‘Jawel burgemeester: uw stadhuis ligt aan het Die’

In elk geschiedenisboek over Amsterdam ontstond de stad aan de monding van de Amstel in het IJ. Dat klopt niet, schrijft Bas Kok. Hij wijst een onbekende rivier aan als de enige echte bronrivier van Amsterdam. De Stopera ligt niet aan de Amstel maar aan het Die.

Foto Olivier Middendorp

‘De stad dankt haar naam aan de rivier de Amstel met de hierin gelegde Dam, haar oorsprong, haar ontwikkeling en haar uitzonderlijk indrukwekkende verschijning.” In 2010 formuleerden Carolien Gehrels (wethouder Water) en Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening) het nogal lyrisch in de gemeentelijke publicatie Amsterdam Waterbestendig. De Amstel geldt als de rivier waaraan de stad zijn naam ontleent. Even vaak wordt het IJ bezongen als de navelstreng. Al eeuwenlang verhalen de chroniqueurs van Amsterdam over de Amstel en het IJ – zo onlosmakelijk verbonden aan het ontstaan van de stad. Een groot misverstand.

Mythe

Amstel en IJ zijn de Amsterdamse Romulus en Remus. Net zozeer een mythe als de broers die symbool staan voor de stichting van Rome. Dat is wat ik ontdekte tijdens mijn research voor Oerknal aan het IJ [boek dat vandaag verschijnt]. Het begon met een archeologische kaart uit 1977, die ik aan het begin van mijn onderzoek bekeek. Mijn oog viel op het ‘Waterlandse Die’, een veenstroom die dwars door het gebied sneed dat later Amsterdam-Noord zou worden. In de meeste standaardwerken over Amsterdam zocht ik de naam tevergeefs in het register. Restanten ervan blijken binnen de gemeentegrens van Amsterdam echter nog ruim aanwezig. De noordpunt heet tegenwoordig Uitdammer Die – de uiterste noordoostgrens van de gemeente Amsterdam. Daarna vervolgt hij zijn weg als Holysloter en Ransdorper Die. De waterloop is, als hij stukloopt op de Ring, toch altijd nog zo’n acht kilometer. Een van de langere waterwegen van Amsterdam. Ter vergelijking: de huidige Amstel beloopt op Amsterdams grondgebied ongeveer zes kilometer.

Het Die als bronrivier

Om kort te gaan: het Die is waarschijnlijk de enige echte bronrivier van Amsterdam. Dat zit zo: steeds meer onderzoekers denken dat het eerste huisje van ‘oer-Amsterdam’ veel eerder is gebouwd dan het – tot nu toe algemeen aangenomen – jaar 1175. Amsterdam avant-la-lettre ontstond waarschijnlijk al voor 1100.

En daar zit ’m de kneep. In die jaren bestond het IJ nog niet. De oude bedding lag honderden jaren droog en was begroeid met een dikke laag veen – nauwelijks te onderscheiden van de rest van het land. De huidige grachtengordel en Amsterdam-Noord waren één gebied dat vermoedelijk deel uitmaakte van Groot Waterland. Het liep ongeveer tot aan het Olympisch Stadion, alwaar ter hoogte van de Schinkel (destijds de Grote Hollandse Waterscheiding) een soort ‘drielandenpunt’ was. Met Waterland, Kennemerland (ten westen van de waterscheiding) en Amstelland (ten oosten ervan). Het latere Noorderkwartier, met plaatsen als Ransdorp en Durgerdam, ontstond rond het jaar 1000. De Amstel liep destijds vanaf de Omval richting Diemen. Dat punt ligt vier kilometer zuidelijker dan de plek waar hij volgens de overlevering ooit moet hebben uitgemond in het IJ. Warempel.

Stad van Waterland, niet Amstelland

In die vroege ontstaansjaren van het latere Amsterdam lagen Amstel en IJ dus niet in de buurt van het Damrak. Er was ter plaatse maar één rivier: het Die. Deze liep vanaf Uitdam en Ransdorp richting het latere Damrak om bij de Munt een radicale bocht te maken richting wat nu Amstel 1 is.

Jawel burgemeester: uw stadhuis ligt aan het Die. En we hebben de Dam destijds niet in de Amstel gelegd, maar in het Die.

Wie bewoonden die eerste huisjes van Amsterdam? Gezien de ondernemende aard van de Waterlanders is het aannemelijk dat verschillende lokale families destijds hun eigen Waterlandse Die in zuidwaartse richting zijn afgepeddeld om ter plaatse van het latere Damrak hun geluk te beproeven. Amsterdam is een stad van Waterland, niet van Amstelland.

Pas na de Allerheiligenvloed van 1170 stroomde de oude bedding van het ‘Oer IJ’ weer vol, met op den duur een ‘Amsterdam-Noord en -Zuid’ tot gevolg. Het IJ is uiteindelijk de oerknal geweest die ervoor zorgde dat de stad zich ontwikkelde tot wat het geworden is. En de Amstel? Dat blijft een raar verhaal. Dan heb ik het niet eens over de vraag of het kaarsrechte deel tussen Omval en Stopera wel of niet gegraven is – als een kanaal. Veel principiëler is de naamgeving. Als Amstel en Die naar elkaar zijn door gegraven, had de naam van dat ‘kanaal’ eigenlijk Die moeten luiden. Immers: ter hoogte van Amstel Hotel en Carré zaten we in die jaren in Groot Waterland. De Amstel als Amsterdamse rivier is een verzinsel.

Vondel de stadsmarketeer

Wie zich afvraagt hoe de stad zich zo veel eeuwen in een valse geschiedenis kon wentelen, moet eens de Gijsbrecht van Vondel lezen. Met enig recht kunnen we de toneelschrijver betitelen als de eerste stadsmarketeer van I Amsterdam. In de 17de eeuw leverde hij het verhaal dat de notabelen en koopmannen van de stad wilden horen. Zoals het een schrijver betaamt, zoog hij het voor een flink deel uit zijn duim. Niets mis mee.

Wel vreemd is dat de latere stadsgeschiedschrijvers zijn verhaal, met de Heren van Aemstel in de hoofdrol, omarmden. Zo werd Amsterdam een stad van het Amstelland. Ondanks dat vrijwel elke stadsgeschiedschrijver aangeeft dat de opkomst en ontwikkeling van de stad door een dikke mist van onduidelijkheid is omgeven, wordt het verhaal van Amsterdam sindsdien eenduidig beschreven. De richting is steevast zuidwaarts. Amsterdam-Noord en het gebied boven het IJ vormen een voetnoot. De geschiedschrijving van Amsterdam is toe aan een compleet herziene druk.