiel.

Officier van justitie Rob Kloos vindt dat Patricia langdurig van de weg moet blijven vanwege haar „zeer gebrekkige voertuigcontrole”. Dat ze geen hulp kreeg van de mannen, kan hij begrijpen. „Als al schade is aangericht, stap je niet zomaar in zo’n auto.” Hij eist vijf jaar ontzegging van de rijbevoegdheid en de maximale werkstraf, 240 uur.

De advocaat van Patricia, Manon Aalmoes, noemt het ongeluk „zo bizar” dat Patricia „deze gang van zaken” niet had kunnen voorzien. Ze vindt het „schrijnend” dat Patricia geen hulp kreeg. „Met alle respect voor de overledene: waarom hebben die volwassen mannen niet die auto opgetild? Meneer is op een afstandje gaan staan kijken. Als ik flauw ben, zeg ik: als Patricia een jong, blond meisje was geweest, wis en waarachtig dat ze geholpen was.”

De rechtbank legt Patricia een werkstraf van 180 uur op en ze mag drie jaar geen auto rijden. De claim van de dochter van het slachtoffer wordt niet ontvankelijk verklaard. De kosten die zij opvoert, vloeien niet rechtstreeks voort uit het ongeluk.