Getalenteerd ontsnappingskunstenaar

Als jong meisje werkte Hilde Goldberg (1925-2015) in een crèche bij de Hollandsche Schouwburg, en later in Bergen-Belsen. Haar ouders vond ze niet meer terug.

Hilde Jacobstahl, opgegroeid in Amsterdam, trouwde na de oorlog metMax Goldberg, een Zwitserse arts. Foto’s privé-archief

‘Ze was een lief meisje”, zegt Sieny Cohen. „Verlegen”, vult Harry Cohen aan. „Weet je nog hoe goed ze met de kinderen was”, vraagt Sieny aan Harry. Ze bladert door een fotoboek uit de oorlogsjaren. „Kijk, dat is Hilde. Wat had ze toch een serieus koppie.”

Sieny (91) en Harry (95) wonen in zorgcentrum Beth Shalom in Amsterdam. De oorlog, die zij als jong getrouwd stel in de onderduik overleefden, figureert vaak in hun gesprekken. En ja, zo af en toe komt ook Hilde Goldberg – toen nog Hilde Jacobstahl – ter sprake.

Hilde Goldberg overleed op 3 december in de Verenigde Staten. Ze was 90 jaar oud. In de oorlog werkte ze met Sieny als kinderverzorgster in de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Harry bracht „nare boodschappen” over bijvoorbeeld afgevoerde familieleden naar de crèche.

De crèche was een modern kinderdagverblijf, met speciaal meubilair en sanitair voor peuters. Er werden vooral kinderen van Joodse marktkooplui ondergebracht; de crèche stond aan de rand van de voormalige jodenbuurt. De paar niet-Joden die er in 1941 nog zaten – kinderen en verzorgers – werden op last van de Duitsers verwijderd. In 1942 werd de instelling een dependance van de Hollandse Schouwburg, van waaruit Joodse gevangenen op transport werden gesteld.

Hilde meldde zich in 1941 bij de crèche voor een opleiding tot kinderverzorgster. „Ze wilde eigenlijk kinderarts worden”, vertelt dochter Rita Goldberg vanuit de VS. „Daarvoor moest ze naar de universiteit, maar de Duitse bezetter had datzelfde jaar bepaald dat Joden alleen nog naar Joodse lycea mochten. ‘Dat wordt niks’, zei ze. ‘Ik volg wel een opleiding bij de crèche’.”

Harry Cohen herinnert zich dat Hilde van streek was toen zij op de crèche hoorde dat haar oom in de Hollandsche Schouwburg zat. Zij kon zijn deportatie niet voorkomen, noch die van haar ouders, die in Auschwitz werden vermoord. Rita Goldberg: „Hilde heeft haar ouders een paar keer uit een truck getrokken. Ze droeg een uniform, dat maakt indruk op de Duitsers. Haar toon was autoritair: deze mensen staan onder protectie van bla, bla, bla – en dan riep ze maar wat.”

Hoewel ze pas zeventien was, werkte Hilde al samen met het studentenverzet. „Dan liep ze van de crèche naar de Schouwburg om moeders te overreden hun kinderen af te staan”, vertelt Rita Goldberg. „Veel kinderen werden bij de achterdeur van de crèche door het verzet opgepikt en elders ondergebracht.” Zo’n zeshonderd kinderen zouden op die manier aan de dood zijn ontsnapt.

Nadat haar ouders in de zomer van 1943 op transport waren gesteld, vluchtte Hilde naar België, waar haar broer Jo in het verzet zat. In haar boek Motherland: Growing up with the Holocaust beschrijft dochter Rita hoe Hilde van uiterlijk, nationaliteit en religie veranderde om de Duitsers om de tuin te leiden. Haar talenknobbel kwam daarbij goed van pas. De ene week was zij een Nederlands lid van de gereformeerde kerk, de andere week een vrome katholieke Française. „Mijn moeder was een ontsnappingskunstenaar”, lacht Rita Goldberg.

Dankzij haar talenknobbel kreeg Hilde in april 1945 toestemming van het Britse leger om in Bergen-Belsen te gaan werken als hulpverlener-tolk. „Dat mochten maar weinig vrouwen”, zegt Rita Goldberg, die huiveringwekkende ooggetuigenverslagen kreeg van haar moeder. „Hilde heeft heel wat uitgemergelde lichamen omgedraaid. Ze hoopte in het kamp haar ouders te vinden. Op een dag werd ze herkend door een vrouw. ‘Hé, Hilde’, riep zij. ‘Je ouders zijn dóód!’”

Over het lot van haar ouders heeft Hilde zich altijd schuldig gevoeld, vertelt Rita. „De nacht dat zij werden opgepakt in Amsterdam, verkende Hilde een onderduikadres buiten de stad. Ze rook onraad, keerde terug, maar was te laat.”

Hilde werkte twee jaar in Bergen-Belsen, waar ze een kinderdagverblijf opzette voor wezen en kinderen van statenloze burgers. Ze werd er ook verliefd op Max Goldberg, een Zwitserse arts. Het stel verhuisde in 1950 naar de Verenigde Staten, waar Hilde een kinderdagverblijf voor alleenstaande moeders oprichtte. Dertien jaar voor haar dood kreeg ze de diagnose Alzheimer.

Hilde Goldberg was ook één van de mensen die Otto Frank na de oorlog aanmoedigden het dagboek van zijn dochter Anne te publiceren. De families Jacobsthal en Frank waren voor de oorlog van Duitsland naar Nederland geëmigreerd. Hilde werd hartsvriendin van Anne’s oudere zus Margot, ze kwam vaak bij de familie Frank over de vloer. „Een detail waar mijn uitgever mee te koop loopt”, vertelt Rita Goldberg. „En ja, dat geeft gemengde gevoelens. Mijn moeder was veel meer dan een bekende van Anne Frank.”