Hoe lang kun je veelbelovend zijn?

Anouk Eigenraam is niet lang dertig meer maar zo voelt het niet, schrijft ze voor onze special over dertigers. En toch: "je kan tien jaar na je afstuderen echt niet meer aanstormend zijn. "
Illustratie Cristina Martins

Toen ik van de zomer onder een viaduct bij de Amstel fietste, zag ik een groepje jongens van een jaar of dertien stenen gooien naar een paar jongens aan de overkant van het fietspad. Ik kon niet meer remmen, dus ik dook weg. Een van de stenen scheerde langs mijn hoofd. Geschrokken stopte ik. Een van hen hield een stuk stoeptegel in zijn handen dat hij zo te zien als een soort olympisch discus werper wilde lanceren. Ik tierde: „Weten jullie wel hoe gevaarlijk dit is? Je had m’n hoofd kunnen raken! Stop hier onmiddellijk mee.” Terwijl ik woorden zocht om door te foeteren, klonk er een keiharde toenk. De discuswerper had zijn stoeptegel laten vallen. „Ja, mevrouw”, klonk het.

Ik was stomverbaasd over die volle overgave. Tot het besef ineens doordrong: voor hen was ik een mevrouw, iemand zoals hun moeder, die hen terechtwees.

Wanneer was dat gebeurd? Voor mijn gevoel was het nog maar zo kort geleden dat ik werd uitgelachen door hangjongeren als ik mopperde dat ze afval op straat achterlieten.

Er waren naast de opkomende voorhoofdsfrons natuurlijk al veel eerder aanwijzingen dat ik de jaren als twintiger verlaten had. Ik weet nog dat het meisje bij de kapper me jaren geleden plotseling vroeg of ik kinderen had. Voor haar was het een onschuldig kletspraatje; voor mij was dit drama zo ongeveer even groot als dat ze teveel haar had afgeknipt. De meltdown der ouderdom had zich aangekondigd. Weer buiten belde ik meteen een vriendin en riep door de telefoon: ‘we zijn niet meer jong! We zijn niet meer jong!’

Toen de kapper bij een van de navolgende bezoeken opmerkte dat ik een zilveren haar had hapte ik pas echt naar adem. Er was geen ontkomen meer aan.

Minivertrouwenscrisis

En dat is dan nog slechts het fysieke verval. Mentaal gezien, kreeg ik vooral klappen toen leeftijdgenoten plots hoofdredacteur werden. Of erger, staatssecretaris of minister. En dan zijn ze soms jonger dan ik.

Klaas Dijkhoff zorgde recent nog even voor een minivertrouwenscrisis. Niet in het kabinet, maar bij mij. Dijkhoff weet dat niet, dus ik kan het hem niet echt persoonlijk kwalijk nemen, maar toen hij staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd, dacht ik toch even: waar is het bij mij misgegaan? Heb ik die 7 stappen die ik afsta van Rutte, de verkeerde kant op gezet? Last time I checked was iedereen in mijn omgeving ontzettend druk met het dertigersdilemma. De keuzestress die dat met zich meebracht, verlamde ons jarenlang en liet ons doormodderen op het begane pad. Behalve bij mensen als Dijkhoff dan. Damn you, Klaas. Waar was jouw dertigersdilemma?

Het gevoel dat je ‘echt oud’ wordt, bekruipt me trouwens ook tussen mijn eigen collega’s. Die worden steeds jonger. Ik realiseer me dat sommige vacatures niet meer op mij van toepassing zijn. Al te vaak wordt er gezocht naar ‘jonge, aanstormende, veelbelovende talenten’, die net afgestudeerd zijn. Vooruit, ‘jong’, dat is een relatief begrip. Het is maar waartegen je het afzet, is het glas halfvol of halfleeg. ‘Aanstormend’ wordt wel enigszins pathetisch. Je kan tien jaar na je afstuderen toch echt niet meer aanstormend zijn. Dat zou zijn alsof de Duitsers in ‘45 nog steeds bezig zouden zijn met de landing in Normandië. En tot welke leeftijd kan je volhouden dat je ‘veelbelovend’ bent? Aan de zelfhulpboeken over werk en loopbaan te zien die gericht zijn op veertigplussers: tot je veertigste ongeveer. Daarna is het de truc om een ander carrièrepad in te slaan, opnieuw te beginnen. Doe een studie, stap over naar een andere sector, begin een bierbrouwerij of wat dan ook en voilà je geldt zo weer als een getalenteerde beginner.

Begin van het einde

Ik zag er enorm tegenop om dertig te worden. Want na je dertigste ben je hard op weg naar de veertig, daarna ben je al gauw vijftig, voor je het weet ben je zestig, zeventig ligt om de hoek en… etcetera. Dertig symboliseerde het begin van het einde.

Inmiddels weet ik beter. Er zijn na mijn veertigste nog zeeën van tijd om Klaas Dijkhoff op te volgen. En er zitten allerlei voordelen aan ouder worden. Zoals stenengooiende jongetjes die mevrouw tegen je zeggen.