‘Alleen kattenfilmpjes zijn stabiel populair’

VVD-staatssecretaris Klaas Dijkhoff (34) draagt geen tassen vol dossiers, wel een Apple Watch, tablet en laptop. Hij zou het liefst even appen om dingen te regelen.

Als je bijna 35 jaar bent en je bent staatssecretaris, met één van de moeilijkste portefeuilles van dit moment, dan heb je het al wel zo’n beetje gemaakt in de politiek. Hoe ziet zo’n bestuurder zijn eigen rol, zijn ambities en de wereld waarin hij leeft? En welke rol speelt zijn generatie daarin? 

De snelle carrière van Klaas Dijkhoff (woensdag wordt hij 35) is grotendeels toeval, zegt hij zelf. Dat zeggen alle politici als je ze ernaar vraagt, want persoonlijke ambities horen in Den Haag bescheiden te zijn en in dienst te staan van De Samenleving. Maar bij Klaas Dijkhoff denk je: hij meent het. „Ik heb me nog nooit verveeld, in welke functie dan ook. Ruim voordat zo’n moment zich aandiende, kwam er alweer iets nieuws voor me langs.” 

Dijkhoff was voordat hij de politiek inging en na zijn promoveren, bezig een koffietentje te openen. Dat is nu bijna vijf jaar geleden. „Toen waren het er nog niet zo bizar veel als nu. Ik was al in onderhandeling over de locatie, maar helaas koos de universiteit toch weer voor een grote cateraar in plaats van een kleine ondernemer een kans te geven.”

Zijn leeftijd speelt een rol in de omgang met zijn ambtenaren op het ministerie van Veiligheid en Justitie, merkt de staatssecretaris. Jonge ambtenaren doen hun mond open aan tafel en roepen wat ze vinden. „Dan zie ik ze achteraf denken: euh, kon dit wel? Maar ja, ik vind dat kunnen. Het maakt mij niks uit hoe oud iemand is of welke functie hij of zij heeft: als het zinnig is, is het zinnig.”

Dijkhoff heeft een Apple Watch om zijn pols en de traditionele loodgieterstassen vol dossiers zoals zijn voorgangers die hadden, ontbreken. Hij draagt alleen een iPad en een laptop met zich mee.

Zijn reflex is om ambtenaren te vragen „even te appen” als ze iets geregeld willen hebben in plaats van hen de lange, hiërarchische weg binnen het ministerie te laten afleggen. „Dan sparren we even, komen we er samen uit en is het geregeld. Maar zo werkt de ambtelijke lijn natuurlijk niet en dat is ook wel weer logisch. Als de Tweede Kamer wil weten hoe het precies zit met een dossier, kun je moeilijk je app-conversaties gaan terugzoeken en die opsturen.”

Zit het verschil met andere generaties politici vooral in technologie of ziet u meer verschillen?

„Onze ideologieën zijn volgens mij ook anders. Onze politieke identiteit wordt door andere zaken bepaald dan een paar generaties terug het geval was. Neem medisch-ethische kwesties of de acceptatie van homo’s – volgens mij zijn die zaken minder definiërend voor onze politieke voorkeur van nu. Al kan dat natuurlijk wishful thinking zijn als liberaal.

„Het is me nog niet duidelijk waar de nieuwe scheidslijnen van die identiteit precies liggen. Maar ik zie wel een groot risico. Mijn generatie is in vrijheid opgegroeid. Een aidspatiënt die een liedje zingt bij Paul de Leeuw op de bank was geen taboe. Dus het risico is dat wij niet beter weten dan vrij te zijn. Dat we te veel gewend zijn geraakt aan onze definitie van wat normaal is.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Als ik naar het jihadisme kijk, is mijn eerste reflex om tegen die types te zeggen: doe eens normaal. Maar als wij tegen die mensen die zich verliezen in radicalisme, alleen maar zeggen: wat jij doet is achterlijk, dat overtuigt ze heus niet. Het risico is dat onze generatie vergeet uit te leggen waarom vrijheid en het respecteren van verschillen beter is. En een verhaal dat niet verteld wordt is minder aantrekkelijk dan een verhaal dat zo fanatiek aan de man gebracht wordt.”

Doet ideologie er voor uw generatie minder toe? Het politieke landschap versplintert.

„Zeker, je ziet fragmentatie. Onze generatie is minder gebonden aan een partij, maar dat heeft ook goede kanten. En ik geloof dat het met de generatie onder ons nog erger gesteld is: voor hen valt de echte wereld alleen maar tegen, omdat die toch níet, zoals je ouders vertelden, alleen maar op jou zat te wachten. Die golden unicorn en rainbow kwamen ineens toch niet opdagen.”

U leidde de afgelopen twee landelijke verkiezingscampagnes voor de VVD. Hoe verkoopt u de liberale boodschap?

„Onze boodschap verkopen, dat klinkt te transactiegericht naar mijn smaak. Ja, je kunt het zo zien, maar dan moet je elke campagne weer vanaf nul beginnen en daar geloof ik niet in als het om politiek gaat.”

Wat werkt dan wel? Politiek als concept store?

