Opdracht aan Rutte: trotseer populisme, herstel Europese eenheid

Nationalistische neigingen winnen het van Europese samenwerking. Rutte moet dat met het Nederlands voorzitterschap keren, betogen Alexander Pechtold en Kees Verhoeven.

Zweden en Denemarken voeren paspoortcontroles in waardoor opnieuw open grenzen binnen de Schengenzone dichtgaan. Polen heeft een mediawet aangenomen die ervoor zorgt dat de publieke omroep feitelijk geen kritiek meer kan uitoefenen op de Poolse regering. En als de Europese Unie niet voldoende tegemoet komt aan de vier eisen van de Britse premier Cameron, gaat hij in eigen land campagne voeren voor een Brexit. Het is een actuele greep uit de nationalistische wending van veel Europese regeringen. Uit vrees voor de euroscepsis van mensen.

Die scepsis is begrijpelijk zolang problemen niet worden aangepakt. D66 redeneert simpel: nationale problemen los je nationaal op, grensoverschrijdende problemen pak je Europees aan. Maar keer op keer durven regeringsleiders het niet aan nationale verantwoordelijkheden daadwerkelijk over te dragen aan Europa. Zelfs na de aanslagen in Parijs stemden de lidstaten niet in met de verplichte uitwisseling van informatie door hun inlichtingen- en veiligheidsdiensten. En als er al een keer vergaande afspraken worden gemaakt, dan blijft de uitvoering belabberd. Europa sprak af 160.000 vluchtelingen over alle lidstaten te verdelen. De teller staat voorlopig op minder dan duizend. Een daadkracht van nog geen één procent.

De door regeringen gekozen machteloosheid is een splijtzwam. Om zowel de waarde als de waarden van een verenigd Europa te behouden, moeten we alles op alles zetten om de Europese Unie bij elkaar te houden. Dat is ook de hoofdopdracht voor Nederland nu we een half jaar voorzitter van de EU zijn. Een mooie uitdaging voor premier Rutte, de man die Nederland in crisisjaren regeerde met een verdeeld kabinet. Vanwege zijn afkeer van visies en vergezichten doet hij dat met pragmatisme en optimisme. In Nederland werkt dat, maar om het Europese tij te keren is iets anders nodig. Lef. Lef om te kiezen voor een Europese aanpak van grensoverschrijdende problemen. Lef om de krachten te bundelen door nationale bevoegdheden over te dragen. Lef om het peilingenpopulisme te trotseren en besluiten eerlijk aan de kiezer uit te leggen.

Dit lef kan het komend halfjaar gestalte krijgen. En omdat Nederland als klein handelsland extra gebaat is bij vergaande samenwerking, open grenzen en één markt, gaan het gemeenschappelijke belang en het eigenbelang goed samen.

Waar moet Nederland tijdens dit voorzitterschap dan concreet op aansturen? Allereerst het nakomen van afspraken over migratie. Om te zorgen dat lidstaten de beloofde verdeling van het aantal vluchtelingen echt uitvoeren en de opvang in Turkije en Libanon zoals beloofd ook financieel ondersteunen, moet Nederland het goede voorbeeld geven. Wilders zal moord en brand schreeuwen maar aan de tegenligger herkent men in dit geval de juiste weg.

Ten tweede moet Nederland aansturen op een echte Europese grenswacht. De Tweede Kamer verwierp al drie keer een D66-motie met deze strekking. De huiver van veel lidstaten zit in het overhevelen van zeggenschap over grensbewaking. Het verplicht uitwisselen van informatie tussen inlichtingendiensten stuitte op vergelijkbare weerstand. Best begrijpelijk maar wie krampachtig kiest voor schijnsoevereiniteit, houdt grensoverschrijdende problemen in stand en biedt geen oplossingen voor terechte zorgen van mensen.

Ten derde een Europese Energie-Unie. Ja, dat betekent dat landen hun nationale energiebeleid inruilen voor een gezamenlijke energienet. Met als resultaat een kostenbesparing van 40 miljard euro en meer keuzevrijheid voor Europese consumenten. Minder grip voor regeringen, maar meer voor mensen zelf dus. De Europese Unie is met 400 miljard euro de grootste energie-importeur ter wereld. Laten we die inkoopmacht eindelijk bundelen om minder afhankelijk te worden van Rusland en Saoedi-Arabië.

Ten vierde lidstaten die afspraken niet nakomen of verdragen niet naleven terugfluiten. De financiële crisis heeft laten zien hoe pijnlijk het is om als lidstaat tot de orde geroepen te worden. Vraag het de Grieken maar. Maar Europese kernwaarden als persvrijheid en gelijke behandeling rechtvaardigen deze vergaande stap. Als voorzitter moet Nederland daarom de Europese Commissie steunen in het onder toezicht stellen van Polen met zijn onthutsende mediawet. En premier Rutte zal zijn bevriende collega Cameron moeten uitleggen dat het Verenigd Koninkrijk te ver gaat met hun wens om migranten uit te zonderen van allerlei sociale wetgeving.

Tot slot vereist dit alles natuurlijk een ingrijpende hervorming van het huidige begrotingssysteem. Want een Europees budget dat voor zeven jaar in beton gegoten is, laat geen enkele speelruimte om in te spelen op de snel veranderende wereld om ons heen.

Wordt Nederland de EU-voorzitter die de Europese eenheid met lef en daadkracht herstelt en oplossingen dichterbij brengt? Of de EU-voorzitter die angstig bezwijkt onder opkomend neonationalisme en Europa in zijn achteruit zet? De keuze is aan de premier.