‘Ik wil universele beelden maken’

Felix Burger

Felix Burger (33) sloeg na een bejubeld eindexamen aanbiedingen voor exposities af en werkte in alle rust aan nieuw werk.

Hij is bepaald geen kunstenaar van het kleine gebaar. Op de jaarlijkse vlootschouw van talent op de Rijksakademie was de Duitse Felix Burger (33) in 2014 het onbetwiste hoogtepunt. In zijn zolderatelier toonde hij de grootscheepse installatie Shell Shock Syndrome, een hedendaagse variant op het gruwelkabinet van dr. Caligari.

Shell Shock Syndrome was een theatrale choreografie, waar tientallen klepperende, krakkemikkige, keramische poppenkoppen via een wirwar van elektronische draden fragmenten van Bachs Matthäus-Passion vertolkten (gezongen door de kunstenaar zelf). Liefde werd een hartverscheurend streven en gekte een eindeloze loop. Filmschermen boden zicht op de neerstortende Hindenburg en de kunstenaar zelf, ten prooi aan de zenuwspasmen van een loopgraafslachtoffer uit de Eerste Wereldoorlog.

Virtuositeit in toverkabinet

Burger bespeelde in zijn toverkabinet alle registers en zintuigen met zoveel virtuositeit dat ik verwachtte zijn werk in 2015 meteen overal te zien. Maar niets was minder waar. De kunstenaar maakte pas op de plaats. Aanbiedingen voor exposities sloeg hij beleefd af. „Ik wil niet van de ene groepsexpositie naar de andere hobbelen en verheizt worden”, zei hij. „Dat kost alleen maar geld en energie.”

Burger keerde terug naar zijn geboorteplaats München, waar hij in relatieve afzondering werkte aan een nieuwe installatie, die opnieuw een groot thema tot onderwerp heeft: de oneindigheid van het hemelruim.

„Ik maak hooguit één installatie per jaar”, zegt Burger nu vanuit München. „Dat komt omdat kunst mij ongelooflijk veel kracht kost. Ik investeer iedere keer enorm in mijn werk – en dan heb ik het niet over geld. Wat maak ik? Waarom maak ik wat ik maak? Kan ik mijn kunst verklaren? Als ik dit soort lastige vragen aan mezelf stel, kom ik altijd op Daseinsfragen uit, wezensvragen: wat is de macht van een beeld, wat de betekenis van oorlog, religie, kunst, leven?

„Hippe tendensen zijn voor mijn werk irrelevant. Ik vind het niet mijn taak als kunstenaar om politieke statements te doen. Dat betekent niet dat ik mij niet verhoud tot wat er om mij heen gebeurt. Ik koester niet de illusie dat mijn generatie alleen maar in vrede zal leven. Het klopt dat de angst voor politieke omwentelingen, voor het verlies van maatschappelijke vrijheid zich in mijn werk weerspiegelt. Maar nooit één op één. Ik stuur mijn angsten, verlangens en dromen door een matrix, waaruit dan een poppenkoor of een planetarium ontstaat.”

Belichte vuilnishopen

De nieuwe installatie van Burger – Weißer Zwerg geheten – komt eind januari naar Eye in Amsterdam. Hier bouwt de kunstenaar een ruimte van negen bij vijf meter om tot een astronomisch ‘museum’ met meerdere sterrenhemels. In werkelijkheid zijn de sterrenstelsels van achteren belichte vuilnishopen die met een föhn zijn behandeld. Cyborgs ‘ademen’ het ritme van het uitspansel, in elkaar geknutselde ‘astronauten’ zoeken hun weg in dit universum.

Een ander, meer experimenteel deel is eind februari in Utrecht te zien op de tentoonstelling Hacking Habitat. Voor de oude gevangenis op het Utrechtse Wolvenplein maakt Burger een installatie die functioneert als een gedachtenexperiment: hoe ervaart een gevangene de blik op de eeuwigheid vanuit zijn cel?

„Ik streef ernaar om universele beelden te maken”, zegt de kunstenaar. „Vanuit de wetenschap dat ik gedoemd ben te mislukken. Ik ben geen hermetische kunstenaar. Ik probeer overweldigend te zijn – en dat op zo’n manier dat het falen te zien blijft, de houtje-touwtjeoplossingen, het oneindige gefröbel.”