Je moet in een democratie niet achter kiezers aanrennen

Europa kraakt onder de vluchtelingencrisis. Zijn Europese Commissie biedt juist oplossingen, vindt voorzitter Juncker. „Waar ik niet van houd is als lidstaten zeggen: we willen geen moslims.”

Tekst Stéphane Alonso Foto’s Katrijn Van Giel

De winterzon schijnt vol zijn kantoor in, op de dertiende verdieping van het Commissiegebouw in Brussel. Het is vrijdagochtend en Jean-Claude Juncker is net terug uit Nederland, waar hij onder het genot van kaasblokjes en ossenworst markeerde dat Nederland de komende zes maanden roulerend EU-voorzitter is. Een belangrijk voorzitterschap, wat Juncker betreft: binnenkort moet blijken of de stappen die in de vluchtelingencrisis zijn gezet, de menselijke karavaan richting Europa kunnen afremmen.

Veel hangt af van de bereidheid van lidstaten om samen te werken, en daar wringt de schoen. In december kwam Junckers Commissie met voorstellen voor een Europese kust- en grenswacht, maar dat betekent soevereiniteit afstaan aan Brussel – en dat ligt gevoelig. Dan is er de operatie om 160.000 vluchtelingen eerlijker te herverdelen over de EU, middels quota per land: dit plan zorgde vorig jaar voor diepe verdeeldheid. Een plukje Oost-Europese landen werd weggestemd, maar het plan loopt niet. Niet in de laatste plaats omdat vluchtelingen niet naar de hen toegewezen landen willen, maar alleen naar Duitsland en Zweden.

De sociale spanningen lopen intussen op. Polen schoof mede door de migratiecrisis tijdens recente verkiezingen ver naar rechts op en de nieuwe regering lijkt geïnspireerd door de Hongaarse Viktor Orbán en diens harde EU-kritische retoriek. Duitsland is in de greep van Keulen, waar ‘Arabisch ogende mannen’, onder wie mogelijk vluchtelingen, zich met Oud & Nieuw vergrepen aan vrouwen. Zweden besloot deze week de grens met Denemarken weer streng te gaan bewaken, en Denemarken ondernam soortgelijke actie. Het vrije reizen in Europa (Schengen) wankelt. En Nederland dreigt de harmonie verder te verstoren met het Geenpeil-referendum in april over het Europese associatieverdrag met Oekraïne.

Het is, kortom, niet zoals Juncker zich het had voorgesteld toen hij eind 2014 het roer overnam van de altijd wat onzichtbare Portugees José Manuel Barroso. De Luxemburger beloofde dat zijn Commissie actiever en ‘politieker’ zou worden en Europa, na de martelgang van de eurocrisis, weer zou opstoten in de vaart der volkeren. Zichtbaarder en luidruchtiger is deze Commissie zonder meer, maar waar zijn de grote successen? „Het gebrek daaraan”, zegt Juncker tijdens een interview, „wijt ik niet aan de Commissie, maar aan sommige lidstaten die, ondergedompeld in hun nationale context, onvoldoende beseffen dat voor Europese problemen alleen maar Europese oplossingen mogelijk zijn.”

Vindt u het onterecht dat Zweden weer grenscontroles invoert?

„Nee, Zweden heeft per inwoner het grootste aantal vluchtelingen verwelkomd. De Zweedse premier is een van de beste. We moeten Zweden helpen en ze er niet van langs geven. Maar het domino-effect baart me zorgen. Ik wil niet dat grenscontroles sluipend weer de norm worden. Schengen is een van de grote verdiensten van Europa. Europeanen houden van reizen, het bestaat nergens ter wereld. Dat moeten we koesteren.”

Zweden wil de controles drie jaar handhaven, wat eigenlijk tegen de regels is.

„Het is uitzonderlijk lang. Als we de bewaking van de buitengrenzen weten te verbeteren, zoals de Commissie heeft voorgesteld, denk ik dat de temperatuur in dit dossier omlaag zal gaan. Ik reken daarbij erg op het Nederlandse EU-voorzitterschap, dat mij heeft beloofd zich hiervoor sterk te zullen maken.”

Moet u niet gewoon erkennen dat Schengen niet aansluit op dit tijdsgewricht? Moet het niet even in de ijskast, totdat de crisis onder controle is?

„Dat zou riskant zijn. Gemakkelijke oplossingen voor gecompliceerde problemen – daar verzet ik me tegen. Het is waar dat we zaken moeten herzien, maar zonder Schengen fundamenteel te veranderen. In maart komen we met voorstellen.”

