Vergane glorie in praatjeswinkels

De Brit Stuart Freedman fotografeerde koffiehuizen in India, plekken waar je bijkomt van de chaos buiten.

In Bengaals heet het ‘adda’, wat vrij te vertalen valt als ‘praatjeswinkel’. Toen de Britse fotograaf Stuart Freedman, verbonden aan fotoagentschap Panos Pictures, in 1994 voor het eerst in New Delhi kwam, ontdekte hij bij een winkelcentrum een afgelegen koffiehuis.

Deze ‘adda’ werd zijn uitvalsbasis: een plek waar hij kon bijkomen van de chaos buiten. In het voorwoord bij zijn fotoboek The Palaces of Memory – Freedman fotografeerde ruim 30 koffiehuizen in India – schrijft hij hierover: „De gesprekken die ik daar voerde toonden mij een vriendelijkheid en beschaving die ik nog niet in de straten was tegengekomen.”

In de koffiehuizen zag hij restanten van de vergane glorie van het koloniale tijdperk maar herkende hij ook – de plastic stoelen en de formica tafeltjes – de seventiessfeer van de morsige Londense cafés uit zijn jeugd. „Plekken waar plannen werden gesmeed voor rock-’n-roll en revolutie.” Die sfeer heeft hij subtiel weten te vangen met opnames van uitgezakte stoelen, rokende en rijst etende klanten en aapjes die steels langs debatterende mannen rennen.