Is dit dan wél het laatste interview met Arjen Lubach?

Arjen Lubach (36) is schrijver, tv-presentator, cabaretier en „over het algemeen best positief over de toekomst”.

Presentator en schrijver Arjen Lubach zei eind 2015 in een Volkskrant-interview: „Dit is mijn laatste interview mensen. Vaarwel.” Aanvankelijk bedankte hij voor medewerking aan deze bijlage. Vijf dagen later bedacht hij zich. Hij wilde toch meedoen, mits het interview plaats zou vinden per e-mail en dat er expliciet bij zou worden vermeld.

We interviewen voor deze bijlage mensen van rond de dertig op sleutelposities. Zie jij jezelf zo?

„Als ik dat soort dingen over mezelf ga verkondigen, mogen mijn vrienden me slaan. Mijn regel is: neem jezelf niet te serieus, maar je werk wel. Tegelijkertijd is ons televisieprogramma [Zondag met Lubach] – dat in de basis alleen de ambitie heeft om comedy te maken – wel agenderend gebleken. Het programma wordt soms genoemd in de Tweede Kamer, wordt gebruikt op debatavonden en we krijgen wekelijks mails van studenten en scholieren die onze items op universiteiten en scholen in de lessen kijken. Dus in die zin moet ik wat betreft het televisieprogramma toegeven dat we ergens iets teweeg hebben gebracht.”

Heb jij een ‘generatiegevoel’. Hebben de dertigers van nu overeenkomsten?

„Het begrip generatie is zwaar overschat. Het is slechts één manier om een groep mensen te classificeren en natuurlijk zul je dan op overeenkomsten stuiten. Maar dat geldt ook voor ‘alle schrijvers die voor hun 25ste debuteerden’. Of ‘alle televisiemakers met een blauwe Volvo’. Ik denk dat ik met evenveel gemak een reeks verwante collega’s uit deze tijd als een reeks verwante collega’s uit het verleden kan opnoemen. Zo af en toe verschijnt er in een krant of tijdschrift een stuk van een schrijver die namens een hele generatie spreekt. Alsof diegene de volmacht van de rest heeft gekregen en nu in NRC mag mopperen over hoe ‘onze’ generatie te veel op z’n smartphone kijkt in cafés. Ik wil me helemaal niet door die mensen laten vertegenwoordigen. Ik vind het ook van een beperkt inzicht getuigen als je doet alsof een aantal poppetjes die nu de media domineren als grootste gemene deler hebben dat ze in een bepaald decennium zijn geboren.”

Zijn de twintigers van nu anders dan jij was als twintiger?

„Geen idee. Ik denk niet dat er zoveel anders is voor iemand van 36 of 28. Toen ik 21 was, scoorde ik een hit [‘Jelle’, een parodie op een nummer van Eminem] in de Top 40. Thuis opgenomen op een computer, verspreid via internet. Net als de DJ-jongens van 21 van nu doen. Maar tegelijkertijd werden er van mijn plaatje ook nog vijftigduizend fysieke singles verkocht. Dat gebeurt nu niet meer. Die tijd was – wat muziek betreft – een spannend niemandsland. Je zou kunnen zeggen dat we daar nu ongeveer zijn aanbeland met de literaire wereld.”

Heb jij over tien jaar nog een ‘sleutelpositie’?

„Soms lees ik dat Zondag met Lubach voor een deel van de jongeren de enige manier is waarop ze überhaupt het nieuws tot zich krijgen. Dat vind ik even geweldig als verontrustend. Wie iets van de wereld wil vinden, moet zich op zoveel mogelijk manieren laten informeren, lijkt me. Maar toegegeven: het heeft me wel gesterkt in het idee dat televisie maken iets is dat bij me past en wellicht een langer leven is beschoren dan ik had gedacht.”

Hoe ziet de toekomst van dertigers eruit?

„Over het algemeen ben ik vrij positief over de toekomst. Niet over het leven als zodanig, het ontplofte dier dat er van de mens geworden is stemt eerder tot cynisme, maar de tendens die heerst onder sommige van mijn collega’s die op het podium staan en blijven roepen dat we met z’n allen naar de tering gaan, strookt niet met welvaarts-, criminaliteits- en gezondheidscijfers, oorlogen, educatie, ouderdomsvoorspellingen et cetera. Dus zolang de boosaardige wereldleiders met hun vingers van de kernknoppen afblijven, zie ik de wereld steeds beter worden.”