Agressief lobbyen, een reces-rel en een bezoedelde reputatie

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: hoe Anne Flierman (CDA) het middelpunt van een reces-rel in de Eerste Kamer werd.

Ofwel: wat een zwaar aangezette lobby met Haagse reputaties kan doen.

Het aardige van zo’n reces is dat de vrede ogenschijnlijk over Den Haag neerdaalt. Bewindslieden die thuis werken, kerstballen en Top 2000-nostalgie op de gangen.

Totdat, achteraf, blijkt dat sommige lobbyisten die dagen stevig doorwerkten, en sommige politici meesleepten. Zodat er buiten beeld een ravage ontstond die nog zal nawerken.

Reputaties raakten besmeurd. Een prominente oud-politicus bleek tot ieders verrassing lobbywerk te doen. Een senator kreeg zware beschuldigingen naar zijn hoofd geslingerd. Een bekende oud-departementsambtenaar lag onder vuur omdat hij „naar de andere kant” was overgestapt. Een wet sneuvelde.

En dit op een dag dat de Tweede Kamer al met reces was, en in de Eerste Kamer het jaarlijkse kerstdiner gepland stond. Maar die avond, vertelde een aanwezige me, hing in de chambre de réflexion allerminst een kerststemming. Eerder de verhitte sfeer van een voetbalkantine, kort na een nederlaag van de dorpsclub.

Alles draaide om de Wet Stroom. Die regelt uitvoering van het energieakkoord – zoals de aanleg van windmolens op zee. Ook preciseert hij eerdere wetgeving, zoals de zogenoemde splitsing: energiebedrijven mogen niet langer beheerder van stroomnetten en tegelijk stroomproducent zijn.

Den Haag voerde deze ontvlechting eerder op last van de EU in, waarna bedrijven als Nuon en Essent voor miljarden werden verkocht. Vervolgens bleek dat geen andere EU-lidstaat dit deed.

Eneco en het Zeeuwse Delta bleven de splitsing bestrijden, en procedeerden er – vergeefs – tot bij de hoogste rechter tegen.

De Wet Stroom, in oktober aan de orde in de Tweede Kamer, was hun laatste kans de splitsing van tafel te krijgen. Beide bedrijven lieten zich adviseren door goed aangeschreven lobbyisten, en wat meer was: beide waren bereid tot compromisloze strijd. „De heftigheid van hun lobby verraste me”, zei senator Henk Pijlman (D66).

De bedrijven hadden pech: de coalitie en minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) waren ook compromisloos. Zij redeneerden dat splitsing tot lagere consumentenprijzen en betere marktwerking leidt. De aanleg van windmolens op zee maakte het voor de coalitie ondenkbaar de wet te herzien. En Kamp wees erop dat splitsing al door vier ministers was verdedigd, inclusief twee CDA’ers.

Toen begon dat typisch Haagse beïnvloedingscircuit te draaien: het circuit van goede bekenden en wisselende contacten, waarin politici en ambtenaren tot lobbyist kunnen transformeren, en andersom. Invloed als bedrijfstak.

Zo begreep ik dat ze in de stroomsector nogal opkeken toen de oud-woordvoerder van Kamp, Bart Visser, ineens optrad als adviseur van Delta.

Visser, tot najaar 2014 Kamps woordvoerder en man met een uitstekende reputatie, bevestigde deze week dat hij Delta vanaf voorjaar 2015 circa een half jaar adviseerde om standpunten in Den Haag over het voetlicht te brengen. Hij hield daarmee op, zei hij, toen hij nazomer 2015 in beeld kwam als freelance woordvoerder van Plasterk, voor wie hij nu tijdelijk werkt.

De lobby van Eneco en Delta had enig succes: het leidde tot een amendement van SP en CDA in de Tweede Kamer om de splitsing ongedaan te maken. Het werd alleen afgestemd, en nu kwam alles aan op de senaat. Senatoren werden overspoeld. „Ik schat dat ik meer dan zestig brieven heb gekregen”, zei VVD-senator Helmi Huijbregts.

Verrassingen genoeg. Zo meldde bij de vicevoorzitter van de PvdA-fractie, Ruud Vreeman, zich een partijprominent: Klaas de Vries. De oud-informateur, oud-minister en oud-parlementariër (tot medio 2015 senator) sprak, vertelde Vreeman, als commissaris van Eneco, en pleitte tegen de splitsing. Ook de PvdA-woordvoerder, senator Lambert Verheijen, vertelde me dat hij een onderhoud met De Vries had. „Eneco was sowieso zéér actief”, zei Verheijen. (De Vries reageerde deze week niet.)

