De VVD bepaalt wie de voorzitter wordt

Deze week kiest de Kamer een nieuwe voorzitter. De VVD-fractie heeft daarbij veel invloed. Kiezen ze voor een CDA’er of een PvdA’er?

Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg (CDA), Kamerlid sinds maart 2007, en Khadija Arib (PvdA), Kamerlid sinds mei 1998.

Veertig VVD’ers bepalen komende woensdag, aan het begin van het nieuwe politieke kalenderjaar, wie de nieuwe Tweede Kamervoorzitter wordt.

Steunen de liberale Kamerleden de kandidaat van coalitiepartner PvdA, dan volgt Khadija Arib hun in december afgetreden partijgenoot Anouchka van Miltenburg op. Schaart de VVD-fractie zich collectief achter tegenkandidaat Madeleine van Toorenburg (CDA), dan krijgt zij met steun van andere oppositiepartijen waarschijnlijk genoeg stemmen. Het is ook nog mogelijk dat de hele verkiezing op zijn kop wordt gezet wanneer zich op het laatste moment een VVD’er kandideert, Ton Elias bijvoorbeeld. Mits deze door zijn eigen en andere rechtse fracties gesteund wordt, komt hij in een tweede stemronde tegenover Arib of Van Toorenburg te staan.

De VVD heeft na het debacle met Van Miltenburg en de vele affaires rond prominente liberalen bewust geen eigen kandidaat naar voren geschoven. Ons past bescheidenheid, luidt het motto. Grappig genoeg is de partij daardoor juist kingmaker.

Meestal maakt coalitie afspraak

Voorlopig gaat de strijd tussen Arib en Van Toorenburg. Meestal maken coalitiepartijen afspraken over het steunen van elkaars kandidaten, maar deze keer is verre van zeker dat VVD’ers op Arib zullen stemmen. Andere PvdA-kandidaten hadden op meer steun kunnen rekenen dan zij, lijkt het. Dat maakt de toch al onvoorspelbare stemming – schriftelijk en anoniem – nóg spannender. Al eerder kwamen er verrassende winnaars uit de bus. Zo versloeg VVD’er Frans Weisglas in 2002 de officiële kandidaat van zijn fractie, Annemarie Jorritsma. Als de VVD woensdag verdeeld stemt, wordt de uitslag helemaal onvoorspelbaar.

Wie er ook wint, hem/haar wacht een lastige taak. De voorzitter leidt niet alleen de plenaire vergaderingen, maar geeft ook leiding aan honderden ambtenaren. En aan het Presidium – het dagelijks bestuur van de Kamer, dat onder Van Miltenburg de reputatie verwierf van een ruzieclub.