Lotte de Beer (34), operaregisseur

Mijn werkwijze wijkt af van die van de oudere generaties. In de opera – zeker in het Duitstalige gebied – heerst over het algemeen een strenge hiërarchie, met de regisseur als een tiranniek genie die bulderend zijn ongenoegens uit. Ik geloof oprecht dat we als operagezelschap, met z’n allen meer kunnen dan ik in mijn eentje kan bedenken. Ook ga ik ervan uit dat creativiteit beter gedijt in een liefdevolle, ontspannen sfeer.

„Meestal krijg ik positieve reacties van de mensen met wie ik werk. Maar soms merk ik dat het systeem is vergroeid met de tirannie. Vooral op de technische afdelingen in Duitsland verwacht men dat de regisseur altijd zal overvragen en is het antwoord op welk verzoek dan ook altijd eerst ‘nee’. Pas bij een woede-uitbarsting wordt dat een ‘ja’.

„Ook door koren wordt in het begin vaak negatief gereageerd op een vrouwelijke dertiger. Meestal verdwijnt de vijandelijkheid als men vindt dat je je vak verstaat.

„De babyboomers hebben nog steeds de meeste macht. Maar ik weet niet of dat alleen maar slecht is: regisseurs als Robert Carsen, Pierre Audi of Simon McBurney zou ik echt nog niet willen missen. Ik vind het goed dat de jongere generatie nu een volwassen rol krijgt, maar ik heb geen ‘off with their heads’-gevoelens. Anders dan de babyboomers zelf is mijn generatie er, geloof ik, niet een die eerst alles wil afbreken om daarna opnieuw het wiel uit te vinden. Wij willen bouwen. Generatiegenoten en ook vrouwen zijn in de opera steeds beter vertegenwoordigd. Dat is heel belangrijk wanneer je een nieuw en jonger publiek wilt trekken.”