Column

Dichte grenzen binnen Europese Unie zetten deur open voor het uiteenvallen van Europa

Het vluchtelingen- annex migratievraagstuk staat met stip bovenaan de agenda van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie dat op 1 januari is begonnen. Bij het bezoek van de Europese Commissie aan Nederland, afgelopen donderdag, stelde premier Rutte dat het slagen van de halfjaarlijkse leiding over de Unie aan dit onderwerp zal worden afgemeten. Volgens hem moeten de komende tijd de aantallen omlaag en zal sprake moeten zijn van een eerlijke verdeling over de lidstaten. Tegelijk waarschuwde Rutte voor te hoog gespannen verwachtingen. Het probleem wordt niet van de ene op de andere dag opgelost.

Uitvoering van al eerder binnen de Europese Unie aanvaarde plannen is cruciaal. Dit is niet alleen noodzakelijk om de aanhoudende stroom vluchtelingen ordentelijk op te vangen, maar ook om het vertrouwen in, en de geloofwaardigheid van de Europese Unie te herstellen. Dat is hard nodig. Het overzicht met resultaten dat Luxemburg – de voorganger van Nederland als voorzitter – vorige maand op dit terrein presenteerde, illustreert op pijnlijke wijze het falen. In juli van het afgelopen jaar werd afgesproken dat 160.000 vluchtelingen over de 28 lidstaten van de Unie zouden worden verdeeld. Een half jaar later bleken in totaal 184 vluchtelingen daadwerkelijk volgens de overeengekomen verdeelsleutel te zijn ondergebracht. Het is een schrijnende illustratie van het verschil tussen papier en praktijk.

Ondertussen gaat de ongereguleerde stroom vluchtelingen gewoon door. Het leidt tot onorthodoxe maatregelen van individuele lidstaten. Begin deze week introduceerde Zweden controles bij de grens met Denemarken. Dit was weer een reactie op het besluit van Denemarken om controles uit te voeren bij de grens met Duitsland. Een duidelijk voorbeeld van een domino-effect waarbij het wachten is op het volgende land.

Nu is het controleren aan de grens iets wezenlijk anders dan het sluiten van de grenzen. Het is ook niet in strijd met het Verdrag van Schengen dat een onbeperkte doorgang van burgers binnen Europa garandeert. Dit verdrag voorziet in incidentele controles. Ook Nederland kent al sinds jaar en dag vliegende grensbrigades van de Koninklijke Marechaussee die zich in de praktijk vooral richten op asielzoekers.

Denemarken en Zweden hebben hun grenzen niet gesloten, maar tegelijkertijd zijn deze verscherpte controles onder de huidige omstandigheden wel degelijk een signaal. Een signaal aan de lidstaten van de Europese Unie dat ze nu toch echt serieus werk zullen moet maken van de afspraken over het verdelen van de vluchtelingen. Hetzelfde geldt voor Turkije. Met dit land is in ruil voor drie miljard euro en de belofte dat de toetredingsonderhandelingen met de EU zullen worden heropend, een akkoord gesloten over het dichthouden van de grens met Europa. Maar het gaat allemaal niet erg hard. Niet voor niets had Europees Commissaris Timmermans het deze week in Amsterdam over „een lange weg” die nog moest worden afgelegd.

Blijven concrete zichtbare resultaten uit, dan dreigen centrifugale krachten binnen de Europese Unie de overhand te krijgen en gaan de grenzen van lidstaten écht dicht. Die grenzen zijn indertijd bewust geopend. Nederland als export- en transportland weet bij uitstek wat hier de voordelen van zijn. Maar het gaat om meer. Een onderling voor elkaar afgesloten Europese Unie is een stap op weg naar een dode Europese Unie.