Vogels en begeerde boeken

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

‘Ik vind sterfbedjournalistiek bepaald geen aantrekkelijk genre’, schrijft Coen Verbraak vroom in het voorwoord bij de boekpublicatie van zijn tweedelige tv-serie Kijken in de ziel - Op de drempel. [1] Voyeurisme en sentiment liggen op de loer. Toch is niet ondenkbaar dat de verhalen over de gemoedstoestand van acht mensen wie de dood is aangezegd, anderen troost of hulp kunnen bieden. Hun antwoorden op Verbraaks standaardvragen over drie voorspelbare emoties – woede, angst, verdriet – zijn zonder uitzondering dapper en opvallend rationeel. Maar er blijkt uiteraard verdraaid weinig te zeggen over het sterven zelf. ‘Ik kan er wel over nadenken. Tegelijkertijd weet ik natuurlijk niet hoe ik dan zal zijn,’ zegt Laura Maaskant (1994), terminaal kankerpatiënt.

Doorgaans getuigen de geïnterviewden van intense concentratie op het resterende leven, bewuster dan wie in zalige onwetendheid verkeert over de tijd van de dood die iedereen wacht. Heel sporadisch komt de mogelijkheid ter sprake van een leven na de dood, waar toch miljarden mensen zekerheid over menen te hebben. De initiator van de interviews, filosoof René Gude, overleed in maart 2015.

De Vlaamse kunstcriticus Matthias Depoorter combineert zijn twee grote passies – vogels spotten en kunstgeschiedenis – in een fraai uitgegeven werk dat vermoedelijk vooral vogelaars zal aanspreken: Vliegwerk [2] is een overzichts- en naslagwerk met een persoonlijke inslag, dat het meer moet hebben van de gereproduceerde schilderijen, tekeningen en prenten dan van de soms nogal verhitte tekst: ‘Vogels kijken en kunst beleven is gulzig leven, nieuwsgierig zijn naar het leven. Het eindige leven in het gezicht lachen’ en dit alles met ‘onverzadigbare hunker’. Teksten die je eerder in Op de drempel zou hebben verwacht over het leven in het zicht van de dood. Hoe dan ook, de vogelliefhebbers komen ruimschoots aan hun trekken dankzij schitterende afbeeldingen van zowel illustraties uit ornithologische werken als topwerken uit de westerse kunst van circa 1400 tot circa 1900. Ook zijn enkele fraaie prenten van een hedendaagse kunstenaar als Raymond Harris Ching afgebeeld, zoals een even penetrante als majestueuze bosuil. ‘Het was mijn doel om een zo gevarieerd mogelijk aantal vogels en kunstenaars aan bod te laten komen,’ schrijft Depoorter; daarin is hij beslist geslaagd.

Helene Hanff (1916-1997) schreef met het doel om zo veel mogelijk door haar begeerde boeken te bemachtigen. Eind 1949 stuurde ze een verlanglijst naar het antiquariaat Marks & Co in Londen. ‘Als u een goed tweedehands exemplaar hebt van welk boek op deze lijst dan ook, voor niet meer dan $ 5.00 per stuk, beschouwt u dit dan als een bestelling en stuurt u het me op?’ Dat was het begin van een kostelijke, steeds intiemere briefwisseling tussen de ‘arme schrijfster’ en de keurige medewerkers van Marks & Co. Hanff deed de exclusiefste bestellingen. Als dank stuurde ze voedselpakketten naar Londen, waar nog veel op bon was. Wanneer ze niet adequaat werd bediend kon het winkelpersoneel rekenen op geestige scheldkanonnades: ‘Frank Doel, wat ZIT JE DAAR TE DOEN. Je voert helemaal NIETS UIT, je ZIT MAAR TE ZITTEN. Waar blijft Leigh Hunt? Waar blijft de Oxford Verse. Waar blijft het Latijn en die lieve gekke John Henry?’

In 1970 bundelde Hanff de correspondentie onder de titel Charing Cross Road 84 [3], een leeshonger opwekkende bestseller die werd verfilmd en nu weer in Nederlandse vertaling beschikbaar is.

Minder blij makend is de herdruk van Astrid Roemers onrijpe debuut Neem mij terug Suriname [4] uit 1974. Om de winnares van de P.C. Hooftprijs 2016 te eren kunnen we beter wachten op de heruitgave van haar magnifieke romantrilogie over de Surinaamse geschiedenis van de slavernij tot en met de decembermoorden. Neem mij terug Suriname gaat over Bennie, een sneue Surinaamse twintiger die naar Nederland verhuist, niet kan aarden en tegen wil en dank bij allerlei louche zaakjes betrokken raakt. Ten onrechte vermeldt de uitgever dat het boek in 1983 onder de titel Nergens ergens bij de Knipscheer verscheen. In werkelijkheid is Nergens ergens een totaal omgewerkte versie van Neem mij terug, daterend van na de onafhankelijkheid en met een duidelijke politieke lading. Ook geen meesterwerk, maar te prefereren boven Roemers clichématige eersteling. In een nawoord legt de schrijfster uit wat indertijd haar writer’s issue was.