‘Wij zijn gewend aan veel meningen’

Maartje Wortel (33) voelt zich helemaal niet verwant tot andere jonge schrijvers.

Tot haar eigen verrassing praat ze toch over ‘haar generatie’.

Illustratie Cristina Martins

Schrijver Maartje Wortel kan overtuigend beweren dat ze niet gelooft in ‘generaties’ en dat ze er niks zinnigs over kan zeggen. „Je groeit samen op, deelt gezamenlijke ervaringen.” De Twin Towers. Het gat in de ozonlaag („Wat is daar eigenlijk mee gebeurd?”). Honger in de hoorn van Afrika.

„Leeftijdgenoten ervaren een gevoel van verwantschap. Meer is het niet.” Ze citeert schrijver Karel van het Reve die verklaarde waarom elke generatie zeurt over de volgende. ‘Naarmate je ouder wordt, wordt het leven minder leuk, dus denk je dat alles minder leuk wordt.’ Het begrip generatie is een manier om een groep mensen te ordenen en te etiketteren, zegt zij. „Het geeft houvast.”

Daarna verrast ze ook zichzelf als ze het toch ineens blijkt te hebben over ‘haar generatie’. De dertigers om haar heen, vrienden, die zo langzamerhand allemaal trouwen, kinderen krijgen en „serieuze huizen” kopen. Leeftijdgenoten die gewend zijn meer geld uit te geven dan ze hebben. „Toen wij studeerden kon je nog gunstig lenen. Als je het niet terug kon betalen, werd het kwijtgescholden. Wij zijn nog gewend te krijgen. Geld is geen issue. Bij ons gaat het over wat je doet of wil doen. Hoe je invulling geeft aan je leven.”

Zij zegt: de buitenwereld bepaalt wat een ‘groep’ is, of een ‘generatie’. „Als je erin zit, voelt het niet als groep. En als je er niet in zit, moet je je ertoe verhouden. En dan voelt het weer alsof je een leuk feestje mist.” Zo lang als ze schrijft – haar romandebuut Half mens verscheen in 2011 – wordt ze door recensenten ingedeeld bij De Generatie Jonge Schrijvers. Joost de Vries, Philip Huff, Wytske Versteeg, Daan Heerma van Voss, Hanna Bervoets. „Wat we delen is ambitie, in het gunstigste geval vriendschap. Maar aan geen van hen voel ik me verwant. Niet qua thematiek, niet qua stijl, niet qua manier van denken.” Ze lacht: „Het beeld is dat ons publiek bestaat uit jonge hipsters. Nou lees ik veel voor. Ik zie middelbare scholieren, ik zie rolstoelen, veel ouderen, vooral veel vrouwen. Ik hoop ooit nog eens een hipster tegen te komen.” De oudere luisteraars en lezers herkennen zich in haar roman IJstijd , over de zoekende dertiger James Dillard. „Het zoeken, het kiezen wie je wil zijn is het kenmerk van elke generatie op een bepaalde leeftijd. Na een zekere leeftijd houdt dat zoekende op, het valt niet vol te houden.”

Crowdfunding

Er moet iets gebeuren, de laatste verhalenbundel van Maartje Wortel verscheen bij de nieuwe uitgeverij Das Mag. Haar boek was de eerste uitgave van de uitgeverij die door crowdfunding tot stand is gekomen en als motto heeft ‘Minder boeken aub’. De oprichters van Das Mag beloven niet meer dan tien, vijftien titels per jaar op de markt te brengen, en uitsluitend boeken te maken die ze zelf willen lezen, waarmee ze zich afzetten tegen de ‘oude’ uitgeverijen die in een jaar met gemak tweehonderd titels ‘produceren’. „Uitgeverij De Bezige Bij was voor mij altijd een instituut. Daar wilde je bij horen. Maar het probleem met instituties is: als het lang genoeg goed gaat, komen ze in een groef terecht. Uitgeverijen werden grote bedrijven waarin de schrijver nog maar een klein schakeltje is.”

Das Mag kreeg van de oude garde uitgevers de wind van voren, zegt Maartje Wortel. „O, o, iets nieuws, wat gebeurt er nu? Die zien in ons een bedreiging. Ik denk: wees blij dat er een groep jonge mensen opstaat dat zich verenigd voelt door literatuur.”

In de Volkskrant kreeg Maartje Wortels verhalenbundel één ster, in NRC Handelsblad twee ballen. Op Facebook – waar zij niet op zit – ontstond er discussie. De matige recensies zouden niks met de kwaliteit van het boek te maken hebben, maar een generatieconflict blootleggen. De recensenten zouden te oud zijn om jonge schrijvers te kunnen waarderen. Maartje Wortel citeert weer Karel van het Reve (zo oud dat hij allang dood is): ‘Het grootste bezwaar is dat ik zo duidelijk schrijf. Dan denken de mensen dat het niks is.’ Ze bedoelt: niet iedereen houdt van haar manier van schrijven. „Ik schrijf helder, maar laat meer weg dan ik opschrijf. Ik zoek, ik tast. Er zijn mensen, ook dertigers, die daar niks aan vinden.”

En de kritiek dat ‘jonge schrijvers’ zoals zij inzoomen op zichzelf, en geen oog hebben voor de wereld daarbuiten? Ze zucht. „Wat niet altijd wordt begrepen, is dat ik niet de ik ben van mijn boeken. Vijftigers zijn allergisch voor ‘ik’. Ook als de ik een man van dertig is, of een tachtigjarige vrouw.”

Maar klopt de kritiek? Zijn de jonge schrijvers gericht op de binnen- en niet de buitenwereld? „Wij zijn opgegroeid met sociale media. Voortdurend kijken we naar anderen. Daartoe moet je jezelf verhouden, je plek erin vinden, uitzoeken wie jij bent in de wereld. Dat wil ik bevragen, onderzoeken. In plaats van boven de wereld te hangen en naar anderen kijken, wat de schrijvers voor ons deden, kijken wij naar onszelf.” Aha, er is dus toch een ‘wij’? Ja, nou ja, zegt ze. „Laat ik zeggen: dit thema komt in veel boeken van nu terug.”

Meningen

Trekt ze zich de kritiek aan? „De generatie van mijn ouders neemt recensies heel serieus. Ze vragen heel bezorgd of het wel goed met me gaat. Natuurlijk trek ik het me aan, maar lang achtervolgt het me niet. Mijn generatie is gewend aan meningen, die van een recensent is er één.”

Net als alle andere uitgeverijen zet Das Mag, blurbs op boekcovers, korte citaatjes uit lovende recensies. Nieuw is dat Das Mag ook de negatieve oordelen vermeldt. Onder „Steengoed” (Het Parool) staat: „Tureluurs” (NRC). „Dertien kleuterverhalen” (De Volkskrant). „Wij zeggen tegen de lezer: lees en oordeel zelf.”