‘Als Pink Floyd, zo willen we klinken’

Pauw brengt deze maand het debuutalbum uit, en speelt zich deze week in de kijker op het showcasefestival Eurosonic, in Groningen.

Bij de eierautomaat rechtsaf, een stukje over het erf en links de loods binnen. Zo kom je in een voormalige kippenschuur, nu ingericht als oefenruimte met eierdozen tegen de muur, Perzische tapijten op de grond, twee drumstellen en stapels versterkers. Daartussen staat een lange man in een Afghaanse bontjas, met zwarte nagellak, grote ringen om zijn vingers, en schoenen met zebraprint. Hij gaat zitten achter het grootste drumstel en slaat zich warm met een paar roffels. Dan begroet hij de man in het zwart die net binnenkwam. Ze hebben elkaar twee weken niet gezien. Ongewoon, voor de muzikanten van het uit vier man bestaande Pauw. Rens Ottink en Brian Pots oefenen samen, treden samen op, doen dezelfde opleiding (aan het conservatorium in Amsterdam).

De van een kippenboer gehuurde oefenruimte onder de rook van Haaksbergen is hun hoofdkwartier. Hier, op het Twentse vlakke land, ontstond de duizelingwekkende rockstijl van Pauw, waarin klanken vlammen en vibreren. Op het pas verschenen album Macrocosm Microcosm wervelen de sitars, wolkige keyboardpartijen en zoemende bastonen je tegemoet, ondersteund door de ‘rollende’ drumstijl van Rens Ottink, terwijl de zangpartijen van gitarist Brian Pots als rookflarden langsvlieden. Laag over laag, met diepte en verscheidenheid, ontstond de muziek dankzij langdurig gepuzzel met effecten. In indrukwekkende nummers als Glare en Shambhala is het resultaat bedwelmend als een exotisch parfum.

Macrocosm Microcosm is enthousiast ontvangen, de groep speelt wekelijks in concertzalen en op festivals in het hele land.

Nu lopen Ottink en Pots langs velden met in de grond pikkende kippen naar de warme keuken van de boer. Aan tafel vertellen ze over hun band, die ze in 2011 oprichtten met keyboardspeler Kees Braam en bassist Eszl du Vois, en over hun plannen voor de toekomst. Komende zaterdag treedt Pauw op tijdens Noorderslag, het festival voor Nederlandse nieuwe muziek in Groningen. Eind deze maand wordt hun debuutalbum wereldwijd uitgebracht, en dat betekent dat de band binnenkort zal toeren in Japan, Mexico, de Verenigde Staten, en vele Europese landen.

Beatles

Pots en Ottink groeiden op in verschillende dorpjes hier in de omgeving. In hun jeugd zochten ze uilenballen in de velden of gingen ze samen reeën kijken. Op zijn achtste wilde Ottink drummen. Een jaar lang oefende hij op een plankje, voordat hij een echt drumstel kreeg. Ook na zes jaar muziekschool had hij geen ambitie om professioneel muziek te maken. Tot hij Pots tegenkwam. Ze deelden een hartstocht voor muziek uit de jaren zestig en zeventig, en voor de techniek die bands als de Beatles en Pink Floyd destijds gebruikten. Over hun begintijd zegt Pots: „Onze focus was nog niet zo duidelijk als nu. Als ik naar liveopnamen van Pink Floyd keek, dacht ik toen vooral ‘Wat klinkt dat vet’. Nu denk ik: Waaróm klinkt het vet?”

Het eerste jaar sloot de band zich op in de oefenruimte en exploreerde onder meer de mogelijkheden van het Leslie-orgel, dat ze inmiddels zelf bezitten. In de heuphoge kast zit een versterker en ronddraaiende luidspreker; als je er een keyboard (of orgel of gitaar) doorheen leidt, geeft dat een zweverig effect. „Dat deden de Beatles bijvoorbeeld ten tijde van Magical Mystery Tour. Het Wurlitzer-orgel, in I’m The Walrus, liep door de Leslie-speaker.” Ook de mellotron – bekend van de fluittonen in Strawberry Fields Forever – werd door Pauw gebruikt. „Dat karakteristieke ‘fluitige’ geluid, en de violen uit de mellotron, die komen vaak terug.”

Psychedelisch

Pots en Ottink ontdekten namen uit het verleden, van producers als Delia Derbyshire (van de band White Noise) en pionier Joe Meek (bekend van Telstar, door The Tornados) die in de jaren vijftig al buitenaardse klanken creëerden door geduldig geknutsel met tapes en zelfbedachte effecten. „Zij maakten het soort geluiden dat nog altijd populair is, bij hedendaagse hiphopproducers bijvoorbeeld”, zegt Pots.

Ondanks de liefde voor oude technieken, is Macrocosm Microcosm in de studio opgenomen met een combinatie van analoge apparatuur en digitale middelen. Pots: „De oude manier is heel bewerkelijk. Je moet de verschillende opnamen stuk voor stuk door allerlei apparaten sturen. We hebben uiteindelijk een analoge echo, de ‘tape delay’, gebruikt voor de drumpartijen, omdat die duidelijk mooier was. Veel andere effecten kun je evengoed digitaal bereiken. We hadden nu eenmaal een deadline, en de analoge manier van werken was te tijdrovend.” Ottink: „Dan zaten we nu nog in de studio.”

Over psychedelische muziek werd ooit gezegd dat je de rijkdom pas kon ervaren met behulp van geestverruimende middelen. Hoe zien de leden van Pauw dat in 2016? Onzin, vinden ze. „Als ik elke keer dat ik naar psychedelische muziek luisterde ook drugs moest gebruiken, dan zat ik hier niet meer”, zegt Ottink. „Die geestverruimende drugs interesseren me niets. Ik heb het nooit gedaan en zal het ook nooit doen. De muziek zelf verruimt mijn geest, daar is verder niks bij nodig. Net als de natuur, sommige smaken, of andere zintuiglijke ervaringen.”

Pots: „Als het om onze muziek gaat, interesseert het idee van ‘geestverruimend’ me wel. Ik vind het een mooi idee dat onze liedjes bij de luisteraar beelden en associaties oproepen die geheel los staan van de kippenschuur waar ze op een regenachtige middag zijn bedacht.” Hij gebaart naar de natte velden buiten. „En wie weet krijgen ze er nog een open geest van ook.”