Bizarre scènes met een gondel en te dikke Duitsers in een kuuroord

Hoe echt is echt echt ontstond uit sessies van Judith Herzberg met jonge theatermakers. Er zitten echte Herzberg-zinnen in.

Herzbergs tekst gaat over de illusie dat het toneelspel zo echt is dat het zelfs echter is dan echt.Foto Jorn Heidenrijk

‘Eigenlijk heb ik weinig toe te voegen aan mijn toneelstukken”, zegt schrijfster Judith Herzberg (81). „Samen met de tien spelers van de Theatertroep heb ik meegeschreven aan twee nieuwe toneelteksten. Ik gaf hun schrijfopdrachten, voedde hen met ideeën.”

Vervolgens werkte Herzberg de aanvankelijk losse scènes uit tot een tweeluik dat zaterdag in aanwezigheid van de schrijfster in Theater Frascati in Amsterdam in première ging, onder de titel Hoe echt is echt echt. Volgens een van de leden van toneelcollectief de Theatertroep, Rosa Asbreuk, gaat Herzbergs tekst over de illusie dat het toneelspel zo echt is dat het zelfs echter is dan echt.

Het bescheiden geformuleerde ‘voeden met ideeën’ levert prachtige toneelscènes op, zoals in Zeeziek in het zwembad, het tweede deel van het tweeluik dat opent met Hoe echt is echt echt. Acteur Patrick Duijtshoff memoreert dat Herzberg met een aangenaam absurd idee, dat ze opdeed in Duitsland, naar hen toekwam: een Venetiaanse gondelier weigert twee Duitse mannen mee te nemen, ze zijn te dik. Het woord ‘gondel’ kan verwijzen naar de cabine onder een luchtschip. „Dus bedacht Herzberg dat de twee mannen in een luchtschip de hemel in zweven en op aarde neerkijken”, zegt Duijtshoff. „Korter kon ze de dramaturgie niet weergeven: een gondel op het water en een gondel in de lucht. Daartussenin zijn er allerlei bizarre ontwikkelingen in een kuuroord, want de mannen willen hun overtollige gewicht kwijt. Maar, waar blijven die kilo’s dan? Dat zijn de vragen waarmee Judith ons bestookte, en wij vervolgens het publiek.”

Familie te huur

Judith Herzberg schreef onder meer het oorlogsdrama Leedvermaak (1982), dat wordt beschouwd als het beste naoorlogse Nederlandse toneelstuk. De leden van het theatercollectief zijn in de twintig. Sommigen hebben de theaterschool gevolgd, anderen zijn van origine leraar Frans, beeldend kunstenaar of theaterdocent. Al sinds de oprichting in 2013 staat Judith Herzberg hoog op hun verlanglijst. De samenwerking met de gelauwerde en veelzijdige schrijfster mag uniek heten. Zij zag hun voorstellingen op de Parade en raakte gecharmeerd van de vaudeville-achtige speelstijl. Ze nam de spelers op sleeptouw naar voorstellingen in Duitsland, van onder meer haar eigen toneelwerk zoals naast Leedvermaak, ook Rijgdraad en Simon, haar befaamde trilogie. De groep zelf bracht haar eenakter Cranky Box. „Judith hield ons altijd voor dat wij de kracht van de voorstelling uitmaakten, niet haar tekst”, vertelt Rosa Asbreuk. „Ze gaf ons alle eer en egards.”

Herzberg bracht de spelers op het idee de documentaire Rent a Family (2012) van de Deense cineast Kaspar Astrup Schröder voor toneel te gebruiken. Hierin verhuurt de 44-jarige Japanner Ryuichi zijn medewerkers en zichzelf als stand-in voor afwezige ouders, dierbaren, vrienden, vriendinnen. Een van de mooiste, echt Herzbergiaanse zinnen uit het stuk gaat als volgt: „Een familie zonder reünie dat heeft iets zieligs, iets armetierigs, vind je niet?” De vragen die Herzberg voortdurend aan het gezelschap stelde, waren: „Kun je genegenheid kopen? Wanneer ben je zo eenzaam dat je iemand anders moet inhuren om je ‘emotionele leemte’ te vullen?”

De acteurs improviseerden hierop. Een enkele keer deed de schrijfster zelf mee, maar meestentijds zat ze in de zaal en maakte aantekeningen. Duijtshoff: „Voor de laatste versie hebben we ons in de Ardennen teruggetrokken, Judith was daarbij, ‘spelende kinderen op zolder’ noemde ze ons .”