Werkt de constante angst voor Europese desintegratie, voor stappen achteruit, niet verblindend? Is toegeven dat iets niet werkt, niet ook een deugd?

„Zeker. Maar Schengen overboord gooien is niet het antwoord. Oudere Europeanen voelen zich overvallen door de wereld. Mijn vader, mijn ooms, mensen die meer levenservaring hebben dan ik, zouden graag zien dat de binnengrenzen terugkeren. Maar als we dat doen, zullen jongeren ons op een dag weer verwijten dat we te snel hebben toegegeven aan de druk van de gebeurtenissen.”

De sfeer is wel aan het omslaan. VVD-voorzitter Zijlstra en de Deense premier Rasmussen pleiten voor het opzeggen van het VN-vluchtelingenverdrag, omdat het ons dwingt om meer te doen dan landen die het niet onderschrijven.

„Europa moet altijd meer doen dan de rest. Want Europa is Europa. We moeten bepaalde waarden, kwaliteiten en overtuigingen verdedigen, en we moeten de hele wereld ter inspiratie dienen. Dus ik hecht er erg aan dat we onze morele conventies overeind houden.”

Tegen elke prijs?

„Niet tegen elke prijs, maar we kunnen ook niet onze Europese principes tegen elke prijs verzaken.”

Waarom zou de EU geen jaarlijks migratiequotum kunnen instellen?

„Het zou leiden tot enorme problemen en enorme onrechtvaardigheid. Stel je zegt: 300.000 en niet meer, wat zeg je dan tegen de eerstvolgende tachtig mensen? Sorry, de boot is vol? Laten we de zaken in perspectief blijven zien: het gaat tot dusverre om 0,02 procent van de Europese bevolking. In Jordanië, Libanon en Turkije is het probleem vele malen groter dan bij ons. We zijn een rijk continent, we geven de hele planeet lessen, daar zijn we heel goed in, dus laten we die zelf dan ook ter harte nemen.”

We zijn ook een continent waar vluchtelingen vaak ongecontroleerd doorheen kunnen lopen. Is dat niet overdreven?

„Wat overdreven is, is het gedrag van sommige vluchtelingen. Een asielzoeker kan niet zelf bepalen waar hij gaat wonen. Vluchtelingen moeten accepteren dat er naast rechten, ook verplichtingen zijn. Ik houd geen pleidooi tegen migratie, maar we moeten de zaken nu eenmaal solidair kunnen organiseren binnen de EU. Ik heb de laatste maanden merkwaardige dingen gezien. Luxemburg, mijn land, moest de grootst mogelijke moeite doen om vijftig vluchtelingen bereid te vinden om zich er te vestigen.”

Ze hebben geen flauw idee waar het ligt.

„Jeunesse Esch is een minder bekende voetbalclub dan Bayern München. Maar het is ongelooflijk. Luxemburg, een van de rijkste landen, en toch houden vluchtelingen koppig vol dat ze naar Duitsland of Zweden willen. Die reflex draagt bij aan het drama, en dat is niet acceptabel.”

De Duitse bondskanselier Merkel heeft die reflex mogelijk aangewakkerd, toen ze zei dat vluchtelingen in Duitsland meer dan welkom zijn. Onverstandig?

„Dat zou ik niet willen zeggen. Toen ze dat zei, reageerde ze op plotselinge ontwikkelingen, die voor spanningen zorgden met Oostenrijk. Menselijk gezien, maar ik denk zelfs wel politiek, had ze gelijk. Ik heb liever zo’n bondskanselier, dan eentje die het tegengestelde zegt.”

Ook tijdens de eurocrisis ging er meer mis dan nodig door gebrek aan coördinatie en tegengestelde signalen.

„Als regeringen in al hun wijsheid de door de Commissie gedane voorstellen zouden volgen, zou de situatie zeker gemakkelijker te managen zijn. Europa wordt er vaak van beschuldigd zwak te zijn. Maar Europa is niet het probleem. Het zijn een aantal lidstaten die het spel van de solidariteit niet meespelen. Je kunt ook niet zeggen dat er een totaal gebrek aan regie is: lidstaten die de binnengrenzen weer wilden controleren hebben de Commissie geraadpleegd.”

Bij de herhuisvesting van vluchtelingen hamerde de Commissie op verplichte quota, wat in Oost-Europa verkeerd viel. Heeft u daarmee de verdeeldheid niet ook onnodig aangewakkerd?

