‘Te veel mensen roepen maar wat over schaatsen’

Schaatsen niet spannend? „Soms moet je even geduld hebben in een sport”, zegt coach Jac Orie aan de vooravond van het EK.

Jac Orie: „Miljoenen schaatsliefhebbers genieten van een EK of WK allround, tijdens de Spelen is het een gekkenhuis. Hoe slecht gaat het dan?” Foto Soenar Chamid Foto Soenar Chamid

Zo, en nu is het genoeg met de kritiek op het schaatsen, zegt Jac Orie. „Al die roeptoeters moeten eens ophouden.” Allroundtoernooien niet spannend, weg met de tien kilometer? Wereldbeker saai, Nederland te dominant? „Je moet niet op de waan van de dag of van een paar seizoenen reageren”, betoogt de Haagse schaatscoach en bewegingswetenschapper. „Dan krijg je een drama, want waarschijnlijk zit je er gewoon naast. Voor je het weet blijf je er naast zitten en krijg je het nooit meer goed. Dat dreigt nu in het schaatsen. Er worden doemscenario’s geschetst op basis van normale fluctuaties in een sport. Heel gevaarlijk.”

Zelf heeft Orie zijn zaken goed voor elkaar aan de vooravond van het Europees kampioenschap allround, zaterdag en zondag in de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Een week geleden kon hij trots bekendmaken dat het budget van zijn ploeg LottoNL-Jumbo-Brandloyalty tot en met 2018 is gegarandeerd, zelfs als Lotto mocht stoppen als sponsor. Toppers als Sven Kramer, Kjeld Nuis en Gerben Jorritsma tekenden al bij tot de Spelen van Pyeongchang in 2018. „Ik heb genoeg onderbouwde plannen hoe we kunnen innoveren en stappen kunnen maken in het schaatsen”, stelt Orie. Maar om hem heen dreigt ‘zijn’ sport volgens hem te abrupt en zonder onderbouwing te veranderen. „Te veel mensen roepen maar wat. Zonder passie of gevoel voor de sport, historische kennis en statistisch inzicht. Ze weten er gewoon te weinig van af.”

Het is ook een moeilijk spelletje

Het sollen met het EK is volgens Orie misschien wel het beste voorbeeld. Natuurlijk ziet hij ook dat de top in het allrounden al jaren smal is. Alleenheerser Kramer kan in Minsk zijn achtste Europese titel pakken. „Steeds meer allrounders haken af, in het buitenland en nu ook in Nederland. Het is ook een hartstikke zwaar en moeilijk spelletje.” Dan maar voor het eerst sinds 1896 de ‘saaie’ tien kilometer opdoeken en inruilen voor een 1.000 meter, zoals de internationale schaatsunie ISU volgend jaar bij het EK in Warschau wil invoeren? „Dat slaat echt nergens op. Dan krijg je een 500, 1.000, 1.500, drie sprintafstanden en een vijf kilometer. Dat heeft niets meer met allrounden te maken.”

Voordat rigoureuze veranderingen worden ingevoerd moet je eerst goed naar de oorzaak van het probleem kijken, stelt Orie. „Allrounders die nu meer voor de lange afstanden gaan trainen, nemen het risico dat ze te slecht worden op de 1.500 meter. Als je het dan op de lange afstanden niet haalt, dreig je alle titeltoernooien te missen. Vooral daarom kiezen al die potentiële allrounders eieren voor hun geld en blijven ze zich richten op de 1.500 meter. Die afstand is hun garantie op deelname aan WK’s.”

Drie kilometer is de missing link

De oplossing ligt volgens Orie voor de hand. „Je moet zo snel mogelijk de drie kilometer invoeren. Met die afstand sla je voor allrounders een brug naar de lange afstanden. De 1.500 meter ligt te ver van de vijf en tien kilometer. Voor de drie hoef je niet meteen heel anders te gaan trainen, veel schaatsers rijden die afstand al als training. De drie kilometer is echt de missing link in het schaatsen. Het is een geweldige afstand, vol dramatiek. Ik herinner me van vroeger duels tegen Russen als Bozjev en Sjasjerin op het IJsgala. Het publiek smult ervan. De ISU heeft het voor het oprapen, maar waarom gebeurt het niet?”

