Anne-Wil

Als je lezeressen van Libelle de schrik van hun leven wilt bezorgen, moet je iets citeren uit het hoofdstuk `Het liegen dat gedrukt staat' van Hetty Nietsch in het boek Het gouden penseeltje, geschreven door zeventien journalisten die ooit bekroond werden met de gelijknamige aanmoedigingsprijs.

In recensies is Nietsch al in bredere zin geciteerd, maar het zijn juist de details die haar onthullingen zo sappig maken. Het essentieelste detail heet `Anne-Wil'. Die naam is sinds jaar en dag een begrip voor de doorgewinterde Libelle-lezeres. Deze Anne-Wil schrijft elke week een zeer persoonlijk dagboek.

Zo kregen de lezeressen te horen dat haar man al jong bij een auto-ongeluk is omgekomen, dat ze sindsdien als weduwe met veel vallen en opstaan twee kinderen heeft opgevoed (van wie de dochter huwelijksproblemen kreeg, man had vriendinnetje) en dat ze zelf ook nog enige liefdes heeft gekend, die niet mochten beklijven.

Zo ver zo goed.

Maar nu komen we aan de hand van Hetty Nietsch iets dichterbij. Zij heeft gesproken met ex-redacteuren van Libelle, en wat blijkt? Bij Libelle kijken ze niet op een verzinseltje meer of minder. Met name Libelle-coryfee Tineke Beishuizen draait er haar hand niet voor om. Anne-Wil blijkt helemaal niet te bestaan, evenmin trouwens als `Mieke van Maerle' van wie Beishuizen in Flair een dagboek publiceert. En de vrouwen die Beishuizen in een andere rubriek in Libelle interviewt, zijn ook vaak samengesteld uit meer vrouwen – een praktijk die ook bij de Margriet wordt toegepast.

Terug naar Anne-Wil en Mieke van Maerle. Ik heb dit vreselijke geheim nu al enkele malen mogen uitserveren bij lezeressen van Libelle en Flair die van niets (bijna had ik gezegd: van Nietsch) wisten, en het effect laat zich vergelijken met dat van een dominee die in Staphorst plotseling van de kansel schreeuwt dat God nooit bestaan heeft, en dat het nu, godverdomme, eindelijk eens afgelopen moet zijn met dat geouwehoer.

Ongeloof. Verbijstering. Lange stilte. Dan: ,,Hoe kom je daar nou weer bij?'' Ten slotte diepe verslagenheid. Ze voelden zich van een goede vriendin beroofd. Ik heb me dan ook voorgenomen dit nieuws voortaan alleen aan jongere lezeressen, die nog tegen een stootje kunnen, door te vertellen.

Hetty Nietsch heeft ook Beishuizen en ex-Libelle-hoofdredacteur Rob van Vuure om commentaar gevraagd. Beishuizens naam werd onmiddellijk haas, alsof ze nog niet genoeg schuilnamen had, en ze zei: ,,Dit is meer iets voor de hoofdredactie.'' Van Vuure bleek er niet zo erg mee te zitten. ,,Maar als je iets bedenkt, moet het wel een zekere mate van geloofwaardigheid hebben'', zei hij.

Beishuizen vertelde nog dat ze die hele Anne-Wil eigenlijk maar `een erge trut' vindt. Het zou me niets verbazen als zij en Rob van Vuure dat van alle Libelle-lezeressen vinden: trutten, die er zijn om voor de gek te worden gehouden.

    • Frits Abrahams