‘Look up here, I’m in heaven’

Een extreem talentvol muzikant en performer, wiens buitenissige verschijning velen bevrijdde. Hij stierf onverwacht, maar op zijn laatste album staan aanwijzingen.

David Bowie in 1983. Bowie overleed maandag aan de gevolgen van kanker. Foto AFP

Onverwacht voor het publiek en zijn aanhang is gisteren in New York, twee dagen na zijn 69ste verjaardag en het verschijnen van zijn album Blackstar, rockster David Bowie overleden. Hij werkte nog onafgebroken aan nieuwe muziek- en theaterproducties, maar bleek al achttien maanden ongeneeslijk ziek. Hij leed aan kanker.

Lees ook Zanger David Bowie (69) is overleden - laat rijk oeuvre achter

Vorige week werd in recensies nog gespeculeerd over de achtergrond van de titel Blackstar. Was het een oude mythe? Een planeet? Wellicht was Blackstar, een prachtig, tien minuten durend nummer, de vooruitwijzing naar een naderend einde. Ook andere recente uitlatingen staan nu in een ander daglicht: zijn besluit om nooit meer te toeren, en ook de tekst van zijn recente lied Lazarus, vernoemd naar de bijbelse figuur die door Jezus uit de dood werd opgewekt.

De jonge Bowie (in 1947 geboren als David Jones, in Londen) kreeg zijn eerste erkenning in 1969 met het gedragen liedje Space Oddity. De grote doorbraak volgde in 1972 dankzij de lp The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars, waarop alle destijds modieuze muzikale experimenten op grootse wijze werden vastgenageld: in de theatrale stijl van Rock ‘n’ Roll Suicide, de pregnante rock van het nummer Ziggy Stardust, de schelle glamour van Suffragette City.

Zijn populariteit werd immens, wereldwijd. Als Bowie in een studio was, verzamelden zich groepen fans voor de deur, hopend op een glimp. Het Bowie-kapsel (kort oranje met kuif) werd nagebootst, zijn concerttournees waren uitverkocht. Bowie in strakke jumpsuit, met make-up en rode kuif, die in 1972 in het tv-programma Top of The Pops, Starman zong, bleek een keerpunt in de rijke Britse muziekgeschiedenis. Het publiek zat verbijsterd voor de tv; dit moment werd later door muzikanten, zoals van The Smiths of New Order, genoemd als aanzet voor hun eigen carrière. Bowies buitenissige verschijning bleek bevrijdend: vanaf toen mochten mannen zich vrouwelijk kleden en vrouwen mochten mannen zijn.

Herwaardering

De transformaties in de jaren zeventig werden legendarisch: Bowie de ‘spaceman’, Bowie als Thin White Duke, Bowie als androgyne Marlene Dietrich-verschijning, en uiteindelijk, in de jaren tachtig als gebruinde man van de wereld.

Bowies rol als (live-)performer wordt vaak benadrukt. Maar juist als muzikant is zijn bereik en talent niet te overschatten. Hij maakte een eindeloze reeks inmiddels klassieke liedjes: van de stuwende rock van Rebel Rebel, tot de soul van Young Americans, de onsterfelijke bravoure van Heroes en de zindering van Let’s Dance.

Bowie was mede-aanstichter van glamrock, van de elektronica-wave van eind jaren zeventig en later van discopop. Iedereen die met hem werkte vertelde over zijn ongebreidelde talent, als zanger, muzikant en componist. Met ontzag spraken professionele zangers als Luther Vandross over de ingewikkelde zanglijnen die Bowie uit zijn mouw schudde, over zijn visie en muzikale kennis.

Hij werd ook bekend om zijn extreme levensstijl. In Los Angeles gebruikte Bowie zoveel cocaïne dat hij doorlopend hallucineerde. Hij verhuisde voor zijn gezondheid naar Berlijn waar hij drie fantastische platen zou opnemen. De graatmagere Bowie leefde er op koffie en rauwe eieren, aldus producer Eno. Ondanks de excessen bleef Bowie zich ontwikkelen: hij speelde in films, schilderde, en bedacht zijn eigen podiumbeelden. In Nederland gaf hij een aantal legendarische optredens: in 1976 in Ahoy, Rotterdam, met beelden uit de surrealistische film Un Chien Andalou van Luis Buñuel; in 1978, ook in Ahoy, tegen een ‘koud’ decor van horizontale neonbuizen, en in de Kuip, tijdens de Serious Moonlight-tour (1983) in flitsend blauw pak, onder een bleke maan.

In de jaren negentig nam de belangstelling voor Bowie af. Een optreden in 1996 in Utrecht was niet uitverkocht en albums als Earthling (1997) en Heathen (2002) kregen weinig aandacht. Na een hartkwaal in 2003 trok Bowie zich uit het publieke leven terug, maar maakte onverwacht een comeback in 2013, door op zijn 65ste verjaardag het nummer Where Are We Now uit te brengen, en kort daarna het album The Next Day. Het bleek de aanzet voor een grootschalige herwaardering. De reizende tentoonstelling David Bowie Is (nu in het Groninger Museum), waar de achtergronden van zijn vele culturele referenties (Warhol, Kurt Weill) te zien zijn, trok al miljoenen bezoekers.

De afgelopen decennia woonde David Bowie met zijn vrouw Iman, met wie hij trouwde in 1992, en hun dochter Alexandria, in New York. Daar werkte hij met zijn aloude producer Tony Visconti aan nieuwe muziek. In december ging in een klein theater ‘off Broadway’, de mede door hem geïnitieerde en door Ivo van Hove geregisseerde theater/muziek-productie Lazarus in première.

 

Het titelnummer Lazarus – de nieuwe single – is op dit moment alleen nog maar intens persoonlijk en droevig op te vatten: „Look up here, I’m in heaven/ I got scars that can’t be seen.” Maar er is toch weer de satanische Bowie-humor dankzij zijn switch naar: „Then I used up all my money/ I was looking for your ass.”

Of duivelskunstenaar Bowie zelf een Lazarus is, moet blijken. Maar de eeuwige schoonheid van zijn nummers – Heroes, Lady Grinning Soul, The Man Who Sold The World, The Jean Genie en ontelbaar veel andere – blijft bestaan.