Lompe inspecteur verkent de Haagse milieus

Grappige passage: de een zegt schouderophalend tegen de ander dat hij er niet over piekert om ooit een literaire thriller te lezen – terwijl hij zelf de hoofdpersoon in zo’n thriller is. In Den Haag laat Martin Schouten een politie-inspecteur aan het woord die een moordzaak probeert op te lossen. Wie stak zijn stadgenoot Sjoerd Rietbeek een mes ‘in zijn donder’? Inspecteur Max wordt zelf al snel van het onderzoek afgehaald, omdat uit camerabeelden blijkt dat hij enkele uren voor de moord op de plaats delict in gesprek was met het slachtoffer, zonder dit aan zijn collega’s te melden.

Van die schorsing trekt Max, type ruwe bolster blanke pit, zich weinig aan. Hij zet zijn onderzoek op eigen houtje voort en doorkruist daarbij heel Den Haag. Hij komt in aanraking met verschillende sociale circuits: Turkse mafiosi, jazzliefhebbers, drugsgebruikers, 18-jarige meisjes die van huis zijn weggelopen, Badr Hari-achtige vechtsporters en rijke oude villabewoonsters die in de jaren zeventig sympathiseerden met linkse terroristen.

Een van die dames blijkt betrokken te zijn geweest bij de geruchtmakende ontvoeringszaak van de Duitse autofabrikant Schleyer die door leden van de RAF in de nazomer van 1977 uiteindelijk werd vermoord. Schleyer werd een paar septemberdagen gevangen gehouden in een huurhuis in Scheveningen. In een terugblik zien we de Haagse dame een potje Monopoly spelen met de gegijzelde, die wel in is voor wat gezelligheid.

Uiteindelijk blijkt er tussen de ontvoeringskwestie en de steekzaak maar een zijdelings verband te zitten. Zo worden er links en rechts wel meer Haagse wetenswaardigheden aangestipt in deze losjes gecomponeerde detective, met nog een verrassend open einde. Er gebeuren spannende dingen, op Schiphol onder meer, zonder dat het al te bloederig wordt. Ergens halverwege wordt inspecteur Max door twee mannen in een geblindeerde auto geduwd en bruut ondervraagd, maar hij komt met de schrik weer vrij.

Den Haag is een interessante en bijzonder laconiek getoonzette mengelmoes van hoog en laag, oud en jong, heden en verleden. Onze inspecteur, hoe onbehouwen vaak ook, kan leuk citeren uit de werken van Vondel, Erasmus of T.S. Eliot. Tijdens een partijtje boksen babbelt hij met de man van de sportschool over Couperus of over de schilders van de Haagse School. Het plegen van een moord, zo blijkt hier maar weer eens, is niet voorbehouden aan erkende slechteriken. De fatale steek komt ook deze keer uit onverwachte hoek.