Senatoren van verschillende partijen vertelden me ook dat ze merkten dat de CDA-woordvoerder, Anne Flierman, man met veel ervaring in lokaal bestuur en onderwijs, in informele contacten uitgesproken tegen de splitsing was. „Bijna verbeten”, zei Verheijen.

En alles escaleerde toen een meerderheid van de senaat, onder wie Flierman namens het CDA, op 22 december al in de eerste termijn een motie tegen de splitsing indiende.

Hoogst ongebruikelijke powerplay: normaal is dat je eerst het antwoord van de minister aanhoort.

VVD-woordvoerder Helmi Huijbregts fluisterde daarop diverse senatoren in dat Flierman nota bene commissaris bij Cogas is, een gasnetbeheerder die soms ook stroomproductie doet. Belangenvermenging. Zowel Verheijen (PvdA) als Pijlman (D66) keken hiervan op, vertelden ze me – hoewel Fierman dit commissariaat gewoon had opgegeven bij de Eerste Kamer.

Huijbregts vermeldde in haar bijdrage aan het debat haar eigen toezichthoudende rol bij Intergas, een gasbedrijf in liquidatie. „Ik had verwacht”, zei ze me deze week, „dat Flierman hetzelfde had gedaan met Cogas.”

Flierman vertelde me dat zijn fractie wist van zijn commissariaat bij Cogas, en niettemin instemde met zijn woordvoerderschap. „Er speelde geen persoonlijk gewin, en Cogas had geen belang.”

Dit laatste bestrijdt Economische Zaken. „Als de minister de motie van een meerderheid van de senaat tegen de splitsing had uitgevoerd, was het voor Cogas mogelijk geworden weer productiewerk te doen’’, zei een woordvoerder van Kamp me.

Zo eindigde deze ongekende lobbycampagne van Eneco en Delta met louter verliezers. Toen de Kamer de motie tegen de splitsing aannam, was Annemarie Jorritsma, de VVD-fractievoorzitter, zo ontdaan dat zij vanuit haar bankje, hoorbaar voor haar omgeving, uitriep: „Dit is het einde van de Eerste Kamer!”

De minister besloot de motie niet uit te voeren, waardoor de splitsing bleef – Eneco en Delta hebben definitief verloren. De meerderheid van de senaat nam daarop wraak, en stemde de hele wet af – zodat nu ook de aanleg van windmolens op zee is vertraagd.

Intussen bleven senatoren, tot en met deze week, elkaar beschimpen.

De ironie was ook dat nota bene diezelfde dag, 22 december, diverse media uitvoerig aandacht hadden voor de lobbysector. Tweede Kamerlid Lea Bouwmeester (PvdA) presenteerde via de Volkskrant en de NOS de initiatiefnota Lobby in daglicht, waarin ze bepleit dat lobbycontacten van politici en ambtenaren openbaar worden.

Bouwmeester, al sinds 2009 in het nieuws met bedenkingen over de invloed van lobbyisten, had eerder beloofd dat ze haar voorstel in de zomer van 2012 zou publiceren. Dan kon het nieuwe kabinet haar plan na de verkiezingen dat jaar invoeren, zei ze juni 2012 in Nieuwsuur.

Dit had dus drieënhalf jaar vertraging opgelopen, maar niet getreurd: ze haalde er opnieuw uitstekende publiciteit mee. Zo meldde de NOS dat ze „drie jaar bezig [was] geweest met onderzoek naar lobbyen”. Ook een invalshoek.

Het frappante was natuurlijk dat dit plannetje wél volop aandacht kreeg, terwijl de bikkelharde lobbypraktijken in de senaat amper belicht werden. De politicus die wil scoren kan beter een plan hebben dan iets presteren.

Ik vroeg senatoren deze week of zij dachten dat deze geschiedenis anders was gelopen als zij openheid over hun contacten met lobbyisten hadden gegeven. Allemaal zeiden ze: welnee. En: geen beginnen aan. „Had ik dan al die brieven en telefoontjes bij moeten houden?”, zei Huijbregts.

De conclusie is kortom dat Den Haag, ondanks alle scepsis over groeiende invloed van lobbyisten, gewoon op de oude voet doorgaat.

Ik vroeg er Anne Flierman naar. Ik zei tegen de CDA-senator: ik zie dat u uw commissariaat bij Cogas volgens de regels hebt gemeld, maar ik denk ook dat flink wat burgers boos worden als ze over uw dubbelrol horen. Wat doen we daar nou aan?

„Ik begrijp wat u bedoelt”, zei hij. „Maar het antwoord heb ik niet. Wil de burger dan dat ik mijn werk in isolement doe?”