Spannend? Niet met zulke heersers

Sven Kramer en Martiná Sáblíková domineerden het EK allround. Al jaren heersen ze op de lange afstanden.

De Europees kampioenen Sven Kramer en Martiná Sáblíková rijden hun ereronde in de Minsk Arena. FOTO FRANCOIS WIERINGA.

Samen stonden ze in 2007 tegen een ondergaande zon bovenaan bij hun eerste Europese titel in het Italiaanse Collalbo, samen gloriëren de kampioenen negen EK’s later in de prachtige, goed gevulde Minsk Arena in Wit-Rusland. Sven Kramer is met acht titels recordhouder aller tijden, vóór Rintje Ritsma (zes). Martiná Sáblíková (vijf titels) duldt slechts Gunda Niemann (acht) boven zich op de eeuwige ranglijst en heeft nu zelfs één Europese titel meer dan Ireen Wüst, die in Minsk op gepaste afstand tweede werd. Het geheim van hun lange hegemonie? De enige winst die telt is de volgende. „Ik ben niet zo van het terugkijken”, zegt Kramer.

Het contrast tussen hun schaatsachtergrond kan niet groter. Kramer kind van het overdekte Thialf, waar hij aan de hand van vader Yep al op jonge leeftijd droomde van succes. Sáblíková stond voor het eerst op het ijs op een zelfgeveegd baantje op de visvijver Pilák in haar geboorteplaats Zdár nad Sázavou ten oosten van Praag. In een oud busje trokken de Tsjechische pioniers naar de Europese ijsbanen, trainer Petr Novák aan het stuur. Kramer profiteerde volop van alle kennis en faciliteiten in Nederland bij zijn harde gevecht op weg naar de top van de apenrots. Maar het resultaat was voor beiden hetzelfde: jarenlange hegemonie op de lange afstanden, een lange reeks allroundtitels op de koop toe.

Was het pech dat Sverre Lunde Pedersen aan de vooravond van het EK ziek werd? Had de nog altijd pas 23-jarige Noor het toernooi wellicht spannend kunnen maken? Opzienbarende drie kilometer in oktober in Calgary: 3.34,66, officieus wereldrecord. Zelfs Kramer was nooit sneller. Maar in oktober worden geen prijzen verdeeld. In hun eerste rechtstreekse gevecht bij de wereldbeker kraakte Kramer de jonge Noor direct. Pedersen reed dit seizoen behoorlijke races, maar meldde zich in Minsk verkouden af. Kramer was bij zijn acht titels nooit ziek. En als hij wel ziek was, zoals bij het WK allround 2010, dan won hij nog.

Sáblíková beter op korte afstanden

Wüst gold bij dit EK vooraf als topfavoriete, volgens de NOS-analytici Rintje Ritsma en Erben Wennemars. Ook al had ze het voorseizoen gemist door een harde val in september, met een hersenschudding en peesletsel tot gevolg. „Sáblíková is niet meer zo goed als ze geweest is”, sprak Wennemars. Toch verloor de frêle Tsjechische dit seizoen geen race op ‘haar’ lange afstanden. En vooral bleken haar korte afstanden sterk verbeterd. Verloor ze in 2007 in Collalbo met 1,4 seconde op de 500 meter van Wüst, nu was dat nog slechts 0,08. „Ik heb het afgelopen jaar veel gefietst”, vertelde ze na afloop aan persbureau ANP. „Daardoor heb ik nu op de korte afstand meer kracht en snelheid.”

Ook Kramer sloeg zijn slag dit keer op de openingsafstand. Was het EK anders gelopen als de Rus Denis Joeskov niet bij de start over de punt van zijn linkerschaats struikelde en met een 35’er Kramer onder druk zou hebben gezet? De regerend kampioen zelf maakte op 500 meters in al die jaren nooit een fout. Zoals hij ook nooit nerveus wordt van zwakke trainingstijden. Van 37,54 op maandag in Heerenveen toverde hij zaterdag 36,56 op de klok. „Dat heeft met focus te maken”, doceerde hij voor de camera van de NOS. „Die is hier anders dan op maandagmiddag in Thialf.” Niet voor niets juichte hij in Minsk het uitbundigst na zijn geslaagde sprint. „Dat was de sleutel tot deze titel. Die tijd maakte het toernooi voor mij meteen een stuk makkelijker.”

Ouderwets heersten Kramer (29) en de één jaar jongere Sáblíková met twee afgetekende zeges op de lange afstanden. Waar de Tsjechische nog een plaatje van een 1.500 meter aan toevoegde. Eerder dit seizoen verbeterde ze haar persoonlijk record al tot 1.53,44, nu bleef ze in 1.57,00 specialiste Wüst eenhonderdste voor. Met coach Novák slaagt ze er nog steeds in technische details te verbeteren. Een hand vast op de rug op de 500 meter en zelfs twee op de 1.500. Geen extra slag in de bocht meer op de korte afstanden, op de lange afstanden haar handelsmerk. Perfecte balans.

Zelfs Kramer doet het Sáblíková niet na, zo gemakkelijk van stijl veranderen en een prachtmijl rijden zonder dat het ten koste gaat van de lange afstand. Tot en met 2009 kon Kramer het ook, inmiddels wordt zijn 1.500 meter almaar minder. Kritiek is niet nodig, dat doet hij zelf wel. „Dit is al mijn tweede slechte 1.500 meter in twee weken”, bitste hij. „Ik ben er helemaal klaar mee.” Na een goede start vervalt hij al snel in de slag van zijn vijf kilometer. „Maar misschien ben ik wel te kritisch op mezelf.”

Knap van Jan Blokhuijsen, om na een mislukt jaar in Minsk terug te keren met een derde plaats? Kramer keerde in 2012 terug met winst. Zoals Sáblíková steeds veerkracht toonde als ze weer eens door allroundster pur sang Wüst was verslagen. „Haar carrière kan nooit lang duren”, bekritiseerde een toenmalige coach van Wüst in 2007 het meedogenloze trainingsregime van de Tsjechische. Inmiddels hebben de twee beste vrouwen het niveau van de klassieke vierkamp in tien edities zo hoog opgestuwd, dat elk allroundtoernooi bij voorbaat van veel spanning is ontdaan. Net als Kramer bij de mannen. Een andere opzet van het EK, volgend jaar? „Als het me past doe ik mee”, sprak Kramer. „Zo niet, dan niet.”