„Die concept stores zijn nu ook standaard geworden. Of je nou in Brooklyn, Berlijn of Londen of in Nederland rondloopt, ze hebben overal dezelfde soort hipheid. Ik zie het meer als relatiemanagement.

„We verkopen geen losse standpunten, maar hebben als partij een compleet verhaal over hoe wij naar de samenleving kijken. Dus dat mensen gaan denken: ik ben ervan overtuigd dat zij met goede intenties de juiste dingen doen, waar ik me meestal in kan vinden. Dan is het ook niet meteen een ramp als we een compromis op bepaalde punten moeten sluiten. Want je handelt wel trouw naar je eigen verhaal en dat bevalt mensen.”

Dus u wilt een ideaalbeeld schetsen dat aan bepaalde principes voldoet?

„Ja, al moet je dat natuurlijk wel anders neerzetten dan vroeger. Zoals wij het leerden op school was het overzichtelijk: je had liberalen, socialisten en confessionelen. Die hadden elk hun vaste verhaal. Die zuilen klonken lekker duidelijk, maar zo is het nu natuurlijk niet meer.

„De brede blik, het in beelden denken en de flexibiliteit van onze generatie vind ik mooi. Maar een nadeel is de grote vluchtigheid. Het enige wat nu stabiel populair is, zijn kattenfilmpjes. De rest is allemaal vluchtig. Dat heeft voor politiek zeker een risico. We moeten wel blijven nadenken. Als je in de verleiding meegaat ‘hoe scoor ik het best deze week’, dan bewijs je het land volgens mij geen dienst. In Den Haag hangt rond de campagnes een sfeer van spinnen, scoren op de korte termijn en alles in je voordeel framen. Die termen zijn natuurlijk gedestilleerd uit hoe de campagnes verlopen, maar het is wel zorgwekkend.”

Ondertussen deed u daar zelf in de VVD-campagnes toch aan mee, met de nieuwste technologieën?

„Ja, transparantie is leuk, maar... Nou ja: we laten een soort nieuwsgierigheid op die campagne los. We kijken gericht hoe we mensen kunnen bereiken en we kunnen effectiever dan vroeger zien hoe iets overkomt. Je kunt online realtime dingetjes testen. Maar het is zeker geen platte marketing. Dat gaat tegen je werken.

„Er zijn ook veel gave dingen die we níet doen. Als ik zie wat bij bedrijven allemaal kan, qua online volgen en cookies installeren: dat kunnen wij als partij niet doen. De ethiek moet er wel in blijven. De technische mogelijkheden zijn je belemmerende factor niet meer, dus die moet uit je eigen moraal komen.”

Dus de VVD volgt geen klikgedrag op internet?

„Gelukkig bestaan er genoeg beschermende wetten. Al zie ik wel een discrepantie: alles klakkeloos downloaden en tegelijk naar de televisie roepen dat de politiek je privacy moet waarborgen, dat slaat natuurlijk ook nergens op. Ik denk dat mijn generatie minder verwachtingen heeft van wat politiek en bestuur voor je kunnen regelen. Je krijgt zelf meer regie, dat is fijn, tot het fout gaat. Want dan kun je ook niet meer naar een ander wijzen. Daar ligt zeker een rol voor de overheid: wat er moet mogen is een relevante discussie die na het ontdekken van alle mogelijkheden wel op gang moet komen.”

Zo ongeveer tegelijk met Dijkhoffs aantreden als staatssecretaris, maart vorig jaar, begon wat inmiddels de ‘vluchtelingencrisis’ heet. Het aantal vluchtelingen in Nederland steeg en steeg. Waar zijn voorganger Fred Teeven graag vaak het VVD-geluid liet horen, lost Dijkhoff liever de problemen op, klinkt het in Den Haag.

U benadert de asielproblemen vooral pragmatisch, zeggen andere politici. Klopt dat?

„Ik bén natuurlijk wel van een partij en die kleur neem ik gewoon mee. Maar ik probeer vooral effectief te zijn. Als ik de kans heb iets te bereiken in mijn werk óf ik kan met stoere teksten en dikke letters op de voorpagina van een krant staan, waardoor ik de boel juist polariseer, ja, dan kies ik ervoor om iets te bereiken. Ik vind het niet bij mijn rol passen om elke dag ramhard mijn punt te maken.”

Zo creëert u meer draagvlak voor de opvang van asielzoekers?

„Ik probeer in mijn publieke optredens mensen niet te overtuigen door op mijn eigen verhaal te blijven hameren. Ik leg ze de feiten uit, de keuzes die ik heb en mijn overwegingen. Als ik mijn gedachtegang laat zien, kunnen mensen in elk geval de redenering volgen en dan moeten ze zelf maar bepalen of ze mijn conclusie delen.”

Het gesprek komt nog eens op Dijkhoffs persoonlijke ambities. Neem het fractievoorzitterschap voor de VVD in een volgende kabinetsperiode, zoiets ziet hij voor zichzelf toch wel gebeuren? „Nee, nee, zo kijk ik er echt niet naar. Wij moeten als team kijken naar wie op welk moment het beste waar past, om ons gezamenlijke doel dichterbij te brengen.”