Column

Brussel kan niet meer wegkijken van Polen

Een prominent politicus kreeg laatst de vraag waarom zijn ‘bloedgroep’, de Europese conservatieven, de Hongaarse autoritaire premier Orbán de hand boven het hoofd blijft houden. Hij zei ontwijkend: „Ga eerst eens aan de Europese socialisten vragen wat zij doen met regeringsleiders in hún groep die de kantjes eraf lopen. De socialisten hebben meer probleemgevallen dan wij.”

Zulke uitvluchten volstaan niet meer, nu ook Polen de onliberale weg is ingeslagen. Polen zit in het hart van de Europese besluitvorming. De koers van de aartsconservatieve partij voor Recht en Rechtvaardigheid, die nu aan de macht is, beïnvloedt de koers van Europa.

Zolang het ‘slechts’ Roemenen, Bulgaren, Slowaken, Tsjechen of Hongaren waren die onafhankelijke instellingen als de rechterlijke macht, de pers, corruptiebestrijders en mededingingsautoriteiten beknotten en manipuleerden, kon de rest van Europa de andere kant opkijken.

Jazeker, zei men in Brussel en andere hoofdsteden, het was problematisch dat regeringen van de nieuwe lidstaten precies die instellingen marginaliseerden die ze hadden moeten opzetten om EU-lid te kunnen worden. En ja, hun houding over de vluchtelingen was abject: wel Europese subsidies incasseren, maar weigeren Duitsland of Griekenland te helpen bij de opvang – om maar te zwijgen van de islamofobe uitspraken van de Slowaakse premier.

Maar, hoorde je dan: dit was de periferie van Europa. Ze waren lang dictatoriaal bestuurd, hadden weinig liberale ervaring en waren bijna allemaal etnisch homogeen. Je moest ze tijd gunnen om liberale, democratische ervaring op te doen – hoelang had dit West-Europa wel niet gekost?

Recentelijk wezen velen, opgelucht, op Roemenië. Dat had toch een decente president gekozen, met Duitse wortels nog wel? En na het vertrek van de maffiose premier Ponta in november zat het weer op het rechte pad? Dingen konden, kortom, ten goede keren.

Zo redeneren gaat niet voor Polen op. Dit anti-Russische land speelt een sleutelrol in de Europese buitenland- en energiepolitiek. Polen is groot, zijn stem weegt zwaar. Toen meerdere Oost-Europese landen afgelopen najaar geen verdeling voor vluchtelingen wilden, werden zij door een meerderheid overruled – dankzij Polen dat, nog onder de oude regering, op de valreep alsnog vóór stemde.

De kans dat zoiets weer gebeurt, is nihil. Nu neemt Polen in deze kwesties de natuurlijke leiding over de Visegrad Vier, een eurosceptische groep (met Hongarije, Tsjechië en Slowakije) die in Brussel vooral bezig is Europa te verwateren. Juist omdat dat Europa de ‘periferie’ straffeloos heeft laten aanmodderen, is de nieuwe regering in Warschau haar ambtsperiode voortvarend begonnen. Het constitutionele hof werd buitenspel gezet. Er kwam een mediawet die nog meer politieke inmenging in de journalistiek toelaat. Er zijn plannen om bedrijven met buitenlandse eigenaars aan te pakken. Er komt „meer patriottisme” in schoolboeken. Socialisten noch conservatieven hebben hier greep op: Recht en Rechtvaardigheid is van geen van beide lid.

Dat Polen ‘om’ is, gaan we in de Europese politiek merken. Het helpt de Britten wellicht om de EU verder te verwateren. Angela Merkel krijgt het moeilijker een ‘open’, solidair Europa te verdedigen. Voor andere nationalistische partijen in Europa die de liberale elite verachten, is Polen een inspiratiebron.

De ‘Weimar-formule’, waarbij Duitsland en Frankrijk steeds vaker in driemanschap met Polen optraden, kan weleens passé zijn. De Europese verdeeldheid over de Ruslandpolitiek zal groeien. Parijs en Berlijn zijn sterker op elkaar aangewezen. Het naoorlogse open Europa verschrompelt. Nog even en het is verdwenen.