Winnen - met oom Wim

Het jaar is nog vers. Op de Oudedijk staan de kerstbomen nog niet aan de kant van de weg. De lichtjes zijn nog niet tot een kluwen lampjes opgerold, de roes van het oude jaar is nog niet uitgeslapen. Het is een grijze, koude zaterdag zonder opklaringen. Tram 7 passeert de Laan van Nooitgedacht en de Laan van Weltevreden en slaat dan rechtsaf de Burgemeester Oudlaan in. Aan de linkerkant doemt de verlaten campus van de Erasmus Universiteit op, rechts het stadion van Excelsior.

De hekken zijn gesloten, de parkeerplaats is leeg. Boven de ingang van het stadion hangt een bord: ‘Je weekend begint op Woudestein.’ Maar vandaag wordt er niet gespeeld. Het jaar is nog te vers.

Het is een schril contrast met de laatste keer dat ik hier was. Mijn oom Wim heeft een clubkaart van de Kralingse ploeg. Eens in de zoveel tijd haalt hij me op en rijden we met gepaste verwachtingen naar het stadion. We zagen ze verliezen van Twente en PSV, maar winnen van FC Den Bosch. We stonden op van onze plastic stoeltjes en klapten mee met het meest gemoedelijke clublied dat ik ken: Ferme jongens, stoere knapen...

Het wordt langzaam donker. Ik loop een rondje om het verlaten stadion. Langs een smal watertje, over een modderig pad. Ik sta even stil bij de ingang voor de „Bezoekers”, die met een trappetje aan de achterkant van het stadion de tribune moeten betreden. Dan hoor ik het onmiskenbare geluid van een bal die de tegen een lat aan ketst.

Op het veld naast het stadion staan twee jongetjes van een jaar of dertien. Ze bewaken allebei een doel, schieten een bal naar elkaar over. Ik blijf even naar ze staan kijken. Mijn hakken zakken weg in de modder. Ze gaan zo op in hun spel dat ze niet doorhebben dat ze publiek hebben.

Er vliegt een vlucht ganzen over het stadion, een schreeuwende V-formatie. Dan gaat de straatverlichting aan. Ik wrik mijn voeten los uit de modder en wandel het pad af, terug naar de halte, met mijn handen diep in mijn zakken en het vaste voornemen om Excelsior dit jaar weer te zien winnen – met oom Wim.