Beijing lijkt greep op zijn economie kwijt

In de overheidspropaganda wordt de inzakkende beurs als een ‘gezonde correctie’ afgeschilderd.

Parade in de Chinese stad Xiangyang. In China begint volgende maand het Jaar van de Aap. Foto Getty Images

Nog een paar weken en dan vindt in China op 8 februari de jaarwisseling plaats en begint het Jaar van de Aap, de vrolijkste en meest energieke van alle dieren in de Chinese horoscoop. Maar alles wijst erop dat 2016 het Jaar van de Neergaande Beer zal worden, grapte een Chinees-Amerikaanse beursanalist op twitter.

Niet alleen China, maar ook de grote grondstoffenproducerende landen staat allerminst een opgewekt jaar te wachten.

Het is waar dat de Chinese beurzen, die door het grote aantal kleine beleggers vaak meer weg hebben van casino’s, eilanden van speculatie zijn in een zee van gestage economische ontwikkeling. En toch kunnen de wilde bewegingen in de financiële gokhallen niet helemaal losgekoppeld worden van de ‘echte’ wereld.

Langzaam bereiden de Chinese autoriteiten hun 1,3 miljard landgenoten voor op pijnlijke tijden, de propaganda is in korte tijd veel minder pocherig van toon en er wordt veel zendtijd en inkt besteed aan het uitleggen van de situatie en de plannen om een catastrofe te vermijden. Op zich, zeggen partijleiders en economen, is het goed en volkomen normaal dat de tijden van groei met dubbele cijfers en oververhitting voorbij zijn. In koor wordt geroepen hoe gezond deze ontwikkeling is.

Feit is dat voor tientallen miljoenen kleine en grote beleggers en werknemers in oude industrieën de overgang van de traditionele exporteconomie naar een nieuwe diensteneconomie uiterst pijnlijk zal zijn.

Ingrijpende verbouwing

Zonder dat openlijk te verklaren lijken de Chinese leiders de gevolgen van de meest ingrijpende verbouwing sinds de invoering van de markteconomie en de zogeheten opendeurpolitiek in 1978, te willen verzachten. Bedrijven worden gesubsidieerd om personeel in dienst te houden en de meest recente devaluatie van de Chinese renminbi ten opzichte van de dollar moet ook in dat licht gezien worden.

Een zwakkere Chinese munt maakt de Chinese export competitiever, zeker in vergelijking met andere lagelonenlanden zoals Vietnam, Indonesië en Mexico. Niet verwonderlijk dat in deze landen gevreesd wordt voor een regionale valutaoorlog. Wat analisten in hoge mate bevreemdt, is dat de Chinese autoriteiten eerst probeerden de munt juist te ondersteunen met miljarden extra renminbi’s. De Chinese premier Li Keqiang, een hooggeleerde econoom, en de Centrale Volksbank staan openlijk bekend als tegenstanders van muntdevaluaties om de export te steunen, juist vanwege de risico’s van een valutaoorlog. Zijn zij zelf van mening veranderd of daartoe gedwongen?

Dat leidt tot andere politieke vragen: wie heeft de leiding over de tweede economie van de wereld en zijn de blijkbaar verdeelde Chinese leiders in staat het beschadigde vertrouwen te herstellen? Dat vertrouwen is duidelijk ondermijnd door de paniekerige reacties op heftige koersdalingen afgelopen zomer en deze week.

Maar ook de draconische maatregelen tegen speculatie, de raadselachtige verdwijningen van Chinese topmanagers en het gemanipuleer met de koers van de renminbi hebben het vertrouwen in het bestuur totaal ondermijnd.

Sterke man

Officieel leidt premier Li Keqiang alle financieel-economische staatsinstellingen, waaronder de Centrale Bank en de beursautoriteiten. Echter, een jaar na zijn aantreden als partijleider en president heeft Xi Jinping de ‘Centrale Leidende Groep voor Financiële en Economische Zaken’ gevormd. Xi heeft in de afgelopen twee jaar veel macht naar zich toe getrokken, hij ontpopt zich als een sterke man naar het voorbeeld van Deng Xiaoping, maar heeft van economie naar verluidt geen verstand.

Het lijkt erop dat niemand nog een besluit durft te nemen zonder goedkeuring van Xi. Markthervormingen en verdere liberalisering van de economie worden door Xi met de mond beleden, maar hij lijkt geen tempo te maken met de uitvoering daarvan. Sterker nog, hij lijkt de chaos op de beurs vooral te zien als een kans om zijn campagne tegen corruptie verder uit breiden en de machtspositie van hemzelf en die van de Communistische Partij te versterken. Van een uit de economie terugtredende communistische partij annex overheid is weinig te merken. Chinese leiders hebben een historisch verklaarbare angst voor chaos na de oorlogen en politieke experimenten van vorige eeuw.

De afzwakking van de economische groei en de snelle beursbewegingen lijken de partijtop niet alleen te hebben verdeeld, maar ook hoogst onzeker gemaakt te hebben. Niet helemaal verwonderlijk , nu het onuitgesproken contract tussen communistische partij en bevolking – wij leveren groei, jullie accepteren onze machtspositie – onder druk staat.

Uiteraard krijgt de nieuwe economie ruim baan en gaan er miljarden naar onderzoek en ontwikkeling, maar tegelijkertijd worden fundamentele hervormingen (van de landbouw en het rentebeleid) steeds opnieuw uitgesteld. Na meer dan 30 jaar onafgebroken groei is China in nieuw vaarwater gekomen en het enige duidelijke antwoord is het verstevigen van de greep op de samenleving om sociale stabiliteit te verzekeren. De aap, die nu al in vele gedaanten in het Chinese straatbeeld verschijnt, heet ook zeer creatief, humoristisch en talentrijk te zijn. Geen van de huidige leiders is geboren in een Jaar van de Aap.