De Nederlandse schaatsbond KNSB gaat bij het ISU-congres in juni nog een ultieme poging doen de fout te herstellen en alsnog een drie kilometer in te voeren bij het EK. Maar dat gaat gaat Orie nog niet ver genoeg. „Je moet die afstand niet alleen bij het EK rijden, maar er ook meteen tussen drukken als nieuw onderdeel bij de WK afstanden.” Overbodige toevoeging? „Welnee, kijk naar de atletiek. Drie kilometer schaatsen is de equivalent van een 1.500 meter hardlopen. Drieënhalf tot vier minuten, uithoudingsvermogen versus snelheid, die mix is geweldig. In de atletiek zie je juist op die afstand de strijd tussen snelle 800 meterlopers en de duurjongens van de vijf kilometer.”

Geduld hebben met een sport

In zijn eigen ploeg ziet hij in middenafstandspecialisten Nuis en Jorritsma potentiële toppers op zo’n EK nieuwe stijl, met de drie kilometer. „Met die gasten kun je zeker een keer een schot doen op dat terrein, dan maak je niets van hun sprintvermogen kapot.” Een ‘ultimate fight’ tussen bijvoorbeeld de snelheid van Nuis en het uithoudingsvermogen van Kramer kan voor beiden voordeel hebben. „We zijn bezig nieuwe combinaties van trainingen te vinden waarmee we in de toekomst drempels kunnen slechten.”

De drie kilometer erbij, en dus de tien kilometer eruit? „Nee”, zegt Orie stellig. „Alleen bij het EK kun je dat doen. Maar een WK allround moet met een tien kilometer. Die afstand hoort bij het schaatsen.” Te weinig animo bij de schaatsers zelf? „Welnee. Tien jaar geleden had je Peter Mueller en zijn Noren, dat waren gevechten van jewelste. Dit jaar zie je in Salt Lake City weer een geweldige tien kilometer, met het wereldrecord van Ted-Jan Bloemen en tien schaatsers onder de dertien minuten. Tja, soms moet je even geduld hebben in een sport en niet te snel beleid gaan maken op normale fluctuaties.”

Miljoenen schaatsliefhebbers, hoe slecht gaat het dan?

Toch lijkt de trend dat jonge schaatsers minder en minder kiezen voor allrounden en lange afstanden. Sterven die onderdelen niet gewoon uit? „De jeugd trekt inderdaad massaal naar de 1.500 meter en korter”, ziet ook Orie. Krachttraining is populairder dan urenlang bikkelen op fiets of skeelers. „Strength and conditioning is alles voor ze. In een hal hangen, lekker voor de spiegel, muziekje erbij. Maar wil je presteren op vijf en tien kilometer, dan moet je ook omvang maken. Ik heb hierover al gesprekken gevoerd met [technisch directeur van de KNSB] Arie Koops. De bond moet in de opleiding verplicht ruimte scheppen voor mensen die langer dan 1.500 meter schaatsen.”

Dat de jeugd sowieso voor korter en sneller kiest, gaat er bij Orie niet in. „De jeugd wordt verkeerd gericht.” X-games van extreme sporten populair op tv? „Geen World Cup in die sporten wordt uitgezonden.” Funparken? „Waan van de dag.” Shorttrack? „Kijk naar de NK shorttrack en de NK afstanden en zoek de verschillen. Hou op. Thialf zat dagenlang vol, we hadden kijkcijfers boven het miljoen. Schaatsen is de meest pure strijd van man tegen man, tegen de klok bovendien. Miljoenen schaatsliefhebbers genieten van een EK of WK allround, tijdens de Spelen is het een gekkenhuis. Hoe slecht gaat het dan?”

We moeten helemaal geen kennis delen

Nu nog populariteit buiten Nederland. „Weer zoiets”, countert Orie. „Dat is ook onzin. Uit simpele statistiek blijkt schaatsen de meest mondiale wintersport. En dan maar roepen dat de 100 meter hardlopen zo mondiaal is. Daar heb je Jamaica en de VS, plus Dafne Schippers. Pas als je alle onderdelen van de atletiek bij elkaar neemt, wordt het mondialer.”

En de 23 Nederlandse medailles bij het langebaanschaatsen in Sotsji? „Ja, dan hoor je overal: ‘onze sport gaat kapot, we moeten kennis naar het buitenland brengen.’ We moeten helemaal geen kennis delen! Analyseer Sotsji eens goed. De Amerikanen vielen tegen, enkele landen presteerden onder hun niveau. En moet je twee jaar later kijken: Richardson en Bowe zijn superieur bij de vrouwen, bij de mannen heb je de Russen. Nederland te dominant? Dat is niet waar. Zo zal het met het allrounden ook gaan. Het blijft een prachtig onderdeel, zoals de tienkamp in de atletiek. Twee of drie goede buitenlanders erbij en het leeft ineens weer.”