‘Syriërs eten gras en ze slachten katten’

De voedseltoevoer naar de Syrische stad Madaya is al maanden afgesneden. Nu dreigt voor velen van hen de hongersdood.

Een uitgehongerde man in Madaya op een van de foto’s die via de sociale media zijn verspreid. Wie de beelden maakte is onbekend. Onafhankelijke journalisten en persfotografen zijn er niet in het belegerde gebied. Persbureau Reuters biedt de beelden aan, maar waarschuwt dat het de authenticiteit ervan niet kan verifiëren. Foto Reuters

Na internationale ophef over beelden van uitgehongerde kinderen in de belegerde stad Madaya heeft het Syrische regime gisteren besloten humanitaire hulp toe te laten. Volgens activisten worden 42.000 mensen in Madaya, een stad bij de Libanese grens, met de hongerdood bedreigd na een maandenlange blokkade door regeringstroepen.

Hulporganisaties organiseren konvooien die naar verwachting de komende dagen in Madaya arriveren. De operatie wordt bemoeilijkt doordat ze dwars door de frontlinie moeten rijden, waar de situatie gespannen is. De VN verwelkomden het besluit.

„Mensen sterven in slow motion”, vertelt Louay, een sociaal werker uit Madaya, in een telefonisch interview met de Britse krant The Guardian. „We hadden thuis enkele bloemen die in potten groeiden. Gisteren hebben we ze geplukt en opgegeten. Ze smaakten bitter, afschuwelijk.”

Waarschuwing, bevat schokkende beelden:

Als levensmiddelen zoals rijst en melkpoeder al te krijgen zijn, dan zijn ze bijna onbetaalbaar. Inwoners zeggen dat de prijzen zijn gestegen tot wel 300 dollar per kilo. Rijst en ander basisvoedsel wordt verkocht per gram. Er zijn berichten dat mensen gekookte boombladeren en planten eten, en honden en katten slachten.

Er zijn geen betrouwbare cijfers van het aantal doden in Madaya. Volgens Artsen Zonder Grenzen zijn sinds 1 december 23 mensen gestorven in hun klinieken.

Nu er deze week een halve meter sneeuw is gevallen, wordt alles van hout – meubels, deuren – opgestookt, zeggen inwoners. Door de sneeuw zijn er geen planten of bladeren meer om te eten, vertelde Majed Ali, een oppositieactivist uit Madaya, die via de telefoon sprak met persbureau Reuters. „Ik woog voor de belegering 114 kilo. Nu weeg ik nog 80.”

Ook zal hulp worden toegelaten tot Foah en Kefraya, twee vooral shi’itische dorpjes in de noordelijke provincie Idlib, die rebellen al maanden belegeren. De situatie is ook in die dorpjes naar verluidt sterk verslechterd. Volgens sommige schattingen zijn 30.000 mensen er afgesneden van de buitenwereld. Geëvacueerde strijders van het regime zeggen dat mensen gras eten. Gewonden worden geopereerd zonder verdoving.

De blokkade van Madaya, vlakbij de grens met Libanon, wordt door de oppositie aangegrepen om het regime onder druk te zetten. Op 25 januari beginnen vredesbesprekingen. Oppositieleiders hebben de VN-gezant voor Syrië deze week gezegd dat ze niet deelnemen totdat deze en andere blokkades zijn opgeheven.

Tegelijk begonnen Syrische activisten een campagne op sociale media over Madaya. Ze deelden schrijnende beelden, zoals van het uitgemergelde jongetje Mohammed Issaa, dat al een week niet gegeten heeft. Die leiden internationaal tot veel ophef. Overigens zijn andere rebellengebieden, zoals de buitenwijken van Damascus, langer belegerd.

Op initiatief van D66 riep de voltallige Tweede Kamer het kabinet gisteren op meer te doen om een hongersnood in Madaya te voorkomen. Minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking noemde de situatie er bij de NOS „misdadig en moorddadig”.

Alle partijen in de burgeroorlog maken zich schuldig aan belegering van burgers, een schending van het oorlogsrecht. „Afgelopen jaar is slechts 10 procent van alle verzoeken van de VN om hulpkonvooien toe te laten tot belegerde en slecht bereikbare gebieden gehonoreerd”, verklaarde Yacoub El Hillo, de humanitair coördinator van de VN in Syrië. Hij stelde dat ongeveer 4,5 miljoen mensen leven op moeilijk bereikbare plekken, onder wie bijna 400.000 mensen in vijftien belegerde locaties.