‘We moeten een ramp zoals met de Christenen in Syrië en Irak voorkomen’

Oorlog in Syrië, aanslagen in Beiroet, anderhalf miljoen vluchtelingen. En toch zal Libanon niet uiteen vallen, belooft oud-president Amin Gemayel.

Syrische vluchtelinge, vorig jaar in het kamp Ketermaya, ten zuiden van Beiroet.

Hoe lang kan Libanon nog de last dragen van een miljoen Syrische vluchtelingen? „Anderhalf miljoen”, verbetert voormalig president Amin Gemayel. „Kan je een zieke vragen hoe lang hij zijn kanker kan verdragen?”, antwoordt hij dan. „We moeten ermee leven en oplossingen vinden. En het is nog lang niet klaar. Er kunnen méér vluchtelingen komen.”

Amin Gemayel (1942) was president van 1982 tot 1988, verbleef daarna bijna 20 jaar in het buitenland, en leidde vervolgens de machtige, christelijke Kataeb-partij tot zijn zoon Sami die rol eerder dit jaar overnam. Hij volgde in 1982 zijn veel radicalere broer Bashir op, die van plan was samen met de Israëlische invasietroepen het toenmalige Syrische bezettingsleger uit Libanon te slaan, maar werd opgeblazen voor hij in staat was zijn plan uit te voeren.

Amin is altijd een consensusfiguur geweest. Zijn naam wordt nu genoemd als mogelijke nieuwe president – het presidentschap is voor de christelijke gemeenschap onder het oude ‘nationale pact’. Maar de verkiezing wordt al een meer dan een jaar geblokkeerd door rivaliserende machtsfacties.

Hoe heeft Libanon überhaupt kunnen overleven met oorlog naast de deur, al die vluchtelingen, aanslagen door extremisten, christelijke, sunnitische en shi’itische gemeenschappen die elkaar naar het leven staan, en dat zonder president?

„We hebben een onderlinge afspraak tussen de gemeenschappen om een minimum aan stabiliteit te bewaren en niet Libanon in een nieuwe nachtmerrie te storten zoals de burgeroorlog (1975-1990). Sunnieten, shi’ieten en christenen zijn zich bewust van de noodzaak daarvan.” Hij verwijst naar de ramp op de zelfmoordaanslag op 12 november in Beiroet, waarbij 43 doden voelen. „Die heeft een buitenlandse dimensie, is niet Libanees.”

Het nietsontziende geweld van de Islamitische Staat zet de christelijke aanwezigheid in het Midden-Oosten onder druk. Maar Libanon is het enige land in de regio waar christenen nog politieke invloed uitoefenen, zegt Gemayel in een vraaggesprek in Amsterdam waar hij een paar dagen was voor een conferentie van het Nexus instituut. „Onze grootste zorg is het nationale pact, waaronder wij die invloed uitoefenen; daarom moeten we dat zien te behouden. De christenen in Syrië en Irak zijn in gevaar, maar tot dusverre hebben wij die ramp in Libanon kunnen voorkomen.”

Klik of tap op de rode bollen voor meer informatie:

Ja, dat is de politiek. Voelen de gewone burgers zich niet bedreigd?

„Emigratie begon al in de 19de eeuw. Er zijn vier miljoen Libanezen hier, maar meer dan twee keer zoveel in het buitenland. Ik zeg niet dat de christenen zich nu meer op hun gemak voelen in Libanon dan vroeger. Maar we hebben nog steeds hele regio’s waar christenen de overhand hebben. En dat is belangrijk.”

De christelijke, sunnitische en shi’itische gemeenschappen zijn bijna even groot, elk 30 procent van de bevolking. Nu zijn daar meer dan een miljoen sunnitische vluchtelingen bij gekomen. Met hen erbij vallen de christenen in het niet.

„Dat kan op lange termijn een bedreiging worden. Ze zullen uiteindelijk het staatsburgerschap willen hebben. We hadden al een dergelijk probleem met de Palestijnen. Onder premier Hariri [een sunniet, door Syrië opgeblazen in 2005] kregen meer dan 200.000 Palestijnen [eveneens sunnieten] staatsburgerschap. Dat kunnen we niet herhalen.”

De vluchtelingen zijn hoe dan ook een enorm probleem, zegt Gemayel. Sommigen maken deel uit van politieke organisaties en proberen Libanon bij het Syrische oorlogstoneel te betrekken. Een even groot probleem is de sociaal-economische belasting. Libanons water- en stroomvoorziening was al niet in orde, en nu moeten daar nog zoveel extra mensen gebruik van maken. Ziekenhuizen zijn overbelast, scholen kregen opeens een hele lading Syrische kinderen erbij. Steeds meer Libanezen worden werkloos. „Een Libanese ober verdient misschien 1.000 dollar per maand; de Syriërs doen het voor 250 tot 300 dollar en het is duidelijk aan wie werkgevers de voorkeur geven, vooral omdat de Syriërs ook zijn gekwalificeerd. Het is een onverwacht en onverdraaglijk probleem. En je kan niets doen. Je kan niet op hen gaan schieten.”

De enige oplossing is einde aan de oorlog in Syrië. Hoe kan je de oplossing vinden?

„Er is nu na de Russische militaire interventie aan Assads zijde een kans op een dialoog tussen Rusland en de VS die kan helpen een politiek proces op gang te brengen. Allebei hebben ze veel invloed. Dat zal veel tijd vergen, maar als ze serieus zijn, kunnen ze slagen.”

Kent u president Bashar al-Assad persoonlijk?

„Ik kende zijn vader, Hafez al-Assad. Die heb ik talloze malen ontmoet. Toen Bashar in 2000 aan de macht kwam, was ik in het buitenland. Hafez was heel slim. Hij bouwde een heel sterke fundering voor zijn alawitische regime. Daarom is zijn zoon nog aan de macht.

„Vanaf het begin heb ik tegen de tegenstanders van Bashar gezegd: let op, het wordt niet makkelijk hem kwijt te raken. Tegen iedereen. Je moet uitkijken, heb ik gezegd tegen mijn partners in Libanon die graag wilden interveniëren. Onze familie heeft problemen met Assad, persoonlijke problemen. U weet dat Assad mijn broer Bashir in 1982 liet vermoorden; of de Assads ook mijn zoon Pierre in 2006 lieten vermoorden, weten we niet zeker. Dus we koesteren heel negatieve gevoelens ten aanzien van Assad. Maar we moeten altijd denken aan het belang van Libanon.”

Kan president Assad deel zijn van een oplossing?

„Assad heeft twee voordelen, of je dat nu wilt of niet. Hij beheerst een deel van het Syrische grondgebied. Hij heeft het leger en hij heeft zijn eigen alawitische gemeenschap achter zich én veel mensen uit islamitische gemeenschappen die bang zijn voor wat Daesh [Islamitische Staat] doet. En vergeet niet dat hij deel is van een strategische alliantie met Rusland, Iran en Hezbollah.

„Assad kan niet de toekomst van Syrië zijn. Maar hoe moet je hem kwijtraken, ik weet het niet.”