Het Einde is nog niet in zicht

Het was een rustige jaarwisseling. Anders dan de jaren 2012, 2000, 1500, 1000 zaten er geen gelovigen bevend op een berg, in een kerk of in hun schuilkelders te wachten op de Apocalyps. Er waren geen doemprofeten, eindtijdvoorspellers of andere aanzeggers van een Armageddon, zoals in de voornoemde jaren. Niemand rende naakt rond over de Dam, zoals in 1535, onder het motto dat al het aardse voorbij was. Overigens is millenaristisch enthousiasme geen puur religieus tijdverdrijf. Eind 1999 zaten er genoeg seculiere eindtijdvoorspellers achter hun computer trillend de totale breakdown af te wachten.

Maar dit jaar hoefde de politie geen eindtijd-avangardisten te arresteren die meenden een handje te moeten helpen bij het openzetten van de poorten van hel en/of hemel. Ook IS hield zich rustig, al werden er wel wat voorzorgsmaatregelen genomen om de terroristische ruiters van de Apocalyps te ontmoedigen. Want inderdaad, eigenlijk is er op dit moment maar één bekende groep millenaristische activisten actief, en dat is IS. Op 11 april heeft Dirk Vlasblom in deze krant al een mooi overzicht gegeven van het eindtijddenken in jihadistische kringen. Het belang van dat denken wordt onderstreept in het glossy magazine van de organisatie, Dabiq, waarvan de titel verwijst naar de plaats waar het Laatste Gevecht zal plaatsvinden in de jihadistische overlevering.

Toch is het vreemd dat IS zo fanatiek bezig is met de eindtijd. Want wat al deze millenaristische groepen en activisten vanouds gemeen hebben, is een heel dogmatische opvatting over tijd, een opvatting die voortkomt uit de joods-christelijke traditie. Dat dogma houdt in dat de wereld een begin heeft (een schepping), vaak ook nog een midden (een goddelijke interventie via een openbaring, profeet of messias), en een einde (het laatste oordeel). Dat is een heel strikte, lineaire opvatting van tijd, waarin menselijke geschiedenis en heilshistorie samenvallen. Zo’n tijdsbesef impliceert van alles: dat er voortgang in de tijd zit, dat er een ontwikkeling is naar een doel, dat er ook een noodzaak van een ondergang en laatste oordeel is. Vooral impliceert dit lineaire verhaal dat ons aardse bestaan gewoon niet goed genoeg is.

Vandaar dat voor millenaristen de eindtijd niet snel genoeg kan komen. Zij wensen die verlossing liever vandaag dan morgen. En sommigen nemen zelf ook al een voorschot op het laatste oordeel, waarbij het kaf van het koren wordt gescheiden – en verbrand. Joden, katholieken, protestanten, plus nog allerlei sektes: de école du fin du monde heeft vele aanhangers, in meer of minder radicale vorm. En denk nu niet dat dit weer zo’n primitieve eigenschap van gelovigen is. Ons hele denken over tijd is er inmiddels van doordrenkt. Sinds de Franse Revolutie heeft het lineaire eindtijddenken allerlei modern-seculiere invullingen gekregen: of het nu gaat om het streven naar de heilstaat (via revolutie), naar raszuiverheid (via ethnic cleansing), anarchie of het consumptieparadijs (via de wetten van de markt): stilstaan is geen optie.

De overeenkomst tussen vooruitgangs- en ondergangsgeloof, van religieuze of seculiere snit, is het lineaire tijdsdenken. Maar het grote verschil zit in de beoogde reactie van de mens hierop. Wat wordt er van de gelovigen cq aanhangers verwacht: waken en bidden, of vooruitgrijpen op de wrake Gods? Heeft God/de markt/het ras een helpende hand nodig, of gaat het vanzelf? Wordt ’t Van Triers Melancholia of Spielbergs War of the Worlds?

In de islam ligt dat net weer anders. Christian Lange laat in zijn recente Cambridge-studie Paradise and hell in Islamic traditions prachtig zien dat in de islam het eindtijddenken in bovenstaande vorm niet goed past. Ten eerste worden mainstream moslims nauwelijks geteisterd door doemdenken over erfzonde en menselijke schuld. Lange spreekt zelfs over een ‘salvific optimism’, een verlossingsoptimisme (in vrijzinnig-protestantse termen nog het best te vergelijken met de ‘alverkiezing’: het komt met iedereen wel goed).

In de islamitische overlevering zijn Adam en Eva minder schuldig dan in de christelijke. En – de crux! – de mens is ook minder rigoureus uit het paradijs verdreven. Want dat is het tweede aspect: de (vroegmoderne) islamitische eschatologie herkent dat lineaire tijdsdenken niet zo, waarin de gebroken wereld uiteindelijk verlost moet worden. Er is sprake van één dimensie van tijd en ruimte, waarin aarde, hemel, paradijs en hel nu al (of nog steeds) min of meer naast en door elkaar bestaan. De niet-aardse werkelijkheid (al-Akhira) is niet gesitueerd voor of na de aardse tijd (al-Dunya), maar ernaast. De grens tussen die werelden is doorlaatbaar, er is zelfs sprake van een vermenging. Djinns (geesten) vliegen heen en weer, sommige planten komen rechtstreeks uit de hemel of hel, de Nijl en de Eufraat ontspringen in het paradijs, en er zijn ook concrete toegangspoorten tot die andere wereld, bijvoorbeeld onder de Tempelberg in Jeruzalem.

Zo bezien heeft IS ook ideologische bouwstenen ontleend aan moderne maakbaarheidsgedachten en sektarisch millenarisme. Zij zouden best wat islamitischer kunnen zijn.