Opeens stond hij voor me

Mieke van der Linden werkte bij Radio Rijnmond toen David Bowie in 1987 optrad in de Kuip. Ze ontving hem in de studio en serveerde thee.
David Bowie in TopPop in 1987. Hij trad dat jaar op in de Kuip in Rotterdam. Foto: ANP/KIPPA

Ik was eigenlijk nog niet eens zo’n fan. Die korte broekjes en hennahaar vond ik maar niks. Later wel, als the Thin White Duke bijvoorbeeld, zo knap en ongenaakbaar and so very very British.

In London zaten we vaak in Bar Italia in Frithstreet in Soho. De enige plek met goeie koffie destijds, en een gigantisch tv-scherm waarop de hele dag Italiaans voetbal te zien was. Het was nog niet hip zoals nu, maar gewoon een toffe hut vol Italianen en een paar kunstacademie-types. Op een dag, we zaten aan de bar met een dubbele espresso, liep hij er binnen, samen met Mick Jagger. Allebei klein van stuk. We deden net of we ze niet zagen, m'n vriendin en ik. Maar wat was hij een intrigerende gast. Veel interessanter dan Jagger, veel meer van de straat, met die schuine tandjes en die verschillend gekleurde ogen. Hij had een lange groene regenjas aan en z’n haar zat perfect.

Toen de Glass Spider Tour naar Rotterdam kwam, in de Kuip, zat hij weer in een totaal andere sfeer en look. Het moet in 1987 geweest zijn.

Ik werkte net bij Radio Rijnmond, het regionale station dat in 1983 was opgezet en dat alles anders deed. Toen er in die week van de Glass Spider Tour een belletje kwam van Mojo met de vraag of het station David Bowie kon ontvangen voor een interview dat bestemd was voor honderden radiostations in de VS zei de hoofdredacteur natuurlijk geen nee. Aan mij de taak om de artiest te ontvangen. Ik kreeg te maken met ene Coco, een soort doorbitch avant la lettre, maar eigenlijk ook wel ok. Heel strak en heel erg cool.

De technische voorbereidingen nam presentator Erik Post voor zijn rekening. Ik hoefde hem alleen maar welkom te heten en hem naar zijn plaats te begeleiden. Opeens stond hij daar voor me. Klein, in een spijkerjasje en een goeie blonde kuif. En nog steeds die tandjes en die ogen. „Welcome to Rotterdam, welcome to our station.” Hij schudde mijn hand en boog licht. Ik nam hem mee naar de studio en zonder veel poespas of sterallures begon het interview met een jock aan de andere kant van de oceaan. Als voorzorgsmaatregel hadden we witte lakens van thuis opgehangen voor het raam dat zicht op de studio bood, zodat het interview in alle rust kon verlopen.

Binnen een kwartier was het alweer voorbij, het interview. In de Delftsestraat werd hij omringd door fans. Hij was cool en every inch a gentleman en nam de tijd om te poseren met ze.

Later is het kopje waaruit hij thee had gedronken nog voor 25 gulden van de hand gegaan. De lakens heb ik gewoon weer gewassen.

Mieke van der Linden schrijft over Rotterdam. Daarnaast is zij hoofd special projects & talks bij International Film Festival Rotterdam