Tiroler ijsmummie had maagproblemen

Ötzi, de prehistorische ijsmummie uit de Alpen, had een ziekmakende Helicobacter-bacterie in zijn maag.

Ötzi in zijn koelkast in het Zuid-Tiroler Museum voor Archaeologie in Bolzano (It.).

De Italiaanse ijsmummie Ötzi had bacteriën in zijn maag van een bacteriestam die inmiddels in Europa is uitgestorven. Dat concluderen genetici vrijdag in Science die het DNA van de maagbacteriën van Ötzi hebben geanalyseerd. Het zijn de oudste menselijke maagbacteriën waarvan het complete DNA is opgehelderd.

De ijsmummie is een 5.300 jaar oude gevriesdroogde mummie die in 1991 door wandelaars werd gevonden in het Tiroolse Ötztal. De mummie is sindsdien steeds opnieuw gescand, opgemeten en bemonsterd. Zo weten we nu dat Ötzi een man was van ongeveer 50 jaar oud die leefde in de Kopertijd. Hij had een koperen bijl bij zich, een boog en een met pijlen gevulde pijlkoker. Een paar uur voor zijn overlijden had hij nog steenbokvlees gegeten. En zijn dood was gewelddadig: er steekt een dodelijke pijlpunt in zijn linkerschouder, in zijn polsen, handen en borst had hij snijwonden. En hij had een flinke klap tegen zijn hoofd gekregen.

Ötzi achter het kijkraampje van zijn koeling in het Zuid-Tiroler Museum voor Archaeologie in Bolzano (It.).

Ook het DNA van Ötzi zelf is in 2012 volledig uitgezocht. Daaruit bleek dat Ötzi in Zuid-Europa opgroeide, in de Italiaanse Alpen. Hij was een afstammeling van de eerste boeren die Europa binnentrokken, vanaf 8.000 jaar geleden.

En nu is ook de maag van Ötzi verder onderzocht. Onderzoekers namen voor dit onderzoek verschillende biopten uit zijn maag en darmen. Ze sneden geen nieuwe gaten in Ötzi, maar gebruikten een opening die collega’s al eerder hadden gemaakt.

De genetici waren specifiek op zoek naar de maagbacterie Helicobacter pylori. Helicobacter heeft zich perfect aangepast aan de menselijke maag. De bacterie wurmt zich door de slijmlaag, weg van het maagzuur. Ongeveer de helft van de wereldbevolking is ermee besmet. Bij minder dan tien procent van de dragers veroorzaakt de bacterie maagzweren en, in het ergste geval, maagkanker. Het is nog onduidelijk hoe mensen de bacterie aan elkaar overdragen, maar waarschijnlijk infecteren mensen elkaar via speeksel, poep of braaksel.

De variant in Ötzi’s maag bleek van het zwerende type. Twee genen zijn typisch voor bacteriën die ontstekingen veroorzaken. De onderzoekers vonden ook ontstekingseiwitten in de maagwand van Ötzi. Of hij ook echt maagzweren had, durven de onderzoekers niet te zeggen. Daarvoor is de maagslijmlaag te slecht bewaard gebleven. Maar het is waarschijnlijk dat hij maagproblemen had.

Medisch is Helicobacter interessant, maar er is nog een reden waarom genetici dol zijn op deze bacterie. Infecties met deze bacteriën zijn zo stabiel, dat ze worden gebruikt om de verspreiding van mensen te volgen. Ötzi droeg een bacteriestam die tegenwoordig bijna uitsluitend voorkomt in Centraal- en Zuidoost-Azië. Dat wil niet zeggen dat de voorouders van Ötzi uit Azië kwamen, maar dat deze oervariant in Azië is blijven bestaan. In Europa verdween de stam door vermenging. Europeanen dragen tegenwoordig een hybride Helicobacter in hun magen, een mengvorm tussen Afrikaanse en Aziatische bacteriën. Die Afrikaanse stam zal Europa dus na de Kopertijd hebben bereikt, concluderen de genetici.