Bowie verrast een laatste keer

De popvernieuwer is overleden. Ivo van Hove werkte laatste maanden met hem samen en mocht niets zeggen.

David Bowie in 1973 in het ‘Rites of Spring’-kostuum, ontworpen door Kansai Yamamoto voor de Ziggy Stardust-tournee.
David Bowie in 1973 in het ‘Rites of Spring’-kostuum, ontworpen door Kansai Yamamoto voor de Ziggy Stardust-tournee. Foto Masayoshi Sukita

Het ongeloof was groot maandagochtend bij de fans. Het bericht van het overlijden van David Bowie werd op sociale media door fans even afgedaan als een vals gerucht. Maar het bericht op de officiële Facebookpagina van de zanger bleek waar: „David Bowie overleed vandaag vredig en in aanwezigheid van zijn familie na een gevecht van achttien maanden met kanker. Terwijl velen van jullie zullen treuren, vragen we jullie om de familie privacy te gunnen in deze tijd van rouw.” Even later twitterde zijn zoon Duncan: „Very sorry and sad to say it’s true. I’ll be offline for a while.”

De schok was groot, omdat Bowie voor de buitenwereld verborgen had gehouden dat hij aan kanker leed. Bowie had voor zover bekend zeer weinig mensen over zijn ziekte ingelicht.

Afgelopen vrijdag, op zijn 69ste verjaardag, bracht hij nog zijn laatste album Blackstar uit, dat juichende recensies ontving. Bowie leek terug als de muzikale vernieuwer die hij zo vaak in zijn carrière is geweest. In december ging in New York in een klein theater de muzikale toneelvoorstelling Lazarus in première, die hij samen met regisseur Ivo van Hove maakte.

Verwijzingen naar zijn ziekte

Van Hove was één van de weinigen die wisten dat Bowie ernstig ziek was. „Ik weet het al ruim een jaar”, vertelde hij vanochtend. „We begonnen samen te werken aan onze voorstelling en op zeker moment nam hij mij apart om te zeggen dat hij er, als gevolg van zijn ziekte, niet altijd bij zou kunnen zijn. De cast heeft het al die tijd niet geweten, en ik vermoed de muzikanten met wie hij Blackstar heeft opgenomen ook niet. Hij heeft zich tot het uiterste ingespannen om die twee projecten tijdig te voltooien, om zijn ziekte niet te laten winnen”, aldus Van Hove. „Hij was ziek, maar hij wilde leven! Voor zijn vrouw en dochter, en voor de muziek.”

In de recensies van zijn nieuwe album Blackstar zochten critici vorige week nog naar de duiding van zijn teksten, die zoals altijd zwaar associatief waren. Nu zijn de talloze verwijzingen naar zijn ziekte en dood op het sombere album onontkoombaar. Zo zijn de eerste zinnen van Lazarus, ook titelsong van de voorstelling: ‘Look up here, I’m in heaven, Look up here, I’m in danger.’

De thematiek van de dood staat ook centraal in het toneelstuk. Van Hove: „Dat gaat over blijven leven, terwijl je eigenlijk dood bent. Aan het slot verdwijnt de hoofdpersoon in een fantasie per raket richting het heelal: dat verwijst naar de dood en het eeuwige leven. Ik zag dat allemaal, en kon het niet aan onze hoofdrolspeler Michael C. Hall vertellen.”

Ook zijn overlijden lijkt Bowie georkestreerd te hebben. Nog één keer heeft de artiest die zijn transformaties in muziek en verschijning altijd zorgvuldig regisseerde, de wereld verrast. Op het album Blackstar sloeg de muzikant die grenzen verlegde in rock, punk, soul en disco voor het laatst een andere muzikale weg in door te werken met jazzmusici en door de saxofoon van Donny McCaslin de hoofdrol te geven die de gitaar zo vaak in zijn muziek heeft gespeeld.

Regisseur Ivo van Hove heeft Bowie op 7 december voor het laatst gezien, toen ze samen applaus haalden bij de première. „Kranten schreven dat hij er zo goed, zo gezond uitzag. Maar toen we afgingen, stortte hij meteen in. Ik realiseerde me toen dat het mogelijk de laatste keer was dat ik hem zou zien.”