‘Overname BG loont zelfs bij olieprijs van 50 dollar’

Zelfs met een olieprijs die twee jaar lang rond de 50 dollar per vat ligt, loont de overname van de Britse BG-groep door Shell. Dat heeft de Nederlands-Britse oliemaatschappij, volgens persbureau Reuters, aan investeerders en analisten laten weten.

Op 27 januari moeten de aandeelhouders van Shell zich uitspreken over de geruchtmakende overname die vorig jaar april werd aangekondigd. De stemming komt op een moment dat de olieprijs nog geen enkel teken van herstel laat zien. Donderdag zakte de prijs van een vat Noordzee-olie (Brent) weer verder weg tot onder de 33 dollar per vat. Reuters meldde eerder dat analisten verwachten dat de gemiddelde olieprijs dit jaar rond de 52 dollar zal liggen.

Aanvankelijk stelde Shell dat de overname van BG gunstig was zolang een vat olie meer dan 70 dollar zou opbrengen. In december werd dat bijgesteld naar ruim 60 dollar per vat, nadat er nieuwe berekeningen waren gemaakt over mogelijke besparingen en synergie tussen de twee bedrijven.

Volgens Reuters is met de overname ongeveer 47 miljard euro gemoeid. Shell betaalt 70 procent van de overname in aandelen en 30 procent in cash. Bij de aankondiging van de overname, vorig jaar, was dat bijna 20 miljard euro meer. Het aandeel Shell is sindsdien ruim 30 procent minder waard geworden en daarmee daalde dus ook de overnameprijs.

Ondanks steeds meer kritische geluiden in de Britse pers over de overname – in de Financial Times werd de overname deze week zelfs regelrecht afgeraden door columnist Nick Butler – gaat Shell ervan uit dat de aandeelhouders de overname zullen steunen.

Financieel topman Simon Henry heeft analisten woensdag verzekerd dat het bedrijf ‘stresstesten’ heeft gehouden, uitgaande van een prijs van 50 dollar per vat. De top van Shell is met een offensief bezig om de grootste investeerders te overtuigen van het nut van de overname, ondanks de lage olieprijs en de crisis op de energiemarkt.