‘Er moet iets ontstaan tussen fotograaf en geportretteerde’

Foto: Vincent Mentzel

De wedstrijd ‘Nederland Fotografeert’ loopt in 2016 door. Lezers kunnen ook dit jaar foto’s insturen rond een maandelijks thema. In januari: Portret.

Vincent Mentzel (1945) fotografeerde 40 jaar lang voor NRC de nieuwsbepalende gezichten, van Joop den Uyl en Boris Jeltsin, Man Ray, Muhammad Ali tot Mick Jagger. Zijn portretten van koningin Beatrix zijn gebruikt op de Nederlandse munt en postzegel.

Bij dit artikel staat een persoonlijke favoriet: een foto van Isabella Rossellini, die hij in 1997 voor bij een interview in de krant maakte. De actrice was in Antwerpen voor de opnames van de film Left Luggage. „De omstandigheden waren eigenlijk ronduit slecht”, vertelt Mentzel over de opname. „Het was een treurige avond, donker en regenachtig. Gelukkig vonden we een lantaarnpaal die fel licht gaf. Om dat licht in haar ogen te vangen, heb ik haar gevraagd omhoog te kijken. Achteraf bleek het hele beeld goed scherp, waardoor je ook mooi haar geleefde handen met ouderdomsvlekjes ziet.

„Collega’s dachten dat ik de foto in een studio gemaakt had, maar het was dus gewoon op straat. Ik ben gewend om op locatie te werken zonder extra flitslampen. Ik begon eind jaren zestig als assistent van theaterfotografe Maria Austria. Zij werkte in schouwburgen altijd met het natuurlijk invallende licht of met de aanwezige theaterlampen.

„Ik probeer mijn foto’s altijd zo waarachtig mogelijk te maken. Het mooist vind ik vaak de zogenaamde off-foto’s, beelden van vlak voor of na de pose die iemand voor de foto wil aannemen. Ik vind het spannend om daarnaar op zoek te gaan. Soms doe ik zelfs alsof ik al inpak waardoor het model zich weer gaat ontspannen.

„Het helpt om mensen in hun eigen omgeving te fotograferen. Ik heb het gevoel dat in een studio met flitslampen, assistenten en visagie mensen sneller verkrampen. Ik drink ook graag eerst een kopje koffie of een glaasje wijn. Er moet een moment van harmonie zijn, iets ontstaan tussen fotograaf en geportretteerde. Tegen een heel hooggeplaatst persoon heb ik ooit gezegd: ‘Mevrouw, we moeten wel een paar minuutjes van elkaar houden.’”