In de bus begint het feestje al

Supporters van de broers Mathieu en David van der Poel beleefden een mooi NK veldrijden. Eerste en derde: hun dag kon niet meer stuk.

Regerend wereldkampioen Mathieu van der Poel wordt tijdens het door hem gewonnen NK veldrijden aangemoedigd door zijn fans.Foto Rien Zilvold

Zondagochtend even over half elf en het bier gaat open in de bus van Supportersclub David en Mathieu van der Poel. Ranke flesjes Jupiler, de buschauffeur van dienst heeft ze voor de gelegenheid geregeld. Want de weg van café Boulevard in Hoogerheide naar de bossen en zandkuilen rondom Avonturenpark Hellendoorn is lang en het vooruitzicht is leuk genoeg om vroeg een feestje te beginnen: de jongste van de twee broers, Mathieu ‘Matje’ van der Poel (20), is favoriet om zijn nationale titel veldrijden te prolongeren. Het zou na junioren- en beloftetitels zijn vijfde trui in de Nederlandse driekleur zijn.

Een gezelschap van vooral vijftigers en ouder rijdt voor twee tientjes vierhonderd kilometer naar een gloednieuw parcours om het NK veldrijden te aanschouwen. Het zijn Nederlanders uit Hoogerheide, op een steenworp van de Belgische grens, maar ook Vlamingen die hun hart hebben verpand aan de broertjes Van der Poel. En dan vooral aan Mathieu, die vorig jaar huilend over de finish kwam in het Tsjechische Tábor, toen hij als belofte tussen de grote mannen – de elite – zich tot wereldkampioen kroonde.

Broers bedienen twee landen

Rivaliserende naties, de Belgen en de Nederlanders, zeker als het om sporters op een crossfiets gaat. In het verleden werd Richard Groenendaal, achtvoudig Nederlands kampioen, bij internationale crossen nog weleens uitgejouwd door het Vlaamse publiek. Maar supporters hoeven bij de Van der Poeltjes niet te kiezen: ze hebben de Nederlandse nationaliteit, maar werden geboren en groeiden op in Kapellen, Vlaanderen. Ze bedienen inwoners van twee landen, heffen de verschillen op. De supportersclub heeft dus ook twee thuishonken: de kroeg in Hoogerheide en eentje in het Belgische Kalmthout.

Een supportersclub is in het Vlaamse veldrijden iets heel normaals. De schare fans die achter de dit jaar afzwaaiende Sven Nys aan rijdt, past bij lange na niet in één bus – ze zijn vaak met meer dan duizend. Die ambitie heeft vicevoorzitter Frank van den Eeckhaut, Vlaming uit Essen, ook met de club van David en Mathieu. „Voorlopig zitten we op iets meer dan 300 leden. Maar we bestaan pas sinds 13 augustus.”

Als de bus het parkeerterrein van Hellendoorn oprijdt – er is inmiddels een muts met het clublogo verloot en straks op de terugweg maakt iemand kans op een gesigneerde kampioenstrui van Mathieu – staan een paar mannen op alsof ze in vader Adrie van der Poel, ooit een grootheid in het veldrijden, een popster herkennen. „Daar is Adrie!” De man in kwestie steekt zijn tong speels uit, de meeste gezichten herkent hij van het dorp Hoogerheide. Kort daarvoor werd in de bus verteld dat ook Adrie in de jaren negentig een fanclub had. Met zijn handen in de zakken van zijn sportjack: „Klopt, met 450 man. Het is leuk, zo’n fanclub. Belangrijk voor het veldrijden, belangrijk voor de jongens. Maar voor de wedstrijd probeer ik ze er zoveel mogelijk van af te schermen. Dan moeten ze zich richten op de cross.”

Daar krijgen ze van deze dertig supporters alle ruimte voor. Ze lopen lachend naar de biertent vlakbij de start en de finish, waar ze de hele middag in de buurt zullen blijven rondhangen met blikjes Grolsch. Dit is hun dag.

Dan gaat de groep van 22 renners van start. Mathieu van der Poel pakt, nadat hij aanvankelijk met een schoen uit een pedaal is geschoten, snel de leiding. Het zijn snelle rondjes door het mulle zand rond Hotel De Uitkijk in Hellendoorn. Elke zes minuten kunnen de fans hun lol op.

Als Lars van der Haar halverwege de wedstrijd demarreert, wordt het kleurrijke gezelschap, flink onder invloed inmiddels, stilletjes. Er wordt meer shag gerookt, de blikjes bier zijn sneller leeg. Het liefst hadden ze gezien dat David vandaag de sterkste zou blijken, zeiden ze eerder. David Nederlands kampioen, en Mathieu weer de beste van de wereld, eind januari in Heusden-Zolder. Maar nu lijkt het er even op dat ze zich allebei stukbijten op de opgepompte kuiten van Van der Haar. Of is dit de uitvoering van een vooropgezet plan?

Schoudertas

Het antwoord is ja. Mathieu rijdt in één ronde 12 seconden dicht op Van der Haar en weer een ronde later is hij 18 seconden uitgelopen. Hij maakt het verschil op imposante wijze: de racefiets wordt als een schoudertas op de rug geworpen en zijn stappen op het zwaarste stuk mul zand en bergop doet niemand hem na.

„Grinta!” roept Frank van den Eeckhout dan, terwijl hij zijn vuist balt en zijn tanden bloot grijnst. Het blijkt een Italiaanse krachtterm, want het is dubbel feest: Mathieu wint, David wordt derde. „Dit is waarom we niet veel liever thuis warm voor de televisie zitten. Kijk die blik van die gasten. Het zijn net roofdieren.”

En de broertjes, hadden zij er zelf ook wat aan? David na afloop: „We wisten dat er een bus zou komen. Dat is gaaf. Tijdens de wedstrijd werkte het mentaal zeker in mijn voordeel.”