Blair en Clinton zagen zichzelf als psychiaters

Tony Blair en Bill Clinton belden vaak met elkaar. Ze bespraken Poetin, Noord-Ierland en het terrorisme.

Tony Blair en Bill Clinton in New York in 2010. Foto Mark Lennihan/AP

Het is 8 februari 2000 en in een van hun telefoongesprekken nemen de Amerikaanse president Clinton en de Britse premier Tony Blair een collega door.

„Poetin heeft een geweldig potentieel, denk ik”, zegt Clinton tegen Blair. „Ik denk dat hij erg slim en bedachtzaam is. Ik denk dat we nog veel goeds met hem kunnen bereiken.”

In de meer dan 500 pagina’s transcripties van telefoongesprekken tussen de twee leiders die donderdag na een aanvraag van de BBC door de Clinton Presidential Library zijn vrijgegeven, is geen spoor van formaliteit te vinden. De gesprekken, gevoerd tussen mei 1997 en december 2000, de drie jaar dat de twee samen aan de macht waren, tonen niet alleen een nauw bondgenootschap, maar ook veel male bonding.

Na het sluiten van het Belfast-akkoord over Noord-Ierland in 1998, dat mede tot stand kwam door langdurige bemiddeling van Clinton, kijken de twee bijvoorbeeld terug op de onderhandelingen. „Uiteindelijk zijn we deels onderhandelaar, deels therapeut, deels leider”, concludeert Blair. Clinton beaamt: „We kunnen misschien nog wel eens een boek schrijven over onze rol als psychiaters.”

Tot de terugkerende thema’s in de transcripties, waarvan vooral een aanzienlijk deel van Tony Blairs woorden is weggelakt, behoren naast Noord-Ierland de Kosovo-crisis en de verkiezingscampagnes van Al Gore en George W. Bush in 2000 in de VS. Soms is het de waan van de dag die de gesprekken bepaalt, soms doen de twee accurate voorspellingen. Zo zegt Clinton dat terroristen uit het Midden-Oosten en Afrika wel eens een groot probleem kunnen worden. En een andere keer dat Clinton de lof zingt van Poetin, heeft hij ook een bedenking: „Hij zou wel eens troebel kunnen worden wat democratie betreft.”

Saddam Hoessein bellen

Als mensen niet willen meewerken steekt frustratie de kop op. In 1998 lijken de vingers van Bill Clinton te jeuken als hij, tijdens de Amerikaanse bombardementen op Irak, Saddam Hoessein wil duidelijk maken dat hij niet per se uit is op diens leven. „Als de pers me niet beperkte, zou ik de son of a bitch gewoon bellen”, zegt Clinton. „Maar dat is zo’n zwaar beladen beslissing in Amerika. Ik kan dat niet doen en ik denk jij evenmin.” Via een intermediair heeft hij Saddam dan al lang laten weten dat die persoonlijk niets te vrezen heeft, vertelt hij Blair.

De twee informeren regelmatig naar elkaars vrouwen en gezinsleven. In 2000 verwacht Blair zijn vierde kind. Clinton, bijna president-af, biedt Blair aan te komen babysitten. Vanaf januari heeft hij toch alle tijd: „Je zei dat je mijn werk met de Derde Weg wilde voortzetten. Nou, dit is het: Blair helpen werk en gezin te combineren.” Opvallend is dat de naam van Monica Lewinsky ondanks alle huiselijkheid niet valt.

De twee bellen elkaar ook bij schokkend nieuws, zoals de dood van prinses Diana. „Ik zal haar persoonlijk zeer missen. Het is alsof er een ster gevallen is”, zegt Blair. Clinton maakt zich erge zorgen over de prinsen William en Harry.

Blair en Clinton geven elkaar graag complimenten. Maar ze zijn soms ook dik tevreden met zichzélf. „Hoe langer je in deze business rondhangt”, zegt Clinton in 1998 (des te meer), „wordt duidelijk dat maar weinigen per ongeluk zo ver komen. Ze delen dit type baan niet zomaar uit.”