Links laveren tussen vrede en vrijheid

In de jaren tachtig steunden vakbond FNV en het IKV het Poolse Solidarnosc in zijn strijd tegen het communisme. Historica Christie Miedema laat zien hoe bijzonder die steun van links in die dagen was.

In mei 2015 werd Wim Kok in Polen geëerd voor zijn bijdrage als FNV-voorzitter aan de strijd van vakbond Solidarnosc in de jaren tachtig en zijn steun als PvdA-premier aan de uiteindelijke uitkomst hiervan: Polens toetreding tot de EU in 2004. Kok maakte er geen woorden aan vuil, maar vanzelfsprekend was die steun niet. Zo kon je je afvragen of de stakers op de Leninwerf in Gdansk in augustus 1980 de Europese stabiliteit niet in gevaar brachten. Was vrede in Europa niet belangrijker dan vrijheid, of waren deze waarden principieel met elkaar verbonden? En leidde die steun in de internationale praktijk tot ontspanning?

In haar proefschrift Vrede of Vrijheid? onderzoekt historica Christie Miedema deze vragen, zowel voor Nederland als voor de Bondsrepubliek. Ze concentreert zich daarbij op ‘linkse’ organisaties: de sociaal-democratische partij, de vakcentrale en de vredesbeweging.

Het optreden van Solidarnosc hield voor links een bijzonder dilemma in. De vraag was namelijk of een autonome Poolse arbeidersbeweging gesteund moest worden in haar strijd tegen een communistisch regime, in een periode dat oplopende spanningen in de Oost-West-verhoudingen bestendiging van de status quo leken te vergen. Links was in de jaren zeventig overtuigd geraakt van de noodzaak om het ‘blokdenken’ te doorbreken. Ontspanningspolitiek leek hierop het juiste antwoord.

De SPD zat als het om Solidarnosc ging het meest met de handen in het haar. In 1980 leidde de partij de West-Duitse regering. Kanselier Schmidt wilde haar aan het ‘NAVO-dubbelbesluit’ binden: plaatsing van nieuwe Amerikaanse kernwapens als antwoord op de Russische SS-20’s in ruil voor nieuwe wapenbeheersingsonderhandelingen. Destabilisering van het Poolse regime door Solidarnosc kwam Duitsland daarom slecht uit: in het ergste geval kon dit tot een militaire interventie van de Sovjet-Unie leiden.

Zelfbeheersing

Ook na de val van de regering-Schmidt in 1982 hield de SPD krampachtig aan haar Ostpolitik vast en vroeg van Solidarnosc geduld en zelfbeheersing. Dat een onafhankelijke oppositie een communistisch regime ‘van onderop’ ten val zou kunnen brengen, onderkende de partij in die jaren niet goed, zoals later bleek bij de val van de Berlijnse Muur. In elk geval hield de SPD Solidarnosc op afstand.

De aan die partij nauwverwante vakcentrale DGB veroorloofde zich op dit punt meer bewegingsvrijheid, zolang het maar ging over vakbondsrechten en humanitaire hulp. De Duitse vredesbeweging slaagde er zelfs in met Solidarnosc (deels) een dialoog aan te gaan, ook al moest zij de Poolse kritiek op de ‘naïeve’ westerse vredesstrijd voor lief nemen.

In Nederland gebeurde iets vergelijkbaars en toch weer anders. Ook de FNV voelde zich nauw met de ontspanning verbonden, maar meende niet dat Solidarnosc die in gevaar bracht. De vakbond was dan ook tot solidariteit bereid, maar drong deze de Poolse collega’s niet op. Wel bezocht Kok het Solidarnosc-congres in Gdansk een dag voordat het leger de onafhankelijke vakbond onderdrukte.

Het IKV richtte zich primair tegen kernbewapening, maar Jaruzelski’s staatsgreep schudde het toch wakker. Sindsdien verschoof het zijn aandacht naar ‘ontspanning van onderop’, waarbij de elites in beide blokken onder druk moesten worden gezet. Solidarnosc diende zich als een ‘natuurlijke’ bondgenoot aan. Dat deze vakbond een doorleefder beeld van het Oost-West-conflict had, zouden IKV-voorzitter Mient-Jan Faber en de zijnen gaandeweg leren.

Onmisbare rol

Bij de PvdA heerste ook een onwrikbaar geloof in ontspanning. Volgens het verkiezingsprogram ging die zelfs boven mensenrechten. Toch kwam er wel iets van contact met Solidarnosc tot stand. Daarvoor waren drie factoren van belang. Allereerst vervulden Poolse immigranten als Michel Korzec en Jan Minkiewicz een onmisbare rol in de bewustmaking van de PvdA van wat in Polen speelde. Ook maakten enkele partijdeskundigen als Paul Scheffer en Bart Tromp duidelijk wat er voor de sociaal-democratie principieel op het spel stond. Dit zorgde ervoor dat internationaal secretaris Maarten van Traa, geen blind gelovige in de ontspanning, met Solidarnosc enig contact aanging. Wel ging dit grotendeels buiten de partij om, aangezien hij het niet echt aandurfde dit debat openlijk te voeren. In elk geval niet tot 1985, toen met het Nederlandse besluit tot plaatsing van kruisraketten de vredesstrijd min of meer was gelopen en Gorbatsjov de weg vrijmaakte voor ‘glasnost’ en ‘perestrojka’ in de communistische wereld. Uiteindelijk profiteerde ook Solidarnosc daarvan.