Column

Onzichtbare vijand

Omdat we op studiereis waren in Spanje, overkwam het ons dat we de afgelopen jaarwisseling vierden in Madrid. Het epicentrum van de festiviteiten was Puerta del Sol waar het klokkentorentje staat dat op televisie live in beeld wordt gebracht op het moment suprème, waarna alle Spanjaarden twaalf zure druiven proberen door te slikken op het ritme van de twaalf klokslagen. Omdat iedereen daar naartoe wilde, waren het plein en de omliggende straten hermetisch afgesloten door ordetroepen met metaaldetectors die iedere afzonderlijke feestganger aan een nauwgezette controle onderwierpen. Je moest al om half negen in de rij gaan staan om de veiligheidscontroles vóór twaalven te passeren. Ons hotel, dat op booking.com werd geprezen om zijn centrale ligging, bleek zich midden in de geblindeerde zone te bevinden. Het kostte ons de grootste moeite om de milities ervan te overtuigen dat we geen terroristen waren die een massaslachting wilden aanrichten maar dat we gewoon naar bed wilden.

Zo is het dus geworden. Feest vieren op de grens van 2015 en 2016 is een militaire operatie die in het teken staat van de angst. Openbare vrolijkheid is een risicofactor geworden. Misschien zou het beter zijn om alle feesten uit veiligheidsoverwegingen te verbieden. We zijn tenslotte in oorlog, ook al zien we de vijand nergens.

Dat beeld werd in de dagen rond de jaarwisseling bevestigd door de media. De Spaanse televisie liet vrijwel uitsluitend beelden zien van agenten en militairen in uniform die overal ter wereld extreme veiligheidsmaatregelen aan het voorbereiden waren. Die berichtgeving werd uitsluitend onderbroken door meldingen dat er ergens drie of vier verdachten waren opgepakt die wel eens kwaad in de zin zouden kunnen hebben.

Het is pure propaganda. In de roman 1984 van George Orwell is het land van Big Brother zogenaamd bij voortduring in oorlog met een ander land. De staatspropaganda meldt successen in de strijd, maar benadrukt het gevaar. De uitzonderlijke situatie rechtvaardigt uitzonderlijke maatregelen. Dankzij deze propaganda accepteren de burgers het dat hun vrijheden door de staat tot een minimum worden ingeperkt.

Precies zo is het nu. De staat heeft de oorlog verklaard aan een onzichtbare vijand. Af en toe worden er successen gemeld, zoals de arrestatie van een paar zogenaamd levensgevaarlijke verdachten. Daar horen we vervolgens niets meer over. De berichten zijn op geen enkele manier te verifiëren. En de grootschalige beperking van onze vrijheden door verregaande controles wordt door ons geaccepteerd als een noodzakelijkheid. Ze rechtvaardigen zichzelf: als er niets gebeurt, is dat dankzij de massale inzet van politie en is de conclusie dat de extreme maatregelen nodig waren. Als er ondanks die controles toch iets gebeurt, is dat een argument om de inzet van politie en militairen te intensiveren en om onze vrijheden nog verder te beperken. Het is de natte droom van Big Brother.

Intussen kun je in Spanje niet eens meer normaal met de trein. De stations zijn hermetisch afgesloten als vliegvelden. Bagage wordt gescand. Reizigers worden gefouilleerd. We hebben het geteld: om het treintje van Madrid naar Toledo te nemen passeer je vijf verschillende controles voordat je wordt toegelaten tot het verlaten perron waar niemand elkaar nog zoent ter afscheid. En het meest verbazingwekkende was dat de Spanjaren dit alles, murw geslagen door de staatspropaganda, als een vanzelfsprekendheid accepteren.

En Nederland is niet heel erg anders. Nederland loopt alleen een beetje achter. Ik wens u voor het nieuwe jaar toe dat u nog even weet te genieten van uw vrijheden totdat ze ook hier worden afgeschaft.