Sukkels

Sporten heb ik altijd een belachelijke bezigheid gevonden. Ik ben op dat vlak bijzonder lui, helemaal niet competitief ingesteld en ik hou ook niet van spelletjes. Als kind heb ik een blauwe maandag op turnen gezeten, maar bij mijn eerste bronzen medaille vond ik dat ik wel weer genoeg gepresteerd had op sportief gebied. Bij de sportlessen op school meldde ik me aan als keeper van het sterkste team of veinsde een verzwikte enkel om niet mee te hoeven te doen. En toen ik eenmaal ging menstrueren was ook dat een prima smoes om minstens een keer per maand aan de kant te blijven zitten. Ik ging roken, drinken, met drugs experimenteren en had vrienden die hetzelfde deden. Sporten was iets voor sukkels.

In diezelfde periode zag ik mijn vader zwoegen tijdens de Elfstedentochten van 1985 en 1986. Terwijl de rest van de familie mee ging naar Friesland om hem te verzorgen en aan te moedigen, bekeek ik de massamarteling op tv vanaf de bank. De eerste keer bevroor mijn vaders rechteroog en kwam hij als wedstrijdrijder bijna een uur te laat binnen voor het felbegeerde Elfstedenkruisje. De tweede keer kwam hij (met alleen een bevoren baard) als 102e over de finish en sindsdien hangt zijn heilige onderscheiding op het toilet van mijn ouderlijk huis. Ik was best wel trots op de man, maar het heeft me niet gestimuleerd zijn voorbeeld te volgen, integendeel.

Maar nu ben ik (voor de zoveelste keer) gestopt met roken en worden de kilo’s een serieus gevaar voor mijn gezondheid. Half november heb ik me daarom aangemeld bij Loopschool Kralingen voor een wekelijkse training in het Kralingse Bos. Iedere zondagochtend ren ik daar samen met nog een paar honderd hardlopers in fluorescerend geel of roze een rondje om de Kralingse Plas. Ik kom er bekende Rotterdammers tegen zoals cabaretier Richard Groenendijk, die zich in het bos openlijk laat afbeulen door een personal trainer. Of Francisco van Jole, die meeloopt in het ‘twitter-clubje’ #runwithnas van acteur Nasrdin Dchar.

Maar het meeste bekijks trekt op zondag onze burgemeester. Ook hij loopt al jaren een rondje om de plas en schijnt er inmiddels al ruim twintig kilo mee kwijt te zijn geraakt. We kennen elkaar een beetje, maar hij heeft me begrijpelijk genoeg nog niet herkend in mijn runners-outfit. Ik weet zeker dat hij trots op me zal zijn, net als mijn vader.