Om het simpel te houden, is er weer een nieuw plan

Blijft de tien kilometer toch op het EK allround? En komt er dan een 1.000 of 3.000 meter voor in de plaats? De toekomst van de sport blijft onzeker.

Negentig bij de internationale schaatsunie ISU aangesloten landen beslissen in juni over de toekomst van hun sport. Schaatsbestuurders, van bijvoorbeeld ook Andorra en Brazilië, zullen in de Kroatische stad Dubrovnik vergaderen over onder meer de toekomst van het EK allround – over het lot van Sven Kramer en Martiná Sáblíková. Eén land, één stem.

Beide Europees kampioenen hebben al gezegd dat ze volgend jaar niet meedoen als een voorstel wordt aangenomen om bij het EK de langste afstand te schrappen van het programma. Maar gebeurt dat wel?

‘Het laatste EK met een tien kilometer’, zo werd het EK in Minsk in alle voorbeschouwingen betiteld. In 2014 nam de ISU een voorstel aan om in 2017 bij het EK in Polen de tien kilometer bij de mannen en de vijf kilometer bij de vrouwen te vervangen door een duizend meter. Minder langdradig en meer spanning, luidt de redenering. Zelfs schaatsgrootmacht Nederland steunde het voorstel – om dit jaar ineens te komen met een alternatief: bij de mannen geen duizend meter, maar een drie kilometer. Verwarring compleet? Vicevoorzitter Jan Dijkema van de ISU wil duidelijkheid scheppen. Toch een EK met tien kilometer, maar slechts eens in de twee jaar, vertelde hij in Minsk aan de NOS. „Eind deze maand brengen we onze plannen naar buiten.”

Het aloude EK allround – mét vijf en tien kilometer – en de nieuw in te voeren EK afstanden zullen elkaar jaarlijks afwisselen, in het plan-Dijkema. Zijn jongste voorstel maakt deel uit van een kalender met minder titeltoernooien. Nu zijn er jaarlijks te veel schaatskampioenen, stelt de Nederlandse bestuurder. Maar welke inhoudelijke argumenten ten grondslag liggen aan zijn nieuwe opzet is onduidelijk. Eens per twee jaar of elk jaar, het probleem bij allroundtoernooien blijft hetzelfde: te weinig schaatsers beheersen de lange afstanden.

„De drie kilometer is de missing link in het schaatsen”, stelde Jac Orie aan de vooravond van het EK in Minsk. De coach van Kramer analyseerde het inhoudelijke probleem wél. Veel potentiële allrounders, in het buitenland en de laatste jaren ook in Nederland, durven hun training niet te rigoureus te verschuiven naar de lange afstanden. Wie dat doet, verliest zijn snelheid op de 1.500 meter. En op die afstand is de kans op succes en inkomsten het grootst. Dus pleit Orie ervoor bij het EK de tien kilometer te vervangen door een drie, en die afstand zelfs in te voeren op de WK afstanden. Als opstapje naar het langere werk.

Minsk bewees het gelijk van Orie. Is Denis Joeskov lui omdat hij de tien kilometer niet reed? De Rus weet dat hij al zijn snelheid nodig heeft om straks wereldkampioen op de 1.500 meter te worden. Lange afstanden staan zijn grote doel in de weg. Een drie kilometer beheerst Joeskov ook als hij er niet specifiek op traint, bewees hij vorig jaar met een wereldrecord in Calgary. Hoe spannend had het kunnen zijn, een duel over 500, 1.500, 3.000 en 5.000 meter tussen Kramer en Joeskov? Maar of bestuurders uit Brazilië of Andorra dat snappen?