Seve: niet de beste reden om met golf te beginnen

Hoed je als restauranteigenaar voor de communicatiedeskundige die wel weet hoe hij jouw tent het best ‘over het voetlicht trapt’, zoals dat in Multilul-jargon heet. Dan kan het namelijk zomaar gebeuren dat je op je eigen website ineens terugleest dat je zaak ‘uniek’ is omdat je menukaart internationaal is en mede daarom uitnodigt tot een ‘dialoog’. Dat je elke dag in de keuken staat om mensen ‘op een bijzondere manier met elkaar te verbinden’, en dat jouw filosofie luidt dat ‘smaak met een totaalervaring heeft te maken’.

Dat is, zeker voor een aangeklede sportkantine, allemaal nogal wat. En dus is het met lichte aarzeling dat we ons op een doordeweekse avond voor een totaalervaring melden bij Seve. Het is zowel de naam van het naast het Sint Franciscusziekenhuis gelegen golfcenter als van het inpandige clubrestaurant dat uitkijkt op de driving range.

Een flink stuk van die internationale totaalervaring hebben we bij binnenkomst niettemin al meteen te pakken: deze entourage moet uniek zijn voor de stad. Seve is ruim opgezet, aangenaam en dus niet kakkineus van sfeer, en nogal on-Nederlands voor de rest. Zo veel golfclubs hebben we in onze levens weliswaar niet van binnen gezien, maar dit is toch echt alsof we weer even helemaal terug zijn in het verenigingsleven van North Carolina of in dat van Winnipeg.

Doorzichtig plastic

We krijgen een plekje op een overdekt en met doorzichtig plastic afgeschermd bordes, aan weerszijden geflankeerd door halfopen verdiepingen van waaraf tientallen mensen tegelijk hun afslag aan het oefenen zijn. De golfballen vliegen links en rechts langs je oren. Op de grasmat van Woodstockformaat voor onze neus moeten er intussen wel zo'n vijftigduizend liggen.

Er staan in Seve warmtekanonnen opgesteld om het in onze ‘voortent’ behaaglijk te houden. De lucht ervan wordt permanent gebakken op een subtropische 28 graden Celsius, vernemen we van een meisje in de bediening. Op haar beurt maakt ook zij weer deel uit van de totaalervaring. Met haar al even knap en soepel op sneakers voortbewegende collega's lijkt ze te zijn gecast door een filmproducent uit Hollywood. Rondom ons wordt het beslotenclub-karakter van het geheel nog eens versterkt doordat er, tevens door de golfdames, menig sigaar wordt weggepaft.

Bepaald broeierig, zo met dat warmtekanon erbij, maar wel lekker execentriek. Precies goed voor een golfclub.

Heel excentriek is het eten dan weer niet. Seve is vernoemd naar Seve Ballesteros, de in 2011 overleden Spaanse golflegende. De keuken van het restaurant mag dan internationaal heten, maar is bij nadere inspectie toch vooral mediterraans; er staat in Seve dan ook een Iberische kok boven de pannen, horen we opnieuw van de bediening.

Overdosis mayonaise

Die chef gaat de dialoog met ons aan met een piquillopeper afgetankt met een overdosis mayonaise en een flinter makreel (drie stuks, € 8), tonijntartaar met wasabi en sojasaus (€ 18), gevolgd door een schotel op de Josper-houtskoolgrill bereide mosselen (€ 19; werkelijk te zout en ook wel erg rokerig, señor) en een tenderloin-steak met lauwe frites (€ 27). Tot slot delen we een dessert van, eh, ‘midwinterse’ aardbeien en bramen, een en ander met de mantel der liefde bedekt door een scheut Catalaanse crème (€ 7,50).

Toegegeven, kom er allemaal maar eens om bij een doorsnee voetbal-, atletiek- of korfbalclub. Maar omgekeerd geredeneerd: we zouden zeker ook niet ‘op golf’ willen om regelmatig in Seve te kunnen aanschuiven.

Dat hieronder desondanks nog heus drie balletjes staan: die derde is voor de bijna-totaalervaring. Want een aparte plek blijft het.