Column

Hardvochtig

Dat de uitslagen van Michael Boogerd tijdens zijn dopinggebruik geschrapt zijn, is billijk. Dat hij drie jaar na zijn bekentenis alsnog verbannen wordt uit het wielrennen is inhumaan en hardvochtig. Drie jaar is geen redelijke termijn voor een rechtzoekende. Met Boogerd is gepingpongd door de UCI en de Nederlandse en Belgische wielerinstanties. De gevolgde (non)procedure is een schandaal. Ook al klopt het juridisch, het slepende uitroken van een verdachte kan misschien voor een corrupte wethouder, maar niet voor een ex-wielrenner die veel van het maatschappelijke leven heeft in te halen.

De val van Michael Boogerd is nu definitief. Hij mag de komende jaren alleen nog toeschouwer zijn. Zelfs een renner een taartje of een drinkbus aanreiken is niet toegestaan. Daar is dan drie jaar over nagedacht. Daarmee is andermaal het bewijs geleverd dat het rechtsgevoel van wielerbonden al even waterig is als in de eerste de beste bananenrepubliek. Pap in de kop. Dat de strafmaat van Boogerd bewust is opgerekt na zijn weigering andere dopinggebruikers te verklikken, is zo mogelijk nog schaamtelozer. Inrichtende machten als de UCI en anti-dopingautoriteiten hopeloos losgezongen van hun klandizie. Je moet al zwaar ondervoed zijn om nog met Brian Cookson en Herman Ram aan tafel te willen zitten.

Jezuïeten.

Een witwasoperatie zou niet gepast zijn voor een taaie dopinggebruiker als Michael Boogerd. Van cortisonen tot epo en bloedtransfusies, het is allemaal door zijn lichaam gepasseerd. Op de straf zelf is weinig aan te merken, maar de treiterende timing deugt niet. Hij zit nu met een geblokkeerd leven, de toekomst deels geamputeerd, in uitgesteld relais.

Renners en fietsen zijn opgepoetst voor een nieuw seizoen. De schuurtjes staan leeg en dagelijks wordt urenlang getraind op landwegen of op stages in Spanje. Het landschap fleurt op van jongens op de fiets – het signaal dat de stille paniek van de winter het einde nadert. Wielrenners gaan het botten van de bomen vooraf.

Bij de val van een topsporter rukken moralisten uit met een ex cathedra canon van goed en kwaad. Het sleutelwoord van hun zeurrefrein is: voorbeeldfunctie. Hoogdravende begripsvorming. Zij die over de voorbeeldfunctie van een wielrenner of een voetballer staan te loeien laten zich vooral kennen aan dedain voor topsport. Waarom zou de voorbeeldfunctie van Michael Boogerd fataler zijn dan die van Rijkman Groenink? Of van Dirk Scheringa en Jos van Rey? Het kan toch niet zo zijn dat het soortelijk gewicht van moraal minder betekenis heeft in een limousine dan in een klikpedaal.

De schorsing van Michael Boogerd wekt weinig publieke verontwaardiging op. De eens zo geliefde volksrenner met onbedwingbare aanvalslust is reeds uit de verbeelding geschrapt. De duw in vergetelheid is nog de grootste straf voor een kampioen na dopinggebruik. Daar hoefde geen Berufsverbot bovenop. Je wil een hoopje ellende toch niet ontzeggen nog wat rond te dobberen in een volgwagen van Roompot.

Dirk Scheringa reist de polder af met lezingen over succesvol ondernemen en bankieren. Michael Boogerd mag zich voor de Amstel Gold Race niet eens meer vertonen aan de bus van Lotto. Het zuiveringsritueel is al even hypocriet en selectief als de strijd tegen doping zelf. Het heeft maar een haar gescheeld of de beste Belgische wielrenner, Greg Van Avermaet, was twee jaar geschorst voor een vermeende ozonkuur. Zullen we dat dopingfolklore noemen?

Straks zien we Steven de Jongh en Ivan Basso als ploegleider en manager genieten van de heerlijke geur van masseerolie in het peloton. Hun dopingbiecht heeft gelukkig niet het hele leven verwoest. Het hele leven? Daar komt Michael Boogerd niet meer aan toe.