„Wij zeiden: het moet verplicht als het vrijwillig niet van de grond komt. Ik heb met verschillende leiders gebeld en gezegd: als je het niet verplicht wil, zeg dan toe dat je op vrijwillige basis de door de Commissie gevraagde aantallen opneemt. Ze zeiden allemaal ja, maar daarna zeiden hun ministers in Brussel nee. Dat was verbijsterend.”

De Hongaarse leider Orbán eiste meer bewaking van buitengrenzen. Die komt er nu ook inderdaad.

„Daar hebben we de viriele adviezen van Orbán niet voor nodig. Ik zeg niet dat de Commissie een club van genieën is, maar de lidstaten zijn niet genialer.”

Duitsland wil nu een tweede gaspijpleiding in de Oostzee, hoewel dit onze afhankelijkheid van Russisch gas vergroot en Oost-Europa kwetsbaar maakt voor Russische druk. Maar dan zegt Merkel: het is een zuiver commercieel project.

„Ik kan daar mijn eigen gedachten over hebben, maar als Commissie kunnen wij alleen maar controleren of het conform de regels is. We kunnen niet zeggen: dit project is niet in het Europese belang en daarom wijzen we het af. Het zou ons enorme juridische problemen bezorgen.”

Als de Britse premier Cameron zegt dat hij minder migranten wil, dan onderhandelen we daar met hem over. Niemand verwijt hem egoïsme of xenofobie.

„U zegt eigenlijk dat we dubbele standaarden hanteren. We gaan verdragen niet aanpassen om Cameroniaanse redenen, maar proberen ieders zorgen te accommoderen. In mijn lange Europese leven is het altijd zo gegaan. Waar ik niet van houd is als lidstaten zeggen: we willen geen moslims. Dat is niet Europa.”

Maar Europa kraakt onder deze crisis. Zie ook de situatie in Keulen.

„Keulen baart me grote zorgen, al weten we nog steeds niet precies wat er is gebeurd. Voor een goed georganiseerd land als Duitsland, is dit toch echt een zeer verrassende gebeurtenis. Maar ik geloof heel oprecht dat je in de politiek niet moet toegeven aan de roep om simpele oplossingen. Zij die de populisten volgen, eindigen zelf als populisten. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, moet je in een democratie niet achter kiezers aanrennen. Je moet ze aankijken en desnoods dwars op straat gaan staan.’’

Nederland houdt in april een referendum over het EU-verdrag met Oekraïne. Wat vindt u daarvan?

„Het is niet aan de Commissie om te zeggen wat mensen moeten stemmen. Voor zover ik kan zien is de Commissie ook geen heel populaire instelling in Nederland. Maar als een volk naar de stembus wordt geroepen kan de Commissie wel zeggen wat het Europese belang is. Ik wil dat de Nederlanders goed begrijpen dat deze kwestie het Nederlandse belang overstijgt. Ik hoop van harte dat ze niet ‘nee’ zullen zeggen om redenen die niets met het verdrag zelf te maken hebben. Laten we het referendum niet veranderen in een referendum over Europa.

„Stel, maar ik geloof dat niet, dat de Nederlanders ‘nee’ zeggen, dan zou dat de deur openen naar een grote continentale crisis. Rusland zou de vruchten plukken van een gemakkelijke overwinning. Ik heb geen kritiek op het politieke systeem in Nederland, of op deze mogelijkheid om zich uit te spreken, maar ik zeg wel: kijk uit, dit kan het evenwicht in Europa veranderen. Zonder de burger te bedreigen, moet hij wel bewust gemaakt worden van zijn verantwoordelijkheid. Dus de Nederlandse kiezer moet op 6 april handelen als een Europese strateeg. Hij moet beseffen dat hijzelf Europa is. Ieder van ons is Europa.”

U zegt: kijk de kiezer in de ogen. Maar premier Rutte staat niet te springen om campagne te voeren rondom.

„Ik ga de keuzes van mijn vriend Mark Rutte niet becommentariëren. In 2005, tijdens het referendum over de Europese grondwet, is er door politici te weinig campagne gevoerd, uitzonderingen daargelaten, onder wie Frans Timmermans. Dat heb ik toen ook gezegd. Het resultaat kennen we. Regeringsleiders hebben voor dit akkoord met Oekraïne getekend en ik verwacht van iedereen dat hij het dan ook verdedigt.”

Rutte moet het dus gaan verdedigen.

„Ik denk niet dat hij het tegenovergestelde zal doen.”

    • Stéphane Alonso