Beatrice de Graaf (39), hoogleraar conflict en veiligheid

Ik ben een kind van de generatie die in de brugklas zat toen de Muur viel en daarvoor al hoorde dat de Koude Oorlog ten einde liep. De jaren negentig waren zorgeloze jaren, met voorspoed, welvaart en een sterk vooruitgangsgeloof. We kregen computers! Die periode eindigde met de aanslagen van 9/11.

„Uit onderzoek weten we dat generaties niet erg door leeftijd worden bepaald, maar wel door het meemaken van dezelfde grote gebeurtenissen.

„Daarom is er verschil tussen jonge dertigers en oude dertigers, zoals ik. Wij ouderen hebben herinneringen aan de economische crisis en de koude oorlog. Ik weet nog dat Nikes te duur waren, dat ik bessen plukte om een bioscoopkaartje te betalen. De jongere dertigers zijn meer twintigers, voor wie consumeren normaler is.

„De oudere dertigers hebben geluk. Nog net gevormd door een hardere tijd, maar wel veilig opgegroeid, met – denk ik – meer geloof in de publieke zaak. Wij hebben geleerd hard te werken en boeken te lezen.

„Kortom: klaar om de macht over te nemen! Haha. Maar echt, voor die jongere helft kan het wel eens moeilijk worden om uit die luxe bubbel te komen. Bij de generatie vóór mij valt het stabiele engagement op. Gedreven door collectieve idealen, die dan neerslaan in lidmaatschappen van besturen. Een groot verschil met de jongeren, die zijn echt geen lid meer van allerlei clubs. Die hebben een netwerk, korte acties. Het is geen verschil in idealisme, maar wel in langdurige commitment. Het is het verschil tussen een levenslang lidmaatschap en een flashmob. Dan denk ik wel eens: wie gaat dat bestuurswerk straks allemaal overnemen?”