Er is wel degelijk sterk bezuinigd op fundamenteel onderzoek

In de wetenschapsspecial “Steeds meer geld, steeds meer problemen” (24 oktober, met een vervolg op 7 november) schept Marcel aan de Brugh verwarring over onderzoeksfinanciering in Nederland met elkaar tegensprekende ‘deskundigen’, onduidelijke conclusies en tot slot „Niemand, die het weet”.

Het probleem is dat hij geen onderscheid maakt tussen toegepast en fundamenteel onderzoek. Het laatste zit in de knel, terwijl daaruit de onverwachte, echte doorbraken voortkomen. Bedrijven steken daar meestal geen geld in, omdat het vaak nog ver van toepassingen staat, en ook charitatieve instellingen deinzen daarvoor terug. Kortom, fundamenteel onderzoek hangt af van overheidsfinanciering, die wel degelijk flink is gekort.

1. De helft van het onderzoeksbudget van NWO (Nederlandse Wetenschaps Organisatie) is tijdens de kabinetsformatie geclaimd voor meer toegepast onderzoek in ‘Top’sectoren, waar bedrijven aan mee financieren. 2. De gebruikte getallen dateren uit 2011 en 2013, terwijl bezuinigingen pas na 4-5 jaar doorwerken. Een afname in internationale prestaties wordt nog later pas zichtbaar. 3. Dat de eerste geldstroom aan de Universiteiten zou zijn toegenomen is in tegenspraak met het IBO rapport 2014 van het ministerie van Financiën, dat juist een afname rapporteert, terwijl deze gelden langere termijn baanbrekend onderzoek zouden moeten bevorderen.

De praktijk bevestigt dit beeld, bijvoorbeeld het biomedische onderzoeksthema van het ErasmusMC, dat tot de mondiale top behoort is in 3 jaar met 32,5% gekrompen: meer dan 100 fte’s verdwenen, laat staan dat nieuw jong talent kon worden aangetrokken, dat voor de toekomst essentieel is. Er is dus wel degelijk drastisch bezuinigd op fundamenteel onderzoek dat de motor is van innovatie. Dit dient zo snel mogelijk te worden teruggedraaid voordat de schade onherstelbaar wordt.

Frank Grosveld