Rode kapitalisten en hun crisis

De stand van zaken op de oliemarkt is al enige tijd uitzonderlijk. Het is pompen én verzuipen. Van enige onderlinge afstemming tussen de grote olieproducerende landen lijkt geen sprake meer. De diplomatieke rel tussen Saoedi-Arabië en Iran na Saoedische massa-executies zorgden eerder deze week voor extra spanningen die zich ditmaal niet vertaalden in olieprijsstijgingen.

Iedereen pompt naar eigen behoefte olie. En die behoefte is groot. De suggestie van Saoedi-Arabië dat men wel voelt voor de beursgang van de nationale staatsoliemaatschappij Aramco past in deze strategie: ook kroonjuwelen gaan in de verkoop.

De lage olieprijs ontwricht de overheidsbegrotingen van olieproducenten inclusief Rusland. Dat leidt eerder tot meer dan minder productie om de lage prijs te compenseren. Aanbod groeit, prijs daalt en de wereld ‘verzuipt’ in goedkope energie.

Tegenover het verlies aan regie van de olieproducenten staan de groeivertraging van de Chinese economie, signalen van krimpende wereldhandel en de verlagingen van economische prognoses in de rest van de wereld. Stuk voor stuk zijn dat trends die de prijzen van grondstoffen onder druk houden.

De groeivertraging in China was aan het begin van dit jaar het favoriete risico en de meest bespoken angst in de prognoses van financiële analisten en de internationale geldbeheerders. En ja hoor, het risico manifesteerde zich. De voorspellers zaten goed. Maar daarna was de werkelijkheid een beduidende koersval op de internationale aandelenmarkten, die van China voorop. Dat was ook het verlies van de geldbeheerders.

De gang van zaken op de Chinese markten en de regeringsreacties daarop de afgelopen dagen was een bijna complete herhaling van de financiële onrust in augustus vorig jaar. Ook toen leidde een sluipende officiële devaluatie van de Chinese munt yuan tot nervositeit onder beleggers dat deze koersdaling de Chinese exporten goedkoper moet maken en dat het dus in werkelijkheid met de Chinese economie slechter gaat dan uit de officiële cijfers blijkt. Dat ging gepaard met paniekverkopen op de beurs, die oversloegen naar andere markten. En ook toen moest China de hele rode kapitalistische familie van staatsbanken tot miljardairs mobiliseren om met aandelenaankopen de koersen te stabiliseren.

De groeistuipen komen op een slecht politiek moment. China wil een geloofwaardig lid van de internationale gemeenschap zijn. Maar de kwetsbaarheid van de economie groeit door hogere schuldenlasten van bedrijven en lagere overheden. Deze rode beurscrisis zal zich nog vaker voordoen.