Hou op, Raqqa is geen Dresden

Te vaak vergelijken we de conflicten in het Midden-Oosten met nazi-Duitsland. Iedere dictator is Hitler. Dat klopt niet, constateert Ian Buruma. Kijk liever naar de Dertigjarige Oorlog.

Russische bombardementen op Raqqa, op 8 december 2015 (links). Dresden, na de bombardementen in februari 1945 (rechts). Foto EPA/Reuters

Ted Cruz, wiens kans om president van de Verenigde Staten te worden niet helemaal denkbeeldig is, maakte onlangs duidelijk wat zijn oplossing zou zijn voor het IS-probleem. Hij zou bombarderen tot het zand begint „te gloeien in het donker”. Ook Donald Trump heeft niets dan bommen in het hoofd („bomb the shit out of ISIS”). En de zogenaamd meer gematigde Chris Christie dreigt zelfs met een oorlog tegen Rusland.

Na dergelijke krachttaal is het niet verwonderlijk dat volgens een recente opiniepeiling 30 procent van de Republikeinse kiezers voorstander is van een bombardement op ‘Agrabah’. Wat zij niet wisten, was dat Agrabah een denkbeeldige plaats is in een Disney-film, namelijk Aladdin. Het klonk Arabisch, en dat was genoeg.

Je kan denken dat Cruz en consorten bloeddorstige monsters zijn. Anders zeg je zulke dingen niet. Maar misschien is het meer het gevolg van een catastrofaal tekort aan morele verbeelding en historische kennis. Geen van de huidige presidentskandidaten heeft ooit een oorlog persoonlijk meegemaakt. Het is daarom mogelijk dat zij zich de consequenties van wat zij zeggen domweg niet kunnen voorstellen.

En toch hoef je niet zoveel van geschiedenis af te weten om te beseffen dat je een oorlog niet wint door eindeloos te bombarderen. Dit werkte niet in Vietnam, en het heeft ook niet veel kans op succes in Syrië of Irak. Zelfs nazi-Duitsland werd niet verslagen door bombardementen, al gingen bijna al hun steden eraan. Russische tanks hebben meer bijgedragen aan de ondergang van het Derde Rijk.

Een passende vraag aan het begin van het nieuwe jaar is of we überhaupt lessen kunnen trekken uit de historie. Niets herhaalt zich tenslotte ooit op precies dezelfde manier.

Ik denk niet dat kennis van het verleden ons kan vertellen hoe we in een crisis moeten handelen. Maar bepaalde patronen in het menselijk gedrag komen wel herhaaldelijk terug. Zonder die te kennen, is het moeilijk om je eigen tijd te begrijpen. Het probleem is echter dat politici en commentatoren te vaak naar de verkeerde voorbeelden in de geschiedenis grijpen om hun ideologische posities te staven.

Omdat historische kennis bij steeds meer mensen niet veel verder meer reikt dan de Tweede Wereldoorlog, worden voorbeelden uit de jaren dertig en veertig het vaakst misbruikt. Zodra we officieel worden opgeroepen om een of andere dictator te lijf te gaan, doemt het spook van Hitler op. Sceptici over overhaaste ‘preventieve’ oorlogen wordt steevast het jaar 1938 voor de voeten geworpen. Tegenstanders van de oorlog van George Bush Jr. in Irak waren appeasers, net als die sukkel van een Chamberlain die Hitler destijds zijn gang liet gaan in Sudetenland.

We staren ons zo blind op de Tweede Wereldoorlog dat we te gemakkelijk voorbijgaan aan andere parallellen uit het verleden – waar we misschien meer van kunnen leren. De huidige conflicten in het Midden-Oosten lijken bijvoorbeeld veel meer op de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) dan op de oorlog tegen Hitler.

Gedurende de Dertigjarige Oorlog werden grote delen van Duitsland en midden Europa geteisterd door plunderende huursoldaten die nu eens aan de ene en dan weer aan de andere kant vochten. Overal zaaiden zij dood en verderf. Boeren en burgers werden verkracht, gemarteld en vermoord of kwamen om in vreselijke epidemieën.

Vaak wordt aangenomen dat de Dertigjarige Oorlog, net als de huidige burgeroorlogen, in wezen ging om een religieus conflict, tussen katholieken en protestanten. Maar de werkelijkheid was gecompliceerder – net als nu trouwens. Huurlingen vochten voor iedereen die geld of voedsel bood. Het Vaticaan stond aan de kant van protestantse Duitse prinsdommen; het roomse Frankrijk steunde de Republiek der Verenigde Nederlanden tegen Spanje, en zo waren er wel meer allianties die religieuze grenzen doorkruisten.

Het ging voornamelijk om de hegemonie over Europa. Wie zou overheersen: het Franse huis van Bourbon of de Oostenrijkse Habsburgers? Geen van beide was sterk genoeg om het conflict te winnen. De strijd duurde en duurde en dit werd alleen maar erger gemaakt doordat verschillende machten zoals Zweden, Denemarken, Frankrijk, Engeland en Spanje zich ermee gingen bemoeien.

De vergelijkingen met de oorlogen in Syrië en Irak zijn treffend. IS komt voort uit een opstand tegen een shi’itisch bewind in Irak. De VS is een vijand van IS, maar het soennitische Saoedi-Arabië is dat ook. De echte strijd draait niet zozeer om sektarische verschillen binnen de islam, maar om de hegemonie in het Midden-Oosten. Iran en Saoedi-Arabië zijn de Bourbons and Habsburgers van nu, en worden gesteund door landen als Rusland en de VS die weer hun eigen belangen verdedigen. Natuurlijk zwepen beide kanten het religieus fanatisme opzettelijk op. Maar theologische conflicten verklaren niet waarom er geen einde lijkt te komen aan de catastrofe.

Sommigen denken dat alleen een grondige hervorming van de islam een oplossing kan bieden. Zo’n hervorming is op zichzelf vast geen slecht idee. Maar het is niet te hopen dat miljoenen mensen daarop moeten wachten om weer in vrede te kunnen leven.

En, alweer, sektarische verschillen – alawieten, shi’iten, soennieten etc. – spelen een rol, maar de oorlog gaat in de eerste plaats niet om een theologisch probleem, net zo min als dat het geval was in de Dertigjarige Oorlog. Bashir al-Assad is een alawiet die vecht om zijn dictatuur te behouden. IS is een revolutionaire beweging die strijdt om macht in een denkbeeldig kalifaat. Het conflict tussen Iran en Saoedi-Arabië is eerder politiek dan religieus.

Er waren momenten tussen 1618 en 1648 dat een politieke afhandeling mogelijk was geweest. Maar er was onvoldoende wil daar gebruik van te maken. De verleiding was te groot om net nog iets meer voordeel te trekken uit voortzetting van de strijd.

Het zou een tragedie zijn als de machten die betrokken zijn in de oorlogen van nu zulke kansen laten liggen. Voor een politiek akkoord is een compromis nodig. Daarvoor moeten vijanden met elkaar onderhandelen. Grootspraak over ‘tapijtbombarderen’ en ‘appeasers’ verlengen de doodstrijd slechts.

En daarvan worden we tenslotte allemaal de dupe.