Frisse jongens, die Romeinen

Romeinen gingen vaak in bad, maar hun badwater was vies. Net als hun eten. Gevolg: overal wormen.

foto Thinkstock

Romeinen staan bekend als een superschoon volk. Zo’n 2.000 jaar geleden bouwden ze in Europa badhuizen, waterleidingen en openbare wc’s met een wasgelegenheid. Ze legden rioleringen aan en maakten wetten tegen het neergooien van afval en poep.

Maar was het echt lekker fris bij de Romeinen? Welnee, zeggen Britse onderzoekers, het Romeinse rijk was een bolwerk van parasieten. De Romeinen gingen wel heel vaak in bad, maar ze hadden even vaak vlooien als de Vikingen die eeuwen later zelden of nooit baadden.

De onderzoekers ontdekten sporen van parasieten in oude Romeinse wc’s, lijken, versteende drollen en kleren. Bij sommige opgravingen lagen kammen, waarmee de Romeinen waarschijnlijk dagelijks de luizen uit hun haar haalden.

Onder Romeins bestuur waren er zelfs meer parasieten dan in de eeuwen daarvoor. Hoe kwam dat? Misschien doordat die baden zelden werden verschoond. Het badwater was zo vuil dat er schuim op dreef. Het water was zo warm dat allerlei wormpjes er prettig konden leven en van de ene naar de andere bader konden overstappen.

De Romeinen hadden vooral last van vislintworm, die in je darmen kan komen als je besmette rauwe vis eet. De Romeinen waren namelijk dol op ‘garum’. Deze vissaus was de ketchup van de oudheid; de Romeinen goten die over al hun eten. Ze maakten de saus door rauwe vis, zout en kruiden in grote kruiken te laten gisten in de zon – met misschien wormeneitjes erbij.

De Romeinen brachten hun glarum naar alle uithoeken van het rijk. Zo kwamen daar niet alleen waterleidingen, maar ook wormen.