Vazen van Oranje

Antiquair Robert Aronson vond en kocht twee originele zeventiende-eeuwse bloemtorens, beter bekend als tulpenvazen. De zeer hoge vazen waren, en zijn, uiterst zeldzaam: alleen de Oranjes bezaten ze. Koningin Mary plaatste ook andere bloemen in haar meer dan metershoge vazen.

Gravure uit 1665 van de Porseleintoren in Nanking.

Met de concentratie van een kind dat een blokkentoren bouwt, zo stapelt Robert Aronson aan zijn bloempiramides. Elk van de steeds kleiner wordende elementen schuift de antiquair behoedzaam over de taps toelopende houten stok die in de aardewerken voet is geplaatst.

In zijn opslag in het Westelijk Havengebied van Amsterdam toont Aronson een vondst waar hij jarenlang van heeft gedroomd: een stel zeventiende-eeuwse bloempiramides van Delfts aardewerk. Een ontdekking, zegt hij, die te vergelijken is met de vondst van een Rembrandt.

Aronson vond de zeldzame pronkvazen in een Belgische privé-collectie. Over twee weken biedt hij ze te koop aan op de Winter Antiques Show, een antiekbeurs in New York. Vijfentwintig jaar geleden kwam voor het laatst een set op de markt.

Zulke hoge bloemtorens zijn een krachtig symbool voor Hollands welvaren in de Gouden Eeuw. En een herinnering aan de rijke koninklijke geschiedenis. Alleen de Oranjes bestelden zulke kostbare tuitvazen.

De bloemtorens horen bij een liefhebberij van de welgestelden in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: het kweken van exotische gewassen. Zogenoemde floristen teelden in kassen tulpen, lelietjes-van-dalen, juffertjes-in-het-groen, pronkbonen, bolderiken en andere uitheemse bloemen. De benodigde zaden kwamen met VOC-schepen uit de Oost.

De bloemenambassadrice van het laatste kwart van de zeventiende eeuw was de toenmalige Máxima, Mary II van Engeland. Deze dochter van de hertog van York trouwde in 1677 met haar neef, stadhouder Willem III, de latere koning. Mary schijnt als kind al dol te zijn geweest op bloemen en aardewerk en kwam door haar huwelijk terecht in een familie en een land waar zij haar liefhebberij kon uitleven.

Verse bloemen

Direct na haar huwelijk gaf Mary de tuinman van haar kasteel in Honselaarsdijk bij Rijswijk opdracht om in alle seizoenen te zorgen voor bloeiende snijbloemen, zodat ze zeker twee keer per week verse boeketten kon schikken. Bij Delftse plateelbakkerijen bestelde de koningin extreem hoge pronkvazen beschilderd met blauwe chinoiserieën. Uit overgeleverde inventarislijsten van de koninklijke kastelen is bekend dat Willem en Mary twaalf stellen bloemtorens in bezit hadden.

Hoe uitzonderlijk zeldzaam de torens ook destijds waren, blijkt uit het feit dat ze kennelijk niet beschikbaar waren voor de vele schilders van bloemstillevens. Alleen op twee geborduurde stoelen en een dekselvaas van omstreeks 1700 staan bloempiramides afgebeeld.

Nog geen tien sets van de kwetsbare torens van Delfts aardewerk zijn bewaard gebleven. Het Victoria and Albert Museum en koningin Elizabeth hebben een stel, het Rijksmuseum bezit er zelfs twee. Elf jaar geleden kocht het Rijks voor 1,2 miljoen euro een 1,6 meter hoog paar, gedecoreerd met ‘koninklijke’ leeuwen en bekroond met vrouwelijke beeldjes, vermoedelijk portretten van Mary.

Leeuwenkoppen

De vazen van Aronson, die volgens de handelaar door hun kleinere formaat „minder duur zijn dan die van het Rijks”, zijn rond de tuiten gedecoreerd met leeuwenkoppen. Op de vierkante sokkels zitten mannelijke borstbeeldjes, mogelijk portretten van Willem.

Door de merktekens aan de onderzijde heeft Aronson kunnen aantonen dat zijn vazen omstreeks 1695 gemaakt zijn door De Witte Ster, een Delftse plateelfabriek van ene Dirck Witsenburgh. Hoewel de vazen in uitzonderlijk goede staat verkeerden, ontbraken van iedere toren toch de topjes en twee van de negen elementen. „Als aan zulke grote stukken niks mankeert moet je je pas zorgen maken”, zegt de antiquair, verwijzend naar de golf aan valse keramiek uit China.

Zijn geluk was dat het Rijksmuseum over het qua vorm enige vergelijkbare paar beschikt. Met een 3D-scanner en -printer kon het restauratieatelier van het museum voor Aronson kopieën van de ontbrekende elementen maken, iets wat nog nooit eerder was gedaan. In het verleden werden bij restauraties altijd mallen gemaakt.

De decoratie op de nieuwe elementen is iets scherper van lijnvoering en het witte glazuur een fractie witter – voor het overige verraadt alleen het gewicht de kunststof elementen.

Aronson, de vijfde generatie eigenaar van het Amsterdamse Aronson Antiquairs, ontdekte de vazen aan het begin van deze eeuw bij een Belgisch echtpaar dat hij in zijn stand op de Maastrichtse kunstbeurs TEFAF had ontmoet. Jaren keek hij bij bezoeken in België verlekkerd naar de vazen. Juni vorig jaar kwamen de eigenaren een belofte na die ze bij het eerste bezoek al hadden gedaan: Aronson mocht de vazen kopen.

Tulpenmanie

Met het oog op de New Yorkse beurs heeft de antiquair een chique, Engelstalige catalogus gemaakt: Lavish Tulipières. Daarin wordt uitgelegd dat de veelgebruikte benaming voor de bloemenhouders – tulpenvazen – feitelijk onjuist is. De vazen hadden niks te maken met de tulpenmanie, de hausse in de tulpenhandel die van 1634 tot 1637 in Holland en Utrecht woedde en die door economen vaak is beschreven als de eerste speculatiebubbel. In de tuiten van haar vazen plaatste Mary een halve eeuw later beslist ook andere snijbloemen dan alleen tulpen.

De benaming ‘bloempiramide’ deugt welbeschouwd evenmin. De Delftse vazen hebben eerder de vorm van een obelisk. Deze spits toelopende zuilen waren destijds geliefd bij de Europese hoven en stonden symbool voor de roem en de glorie van de vorst. De liefde voor de obeliskvorm stoelde vermoedelijk ook op de vorm van Chinese pagodes. Vooral de spitse, tachtig meter hoge Porseleintoren van Nanking, in de Middeleeuwen een van de zeven wereldwonderen, sprak zeer tot de verbeelding. Prenten van die toren circuleerden in de Republiek.

Aronson taxeert dat er wereldwijd misschien tien potentiële klanten voor zijn vazen te vinden zijn. In de Verenigde Staten, in Europa en in het Midden Oosten zijn mogelijk een paar musea en collectioneurs te vinden. Haast heeft hij allerminst, zegt de handelaar. Lachend: „Mijn vader zei altijd: ‘Als je verdrinkt, dan maar in schoon water.’ Oud worden met deze vazen is geen straf.”