MVRDV ontwerpt nieuw icoon

De daktribune van de door MVRDV ontworpen De couch geeft dit tennisclubhuis in IJburg iets van een klassiek theater Foto Luuk Kramer

Al meer dan tien jaar roepen ‘iconen’ weerzin op onder architecten en critici. Met leesbare tegenzin neemt bijvoorbeeld de redactie van Jaarboek Architectuur in Nederland spectaculaire gebouwen als de Badkuip, de uitbreiding van het Stedelijk Museum, op in hun jaaroverzichten. Twee jaar geleden stelde jaarboekredacteur Linda Vlassenrood opgelucht vast dat de economische crisis die na 2008 de bouw en dus ook de architectuur bijzonder hard had getroffen, het einde van ‘iconen’ had bespoedigd. Maar hier was de wens duidelijk de vader van de vaststelling. Zo kreeg Rotterdam in nauwelijks meer dan een jaar tijd drie reusachtige gebouwen die allemaal tot ‘icoon’ van de stad zijn bestempeld: de Rotterdam (Koolhaas/OMA), het nieuwe Centraal Station (Team CS) en de Markthal (MVRDV).

De reden dat er geen einde is gekomen – en ook nooit zal komen – aan ‘iconen’ is simpel: veel opdrachtgevers willen voor hun dure geld nu eenmaal liever een opvallend dan een anoniem gebouw. Ook Tennisclub IJburg in Amsterdam wilde twee jaar geleden dat het clubhuis een ‘baken’ werd in de wijk. Het onderkomen van de club moest meer zijn dan een kantine met kleedruimtes. Het moest een buurtcentrum worden waar ook niet-tennissende bewoners van de Amsterdamse vinexwijk naar toe gaan om bijvoorbeeld een film op het centercourt te zien.

De architecten van MVRDV, specialisten in iconische gebouwen, hebben met een simpele vondst gezorgd dat het op zichzelf bescheiden gebouw – een kantine met aan weerszijden kleedruimtes en een keuken – letterlijk een theatraal baken is geworden. Uitgangspunt van het gebouw is de goede, oude, simpele doos die zoveel sportverenigingen in Nederland als onderkomen hebben. Vervolgens hebben de ontwerpers het dak aan de voorzijde bijna tot op de grond naar beneden gedrukt en aan de achterzijde juist opgetrokken. De derde stap was om het geplooide dak te veranderen in treden waarvan de voorste hol zijn en de achterste bol. Zo is een dak ontstaan dat theater en tribune tegelijk is: de voorzijde heeft de vorm van een klassiek theater dat naar boven toe geleidelijk een tribune wordt.

Om het bakenachtige karakter te versterken is het hele gebouw gehuld in een laag oranje-rood polyurethaan. MVRDV heeft al eens eerder een gebouw een dergelijke signaalkleur gegeven: het kantoor/huis van vormgeversbureau Thonik. Maar terwijl knaloranje voor het doosje van Thonik op een binnenplaats van een laat negentiende-eeuws bouwblok in Amsterdam niet op zijn plaats was en leidde tot een opstand van buurtbewoners, is rood-oranje bij het clubhuis van Tennisvereniging IJburg wel gepast. Het klassieke gravel van het centercourt voor het clubhuis heeft tenslotte dezelfde kleur.

Ook het interieur van het clubhuis is spectaculair. Hier hangt de knap geconstrueerde, met houten planken beklede betonnen contravorm van het geplooide dak bijna tot op de grond en zorgt zo, verrassend genoeg, voor een huiskamerachtige ruimte. De gezelligheid van de kantine wordt nog versterkt door een grote, ronde open haard die midden in het clubhuis is geplaatst. Zo heeft MVRDV met een inventiviteit die opnieuw bewondering verdient, van het clubhuis niet zomaar een opvallend gebouw gemaakt, maar wederom een icoon met een goede reden.